Overdenking

grensdoorbrekend (Joh. 4 – de ontmoeting met de Samaritaanse)

schöppingen

Jezus in gesprek met de Samaritaanse – beeld bij de stadspomp van Schöppingen (D)

Het begint met de vraag om een glas water.
Jezus is op het heetst van de dag, vermoeid van de reis, bij de bron gaan zitten. Als er een vrouw komt om water te putten, vraagt hij wat te drinken.
Het begint met de vraag om een beetje water. Maar al snel neemt het gesprek een andere wending, je zou kunnen zeggen: een hoge vlucht. Al snel gaat het niet meer om de gewone alledaagse dingen, maar blijkt dat aanleiding te zijn tot een wat moeilijk te volgen gesprek over hogere, geestelijke zaken. Dan gaat het over eeuwig leven, over de profeet, over de messias, over aanbidden in geest en waarheid.

Het gaat vanmorgen over dit gesprek, tussen Jezus en een Samaritaanse vrouw. Een gesprek waar we iets uit leren kunnen. Het gaat over de ontmoeting tussen Jezus en een Samaritaanse vrouw. Maar dan moeten we wel beseffen, dat als het evangelie vertelt over zo’n ontmoeting, dat altijd meer is dan dat Jezus toevallig een vrouw tegenkomt, met wie hij een praatje begint. Nee, de ontmoetingen hebben allemaal iets extra’s, ze vertellen een boodschap. Ze laten iets zien van wie Jezus is. Ze zijn openbarend.

Als Jezus om water vraagt, hij heeft kennelijk dorst, begrijpelijk met zo’n lange reis achter de rug en op het heetst van de dag, als Jezus om water vraagt, zegt de vrouw: hoe kunt u mij dat vragen? Zij is verbaasd om zomaar door een man aangesproken te worden. Ze is immers vrouw – die worden niet geacht om zomaar met een wildvreemde man te praten, zeker niet bij de waterbron.

Ze is bovendien een Samaritaanse en zoals al in de tekst wordt verklaard, Joden gaan niet met hen om.
Als Jezus aan zijn discipelen zou hebben gevraagd willen jullie meer of minder Samaritanen, dan zouden ze hebben gescandeerd: ‘minder, minder’. En als Jezus zich populair had willen maken, dan zou hij gezegd hebben: ‘dan gaan we dat regelen’.
Maar dat zegt Hij niet (en van de leerlingen horen we hier niets).

De Samaritanen, toen door de Joden als tweederangs burgers beschouwd, en nog wel, niet helemaal zuiver op de graat, spelen in het evangelie een opmerkelijke rol. Jezus neemt één van hen als lichtend voorbeeld in zijn beroemdste gelijkenis. Hier spreekt hij, bewust en gewild, één van hen aan om haar in zijn lichtkring te trekken. Hij reist niet om als hij van Judea weer naar Galilea gaat (van zuid naar noord), zoals de Joden in die dagen doen om te voorkomen dat ze door dit ‘heidens’ land moeten. Hij gaat doelbewust door het Samaritaanse gebied. Het is allemaal opmerkelijk. Zeker als je het contrast er ook nog eens bij betrekt van wat hiervoor in het evangelie is verteld. Daar ontmoet Jezus Nicodemus.
Man, Jood, schriftgeleerde, tegenover vrouw, Samaritaanse, ongeletterde. Maar het ene vindt plaats in het schemerduister van de nacht, de andere ontmoeting in het klare licht van de zon.

Goed, hoe dan ook. De verwonderde vraag van de vrouw, hoe kunt u mij vragen?, kun je je indenken. En als wij dan net bij het bedenken van de achtergrond een zekere sympathie voor Jezus hebben opgeroepen, dan geeft zijn reactie hier meteen weer te denken. Want die klinkt nogal geïrriteerd. Als je eens wist wat God wil geven en wie het je vraagt, zou je er hém om vragen en dan zou je levend water krijgen.

Ik zou zeggen, als ik die vrouw was: jongen, bekijk het lekker zelf.

