Medio december nam ik een bordje ‘Groene Kerk’ mee van de eerste landelijke GroeneKerkendag. Om aan onze kerk te bevestigen als teken dat we duurzaam bezig zijn. Het bordje is nog niet opgehangen. Gelukkig maar, want nu Trouw duurzaamheid heeft ‘ontmaskerd’ als de nieuwe religie, is het laatste wat je wilt dat je als groene kerk bekend staat, toch?
De publicatie van de duurzame catechismus heeft als ondertoon dat ons een nieuw geloof wordt opgedrongen, even irrationeel als het traditionele, met dezelfe dwangverschijnselen als indoctrinatie, onbediscusieerbare waarheden en blinde vlekken voor afwijkende opvattingen. Groene religie als een kwalijke zaak (‘een verhaal met veel te grote woorden’ en ‘spiritueel gepraat’ om Trouw van zaterdag 12 januari te citeren). Volgens mij komt dit eerder voort uit een journalistieke neiging tot framing (je ontwerpt een kader en daar moeten vervolgens alle gegevens in passen) dan uit een evenwichtige beoordeling.
Wie het heeft over de noodzaak om duurzaam te gaan leven, produceren en consumeren, koestert bepaalde idealen. En wie zich door idealen laat leiden, heeft daarmee als vanzelf iets religieus over zich, omdat hij/zij zich verbindt met een streven dat het persoonlijke overstijgt en dat zin verleent. Wat is daar mis mee? Uiteraard kan dat uitlopen op moralisme dat mensen de maat neemt en schuldgevoelens bezorgt. Dan schiet het door, maar ik moet het eerste kerklid nog tegenkomen dat daaronder lijdt (ik kom altijd met de auto naar de kerk en nu kijken ze me met de nek aan?!). Daarnaast denk ik dat een beetje schuldgevoel, mits juist gedoseerd!, vooral heilzaam is. Het houdt je scherp.
De kerkelijke aandacht voor duurzaamheid heeft al een lange geschiedenis en is geen modieuze gril. Zij wordt gevoed door een bijbels scheppingsgeloof en een daarvan afgeleide opvatting over menselijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de schepping. Christelijke religie is wat mij betreft juist een inspiratiebron om zorgvuldig met de aarde en haar natuurlijke bronnen om te gaan.
Gelukkig is God niet groen, maar draagt Hij/Zij alle kleuren van de regenboog.
Bert, volgens mij moeten we dat groene bordje toch maar ophangen, ook al hebben we nog geen leerdiensten over de ‘groene catechismus’. Een bordje met regenboogkleuren voor duurzaamheid is er immers niet.
De overdenking is al van 8 jaar geleden, maar inspireert mij opnieuw om dat bordje te willen verdienen 😉