geef mij nu je angst (Joh. 20: 19 – 23)

Het eerste dat we horen na Pasen is dat er een kerkelijke vergadering wordt gehouden. “Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar”, staat er. Algemene kerkenraad van Jeruzalem? We laten even onze fantasie de vrije loop.

apostelen
apostelen

De voorzitter – is het Petrus? – schraapt zijn keel en opent de vergadering. Appel nominaal. Hij kijkt de kring rond.
Zonder kennisgeving afwezig: Tomas, weet iemand waar Tomas is; Judas?, weet iemand daar soms meer van? en bij de afwezigen verder natuurlijk …. Jezus zelf.
Dan vraagt Petrus aan Johannes, de secretaris, om de notulen van de vorige vergadering voor te lezen. Vergadering, gehouden, drie dagen geleden, hier ter stede, toen de Pesachmaaltijd werd gevierd.
Nauwkeurig wordt uit de notulen voorgelezen wat Jezus heeft gezegd, over brood en beker. En dat hij heeft voorspeld dat de hele kerkelijke vergadering van twaalf leerlingen hem af zou vallen.
De reactie van Petrus is genoteerd: Iedereen misschien, maar ik zal u nooit verlaten.
‘Dat klopt toch, Petrus, staat het zo goed in de notulen?’ wordt voor de zekerheid nog even aan hem gevraagd.
Hij knikt beschaamd, hoofd gebogen, zonder oogcontact te maken staart Petrus naar het tafelblad.

Zo zou je verder kunnen gaan. Dat kan heel creatief zijn en creatief maken – u hebt al gemerkt hoe ik vrolijk gegevens uit de verschillende evangelies door elkaar hussel – maar dat heeft allemaal niet zo veel met de werkelijke gang van zaken te maken. Het was geen kerkelijke vergadering op die avond van de eerste dag, en er waren zeker geen notulen, tenminste dat mag ik hopen. We lezen er in ieder geval niets over.
Maar wat er dan wel in het evangelie staat, heeft evenmin met de werkelijke gang van zaken te maken. Hoe het precies gegaan is, daar weten we niets van. Je kunt je daar alleen maar een voorstelling van proberen te maken, en dat is precies wat hier gebeurt.
Je kunt je voorstellen dat de leerlingen bij elkaar komen, in angstige onzekerheid. Wat nu? Jezus is dood. De droom is over. Zo staat het er dan ook. Ze zijn bang. Ze hebben de deur op slot. Dat is meer dan een huiselijke mededeling, dat zegt iets: Angst sluit af. Van angst ga je op slot, dan kan er niets of niemand meer bij je binnenkomen, dan heb jij je van de boze buitenwereld afgesloten, contact gestoord. Je hebt jezelf dan ook van elke mogelijkheid afgesloten om je door iets of iemand te laten raken. Angst slaat dood.
Maar, zegt u nu misschien, hoe kan dat nou? Hoe kunnen die leerlingen zo bang zijn? Vlak hiervoor is het verhaal van de Paasmorgen verteld, hoe ze het graf leeg hebben gevonden en hoe Jezus aan Maria is verschenen en haar naam heeft genoemd en hoe Maria vervolgens naar de leerlingen is gegaan en ze alles heeft verteld. Hoe kunnen ze dan dezelfde avond van diezelfde dag zo angstig en terneergeslagen zijn? Dat is toch niet te rijmen?
Zulke vragen komen op als je deze verhalen leest als zouden ze een verslag geven van de werkelijke gang van zaken. Dan wringt het inderdaad. Maar het gaat dunkt me om iets anders.

traliesDe boodschap van Pasen is één ding.
Het doordringen daarvan een tweede.
De vraag is: hoe komen angstige mensen er toe zich over te geven aan een boodschap van vertrouwen? En dat is opeens geen vraag meer van alleen toen, maar een vraag voor nu, voor jou, voor ons allemaal. De vraag is: Hoe wordt een mens bevrijd van een in zichzelf gekeerde angstige bezorgdheid, die afsluit, die buitensluit? Hoe kunnen mensen zich de Paaservaring eigen maken, als iets wat voor je eigen leven geldt, in je eigen situatie? Hoe kunnen voor jou gesloten deuren opengaan, gesloten en op zichzelf gerichte kringen van mensen zich openen? Hoe kunnen mensen in vastgelopen, doodgelopen situaties, een nieuwe doorgang vinden?

