Al eerder verscheen er een bundel met preekfragmenten van Gerrit de Kruijf, de in 2013 overleden hoogleraar christelijke ethiek. Nu ligt er een boekje met preken die hij schreef naar aanleiding van het Marcus-evangelie, waarvoor hij een bijzondere fascinatie had. Net als Marcus, heeft De Kruijf een voorliefde voor het kernachtige. Zijn preken zijn kort en bondig, al heb ik mij door één van de samenstellers van deze bundel laten vertellen dat hij op de preekstoel soms wel kon uitweiden. Sommige preken zijn inderdaad wel erg beknopt in druk. Maar dit zijn de manuscripten zoals die in zijn nalatenschap zijn aangetroffen. Ze dateren vooral uit de periode voor zijn professoraat, toen hij als predikant werkzaam was, eerst in Rijnsaterwoude, later in Rotterdam-Kralingen.
Marcus mag dan beknopt zijn. Beknopt is ook gecondenseerd. Er zit heel veel in, in de woorden die er staan, maar misschien nog wel meer in wat er niet gezegd wordt maar wel wordt opgeroepen.
Uit een preek over de roeping van Levi (Mc. 2: 14 – 21):
“’In het voorbijgaan zag Hij Levi bij zijn tolhuis zitten en Hij zei tot hem: volg mij. En hij stond op en volgde hem.’ Het werkt weer in een verbluffende eenvoud. Jezus spreekt en Levi staat op. Alsof het vanzelf spreekt. Jezus oefent zijn gezag uit en trekt hem aan. We horen niets over Levi’s zielenroerselen, over aarzeling en overleg. Zomaar zonder praten. Is dat niet gevaarlijk? Hoe weet hij dat hij de ware voor zich heeft? Moeten er niet een paar kanttekeningen bij? Voor zover wij volgelingen zijn, zijn wij toch kritische volgelingen?” (p. 29)
De Kruijf blijft dicht bij de tekst, en weet op een aanstekelijke manier de wonderlijkheid daarvan voelbaar te maken. Hij is zelf niet van de uitgebreide exegetische kanttekeningen. Ook vinden we geen (geforceeerde) toepassingen om de tekst actueel te maken. Zorgvuldig bij de Schrift blijven, je laten verbazen en raken door wat daar gezegd wordt, en die verbazing en verwondering doorgeven aan zijn hoorders. Zo zou je de preekopvatting van De Kruijf kunnen typeren. Zijn stijl is eenvoudig en helder, met korte zinnen, zonder ingewikkelde constructies. Zo begint bijvoorbeeld zijn preek over Jezus die de berg opgaat om te bidden (Mc. 6: 46):
“Het gaat in het evangelie zo menselijk toe. Jezus zoekt de eenzaamheid. Een mens wordt moe van mensen. Jezus komt steeds meer in de greep van de massa. Hij wil weg, met zijn vrienden, Maar men weet hem te vinden. De eenzaamheid wordt hem niet gegund” (p. 53).
De mooie titel is ontleend aan zijn preek over het genezingsverhaal van de doofstomme mens (Mc. 6: 31 – 37). Jezus geneest niet alle mensen, slechts degene die bij Hem wordt gebracht: “Het is die ene zwaluw die nog geen zomer maakt, maar die toch de zomer aankondigt. Dat is het evangelie dat van dit verhaal uitgaat: kijk, alweer een zwaluw, het is nog geen zomer, maar ze kondigt de zomer wel aan!” (p. 62)
Het blijft altijd wat lastig om preken in druk op waarde te schatten. De preek leeft van én in het gesproken woord en moet het hebben van de directe aanspreking in het moment. Toch mogen we blij zijn dat de samenstellers van deze bundel de moeite hebben genomen deze preken te verzamelen en zo voor een breder publiek beschikbaar te maken.
De fascinatie voor het Marcus-evangelie is de rode draad. De preken zijn gerangschikt naar het evangelie, waardoor vroegere en latere preken door elkaar staan. Het valt op dat de preken uit zijn beginjaren als predikant een wat orthodoxere kleur en klank hebben dan de latere. Liturgische gegevens ontbreken, wel worden de data en locatie van de preken genoemd.
Overigens is tenminste één datum niet correct vermeld. Preek 560 (pp. 129 – 131) zal wel niet op 5 april 1993 zijn gehouden, want dat was een maandag. Dat weet ik heel zeker, omdat op die dag onze tweeling werd geboren. Twee zwaluwen, die in dat jaar onze zomer aankondigden…
Gerrit de Kruijf, Kijk, weer een zwaluw. 37 Preken bij het evangelie naar Marcus. Bezorgd door Udo Doedens, Jilles de Klerk en Hanneke Ouwerkerk, Uitgeverij Skandalon Middelburg 2026, € 25,99