De Israëlische socioloog Eva Illouz heeft met Explosieve moderniteit een ambitieus boek geschreven. Ze bespreekt de belangrijkste menselijke emoties, zoals afgunst, woede, angst, jaloezie en liefde. Ze doet dat niet als psycholoog of filosoof, maar vanuit haar eigen vakgebied: de sociologie. Want emoties zijn niet slechts individuele kenmerken, ze uiten zich ook in sociaal en maatschappelijk verband. De alomvattende vraag van haar boek formuleert ze zelf als: op welke manier heeft de moderniteit zich in ons emotionele leven ontvouwd.
De inleiding op haar boek draagt niet voor niets de titel: het onbehagen in de emotionele cultuur. Het is een toespeling op het bekende werk van Sigmund Freud, inderdaad de grondlegger van de moderne psychologie. Hij schreef deze cultuurfilosofische studie bijna een eeuw geleden, onder een ander gesternte. Voor Illouz wordt onze hedendaagse cultuur gestempeld door het emotionele. De maatschappij heeft een vormende invloed op ons geestelijk leven. “Omdat emoties sociaal zijn, hebben ze een culturele en sociale grammatica, die ons helpt na te denken over de gevoelens van anderen…”, schrijft ze. “Ook al is (…) geen van de emoties waarover we het hebben op zich modern, toch werden ze nog nooit zo sterk als nu getriggerd door instituties als de consumentenmarkt, de economische ongelijkheid en de dominantie van de economie. Niet eerder hebben economische, culturele en politieke instituties zo systematisch emoties opgeroepen.” Daarom spreekt ze van een ‘explosieve’ moderniteit. Ons maatschappelijk lontje is kort.
Dat wordt nog eens versterkt door de individualisering: “De verwerving van emotionele zelfkennis vindt niet langer plaats in het kader van de vorming van het karakter en oriëntatie op morele waarden, deugden en het goede. Individuen zijn vooral gericht op hun eigen doelen, plezier en gevoelens. Als je relaties en identiteiten vrij kunt kiezen en er ook weer afscheid van kunt nemen wanneer je dat wilt, als werk en studie het resultaat zijn van eigen keuzes en ambities, als huwelijk en intimiteit het resultaat zijn van beslissingskunst, dan wordt het succes dan wel het falen van het individu op deze gebieden toegeschreven aan zijn psychologische aard (…) zijn ‘emotionele gezondheid’.”
Wat haar boek bijzonder maakt is dat ze de respectieve emoties nader onderzoekt aan de hand van literaire voorbeelden. Literatuur vormt voor haar een ‘bron van collectief zelfbegrip’, maar laat ook het ambivalente karakter van onze emoties voelen. Illouz gebruikt de literatuur niet normatief maar illustratief en geeft grif toe dat haar keuze ‘enigszins willekeurig’ is. Zodoende komen we bijvoorbeeld Madame Bovary tegen in het hoofdstuk over teleurstelling, of Jago, uit Shakespeare’s Othello, die een illustratie is van afgunst, en wordt gerefereerd aan het werk van Joseph Roth in het hoofdstuk over nostalgie en ontheemding. Daarnaast figureren nog vele anderen, zoals Marcel Proust, Annie Ernaux of Guy de Maupassant.
Eva Illouz, die als hoogleraar sociologie verbonden is aan de Universiteit van Jeruzalem, schreef een onderhoudend boek. In haar dankwoord aan het einde schrijft ze dat ze lang met dit boek is bezig geweest. Mij bekroop de gedachte dat ze misschien té lang aan dit boek heeft gewerkt. Ze haalt ongelofelijk veel aan, citaten, denkers, schrijvers, boeken en wil dat allemaal een plek geven. Het is op zich interessant, maar ondertussen valt het niet mee een rode draad of verbindend inzicht in deze veelheid te ontdekken. Ze legt de vinger op veel verschijnselen, die je als lezer allemaal wel min of meer herkent, maar hoe het met elkaar samenhangt wordt eigenlijk niet goed duidelijk. De manier waarop ze dat zelf met elkaar verbindt, roept regelmatig vragen op. Het meest krasse voorbeeld is als ze in het bestek van een halve pagina van de zelfontkenning van vrouwen, die Betty Friedan analyseerde in de jaren zestig (als een vrouw ongelukkig is in het huwelijk ligt dat aan haar), overspringt naar de ontkenning van de linkse Franse intellectuele die blind waren voor de gruwelen van het Stalin regime, en meteen doorschakelt naar “hetzelfde zelfbedrog en dezelfde ontkenning van de werkelijkheid die zoveel leden van de linkse politieke partijen wereldwijd hebben verblind in hun niet-aflatende steun voor Hamas, zelfs nadat dit op 7 oktober 2023 misdaden tegen de menselijkheid pleegde.” Het zal wel in de hitte van het moment geschreven zijn en vanuit Israëlisch perspectief, maar dit lijkt me toch een tikkeltje te emotioneel gekleurd en in ieder geval argumentatief onder de maat.
Een vergelijkbaar oordeel geldt voor de literaire uitstapjes. Hoe onderhoudend ook, ze voegen niet iets substantieels aan haar argumentatie toe. Het blijven willekeurig gekozen fragmenten en illustraties.
Haar boek is daardoor een interessante maar ondanks, of misschien wel door, de veelheid aan informatie ook wat oppervlakkige verkenning van onze sociale emoties. Het lijkt er op dat ze zich aan de alomvattende vraag waarmee het begon, toch wat heeft vertild.
Eva Illouz, Explosieve moderniteit. Hoe emoties onze tijd bepalen, Uitgeverij Ten Have Utrecht 2025, 288 pag., €29,99