Al die verhalen van na Pasen, de zogenaamde verschijningsverhalen, gaan dáárover. Hoe Pasen werkelijkheid wordt. Hoe de Paaservaring nieuw leven wekt.
Als je met zulke ogen opnieuw naar die paar beknopte mededelingen uit het evangelie kijkt, dan vallen er een paar dingen op:
Allereerst, de bankring wordt van buiten opengebroken. Jezus komt in hun midden staan en wens hun ‘vrede’. Hoe dat kan, is een mysterie. Er wordt geen verklaring gegeven en geen verklaring gezocht, maar het is zo. Hoewel de deuren gesloten waren, staat Jezus in hun midden. Staat Jezus in hun midden op (?). Tegen de angst en de bangheid, plaatst hij zijn vredeswens. De gesloten kring waar de angst regeert, wordt van buitenaf open gebroken. Daarom wensen wij elkáár de ‘vrede van Christus’. Het werkt alleen maar als je het doorgeeft, aan elkaar. Als het je zelf eerst toegezegd wordt.
Tot twee maal aan toe herhaalt Jezus de vredegroet. De tweede keer nadat hij de tekenen van zijn lijden heeft getoond, zijn handen – die op de vergadering van drie dagen geleden nog het brood hebben gebroken en de beker hebben gezegend; zijn zijde – waaruit bloed en water vloeide toen de soldaat hem daar in stak toen hij al dood aan het kruis hing (Joh. 19: 34).

Het tweede dat opvalt is dat wonderlijke gebaar van Jezus die over de leerlingen heen blaast en hen de Geest toezegt. Pasen en Pinksteren op één dag. En dan in één ademzucht: ‘Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven’, en het omgekeerde.
Wat betekent dat nu? Is dat nu wat in deze situatie de hoogste prioriteit heeft? Zonden vergeven?
Misschien is juist het zonden vergeven wel een uiterst concrete toepassing van Pasen.
Want wat is zonden vergeven? Dat is toch, dat een mens op een of andere manier in staat wordt gesteld zijn verleden achter zich te laten, en zich nieuw op haar toekomst te richten. Zonden vergeven, dat is het unieke menselijke vermogen, die het mogelijk maakt dat je geen veroordeelde bent van het verleden, dat een mens altijd opnieuw kan beginnen (vgl. Hannah Arendt).
Vergeving is juist nodig na Pasen, om de leerlingen (= de kerk) in het reine te laten komen met haar verleden en steeds weer open te maken voor de toekomst.

Denk aan Tomas, nu zonder kennisgeving afwezig, maar straks krijgt hij een herkansing in ditzelfde evangelie. Tomas krijgt de ruimte om zijn eigen weg naar geloof te zoeken en te vinden. Een geloof dat de twijfel niet overwint, door het terzijde te schuiven, maar door het op te nemen, in zijn manier van geloven te integreren. Tomas gelooft met en door zijn twijfels, en zo mogen wij dat ook doen.

Denk aan Judas – verkeerd voorbeeld? Nee, maar hij is het contrastbeeld. Het beeld van de mens, die niet kan geloven aan de kracht van de vergeving, die sterft aan de kracht van Pasen. Daarom verhangt hij zich, hij ziet geen toekomst meer. Dat is de tragiek van de zelfmoordenaar, dat je geen uitweg meer ziet. Dat het Paaslicht niet meer in zijn of haar duisternis door kan dringen.