Jij had toch dorst? Je vroeg mij toch om water. En nu begin je te emmeren over levend water, wat dat ook moge zijn, waar jij de beschikking over zou hebben. Ik weet niet waar je het over hebt, maar als je het zo goed weet, geef jezelf dan van dat levende water. Of begrijp ik iets niet? Heb ik iets gemist?
Kijk, zo zou de vrouw hebben kunnen reageren. En als het een gewone ontmoeting zou zijn, waar een gesprek uit ontstaat, dan lijkt me dat zelfs een heel gezonde reactie te zijn. Maar zo gaat het dus niet. En daaraan zie je dat niet zomaar een ontmoeting is, maar dat dit verhaal iets meer wil vertellen. Het wil aan de hand van een gewone ontmoeting ons iets duidelijk maken. Zoals dat ook bij de vrouw gebeurt.
In deze ontmoetingen, ook die met Nicodemus, is het soms net alsof ze langs elkaar heen praten. Het heeft iets bevreemdends, iets mysterieus. Geen normale conversatie. Maar toch gebeurt er van alles. Gaan zekerheden schuiven. Wordt er opeens een nieuw perspectief geopend.

Gaandeweg leert de vrouw wie Jezus is.
Dat Jezus dorst heeft, lijkt niet meer van belang te zijn. Het glas water raakt helemaal uit het zicht. Ze raakt met hem in een gesprek verwikkeld waarin ze stap voor stap zichzelf leert kennen. Gaandeweg leert ze Jezus kennen en gaandeweg leert ze zichzelf beter begrijpen. Omdat Hij (Jezus) haar lijkt te kennen, leert ze zichzelf kennen.

Het bewijs dat Jezus alles van haar weet, zijn we geneigd te zien in die vraag om haar man erbij te halen. Op zich al een wat wonderlijk verzoek. Maar het is allemaal wat wonderlijk, dat deze vrouw op het zesde uur – dat is midden op de dag, op het heetste moment – naar de put komt. Dat is ongewoon en daar hebben verschillende uitleggers dan ook iets achter gezocht. Durft ze niet met de andere vrouwen mee te gaan? Gaat ze liever alleen om niet lastig gevallen te worden, door hun blikken of door hun praatjes? Want ja, je hoort wel – ik heb geen man; inderdaad zegt Jezus, je hebt er vijf gehad en die je nu hebt is je man niet – tja, dat dit een vrouw is met een zekere reputatie.
Hoewel er verder niets over wordt gezegd, is dat al gauw uitgelegd als een vrouw die vijf mannen heeft versleten. Een losbandig leven, en nu hokt ze bovendien met iemand met wie ze niet keurig getrouwd is.

We weten vaak allerlei dingen meer te vertellen, zeker als het in die richting gaat. Als we vermoeden dat mensen niet helemaal zuiver op de graat zijn, vertelt het gemakkelijk rond en wordt het even gemakkelijk aangedikt. Dat is van alle tijden.
Jezus weet alles van haar. Is dat, omdat hij haar verleden kent? Een vrouw met een verleden… Zelf noemt ze hem ‘profeet’. Is dat omdat hij haar doorziet, of omdat hij toekomst voor haar ziet?

Misschien kun je het verhelderen met een fragment uit het gesprek tussen Jezus en de vrouw, waar het gaat om het water. Daar is het immers allemaal om begonnen.
Jezus spreekt over levend water. De vrouw zegt, waar haal je dat vandaan, toch niet uit onze put, zeker als je geen emmer bij je hebt.
Nee, zegt Jezus, van het water uit deze put zul je weer dorst krijgen. Maar van het water dat ik te geven heb, zal je dorst voor altijd zijn gelest. Dat water zal in je tot een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.

Samaritanen in gebed op de Gerizim

Samaritanen in gebed op de Gerizim

Water wordt levend water. Water uit de put komt tegenover water uit de bron te staan. Letterlijk staan daar ook twee verschillende woorden. Put tegenover bron. Stilstaand water tegenover stromend, levend water.
Ze worden het symbool van waar het in dit gesprek in diepere zin om gaat. Het gaat om het stromende water. Het gaat erom dat het in het leven weer stromen gaat, dat er beweging komt, dat grenzen worden overschreden, dat je jezelf overwint door jezelf te leren kennen.
Dat zit allemaal in die ontmoeting opgesloten en dat komt er gaandeweg bij die vrouw uit. Zij gaat open. Door de wonderlijke ontmoeting met Jezus begint er van alles in haar leven te borrelen, te bewegen. Ze wordt in het verhaal zelfs de eerste vrouwelijke apostel, als ze haar stadsgenoten zo ver krijgt om ook naar Jezus toe te gaan. In haar leven begint het te stromen, en daarmee zet ze anderen in beweging.

Het stromende water, dat is het eeuwige leven. En ‘eeuwig leven’ is, zeker in het Johannesevangelie, het echte, volle, leven dat hier en nu al geleefd wordt. Maar we zijn vaak levend dood, als ons leven op slot gevallen is, als de stroom is gestold, als we vastzitten, aan de traditie, aan de gewoonte, aan ingesleten patronen en vastgelegde etiketten. Stilstaand water. Jij bent zus en die is zo. Die vrouw? Dat weet je toch, dat is een vrouw met een verleden…
Eeuwig leven is als grenzen worden doorbroken. Als een verleden wordt opengebroken, er is iemand die mij kent – bij wie ik mijzelf mag zijn, zonder welke schijn dan ook op te houden.
Die vrouw met een verleden, wordt een mens met toekomst.
Eeuwig leven is dat het leven dat vastgelopen is, weer stromen gaat: als schulden worden voldaan, als wonden worden geheeld. Ook dat maakt deze ontmoeting tussen de joodse Jezus en de Samaritaanse vrouw met zoveel woorden duidelijk.

Jezus doorbreekt grenzen. Dat is een belangrijk gegeven in dit verhaal en het wordt een belangrijk aspect van de boodschap die in dit verhaal schuilt en die ook voor ons mag gelden, bij de grenzen van vandaag: tussen mensen, tussen religies, in relaties, in leefgemeenschappen, tussen generaties, ga zo maar door.
Jezus doorbreekt grenzen en barricades die mensen voor zichzelf hebben opgeworpen.
Ook dat wordt duidelijk in het verhaal, aan die vrouw, maar het heeft een wijdere strekking, het zegt iets over de redding (bevrijding) die er van Jezus uitgaat.

Deze vrouw, hoe weinig we ook van haar weten, Jezus weet dat ze op een of andere manier in zichzelf gekeerd leeft. Ze heeft wel een man, maar dat is haar man niet. Ze komt, op het midden van de dag, alleen, naar de put. Dat is vreemd. Ze mijdt om wat voor reden ook de omgang met de andere vrouwen van het dorp, of ze wordt door hen gemeden. Hoe dan ook, ze is alleen – haar leven is op een dood spoor. Het is als stilstaand water. Als een traditie die vastgelopen is.
Maar door de ontmoeting met Jezus komt dat allemaal in een stroomversnelling. Dat gebeurt voor haar op een bijzondere manier. Dat gebeurt telkens in het evangelie, waar Jezus mensen ontmoet. Dan worden relaties hersteld, dan wordt nieuwe gemeenschap geboren.
Het wonder is dat iemand gekend wordt, zich gekend en erkend weet, tot in het diepst van haar bestaan.

Zie de verandering.
De vrouw laat haar kruik staan en gaat terug naar het dorp. Daar vertelt ze wat haar is overkomen. Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn? en dan komen de stadsgenoten die ook naar Jezus gaan en ook zij komen tot geloof, zo wordt verteld, niet meer om wat de vrouw heeft gezegd, maar omdat we hem zelf hebben gehoord en weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is. Er is iemand die alles van mij weet. Die mij ziet, zoals ik ben, dieper dan ik mijzelf ooit ken (Ps. 139). Zou dat niet de messias zijn?  Open vraag…

Zie de verandering.
Zij is niet meer alleen. Ze gaat nu met haar stadsgenoten mee op weg, om te leren, om zich te laven aan alles wat deze messias te verkondigen heeft (vgl. vs. 25).
Dat gebeurt er door en vanuit Jezus en de beweging die hij op gang wil brengen.

Jezus legt onze wereld open. Breekt ons bestaan binnen. Doet ons opengaan. Hij spreekt ons aan op onze diepste verlangens – eenheid, gekend worden, verbondenheid.  Zouden wij zo voor elkaar als levend, stromend, water kunnen zijn? Sprankelend, verfrissend, een bron van eeuwig leven?
AMEN

Previous Post Next Post

4 Comments

  • Reply Vincent de lange 05/03/2018 at 13:34

    Mooie uitleg

  • Reply Dirk Stoutjesdijk 26/07/2018 at 22:55

    Geweldig

  • Reply Jan 09/01/2020 at 20:35

    Jezus is eeuwigheid alleen wij willen het niet zien

  • Reply K. Verheij 13/01/2021 at 10:50

    Schitterende uitleg. Zet je aan tot nadenken: lees maar: er staat niet wat er staat

  • Leave a Reply