Steve Sherrit
Steve Sherrit

Denk aan Petrus, nu misschien met het schaamrood op de kaken als hij terugdenkt aan de laatste dagen, zijn grote mond en zijn bange hart. Deze Petrus krijgt de ruimte om tot drie keer aan op zijn verloochening terug te komen. Het wordt in ditzelfde evangelie verteld, net als het verhaal van Tomas.
Deze leerlingen zijn de beelden, in negatief en positief, die wij nodig hebben, om het evangelie van Pasen concreet en sprekend voor ogen te krijgen.
Zoals zij, zo mogen ook wij een nieuw begin maken, telkens weer. Dat is het leven, toch.
Niet: het verleden regeert, je bent slachtoffer van wat gebeurd is, maar: de toekomst ligt open, je angst voorbij, je mag je nieuw toevertrouwen aan het leven, de bankring wordt doorbroken. Vergeven is zo de uiterst consequente en concrete verwerkelijking van Pasen. Als je tenminste gelooft dat Pasen betekent: een nieuw leven. De dood werkelijk overwonnen.

Zie je tenslotte, hoe in dit korte verhaal de leerlingen van bang naar blij veranderen?
Het is omdat de Heer in hun midden is, met zijn vrede, met zijn adem, zijn inspiratie. De bankring wordt van buitenaf doorbroken. Gods vergeving breekt gesloten situaties open.
Pasen is: de Geest van Jezus doorbreekt ons angstig stilzwijgen.
Wij krijgen woorden en gebaren in de mond gelegd. En als er in je leven momenten en situaties zijn, dat wij het zelf niet meer weten, als wij niet weten wat wij bidden zullen, of moeten zeggen, zoals het in de Romeinenbrief wordt verwoord, als dat het geval is, weet dan dat je hoe dan ook weer op weg wordt geholpen. De Geest zelf helpt ons in onze zwakheid, pleit voor ons met woordloze zuchten.
Is dat geen sprekende troost?

View Comments (3)
  1. Beste dominee Bert Altena. Gistermorgen een overdenking gehoord waarbij mijn aandacht bleef haken op de Bijbeltekst waarin Jezus tegen zijn leerlingen zegt dat zij de macht krijgen om zonden wel of niet te vergeven. Zelf zit ik met een vraag over een deel van mijn verleden waarvan ik nog niet onderscheiden kan of het in de ogen van God zonde is of niet. Dat is niet prettig. Vanmorgen kwam ik tijdens het surfen n.a.v. het bekende lied ‘Geef mij nu je angst’ uw overdenking tegen over dit thema, dat Jezus zijn discipelen die volmacht geeft over vergeven. Op de een of andere manier heb ik het gevoel dat ik door de inhoud van uw overdenking weer een stukje verder ben in het onderscheiden van hoe en wat. Mijn probleem is niet dat ik niet met zonde om kan gaan, ik geloof in de kracht van vergeving. Maar daarvóór heb ik onderscheidingsvermogen nodig in wat terechte en onterechte schuldgevoelens bij mij zijn en daar ben ik door uw overdenking weer een stukje verder in gekomen. De essentie zit voor mij in dat gedeelte naast dat plaatje met het oranje kruis. Ik voel dat ik nu weer vertrouwen heb dat Gods Geest me verder gaat helpen in dit proces van zelfreflectie en dat ik er uit kom. Bevrijd word. Het verleden achter me kan laten op een goede manier. Een tekst van Paulus helpt me ook in dit verband: ‘als dan alles aan het licht komt is het licht’ Prachtig zoals u de dingen onder woorden heeft gebracht. Eigenlijk kan ik niet in woorden uitdrukken in welke grote mate uw overdenking me (goed) doet. Heel hartelijk dank en veel verdere inspiratie gewenst op uw levensweg. Anne Brouwer

  2. Henk Moens

    Vanwege vrij ernstige ziekte van onze predikant heb ik op mij genomen (scriba/preelezer) verschillende erediensten voor te bereiden en uit te voeren. Hiervoor heb ik enige preken van u gebruikt en daaromheen liederen en gebeden bijpassend uitgekozen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *