Zijn boek Religieus atheïsme uit 2021 kreeg de nodige belangstelling en hij er won er zelfs een prijs mee. Bewijs, volgens Erik Meganck, van het belang van het onderwerp. In zijn nieuwste boek, God. Naar een andere filosofie borduurt hij daarom op hetzelfde thema voort.
Meganck studeerde o.a. filosofie en theologie en is in Vlaanderen een gekende universitair docent. Waar zijn vorige boek zich richtte op het atheïsme, dat zich bezig houdt met het ontkennen van God, gaat het in dit boek om de verkenning van een nieuw soort filosofisch beamen van God. Niet natuurlijk zoals in de oude (volks)voorstelling van de ‘oude witte man’ – die god heeft voorgoed opgehouden te bestaan – maar god/God met andere woorden of beelden. God niet als een substantie (een ding) maar als een gebeuren: “God is de Naam voor het gegeven dat er betekenis en dus wereld komt, voor de ervaring van het de gave van zin” (p. 34).
In de hedendaagse filosofie is god al jaren terug van weggeweest. Dat wil zeggen, in de continentale filosofie en bij postmoderne denkers, waar Meganck zich bij thuis voelt.
De analytische filosofie, met haar nadruk op strikte logica en koel argumenteren, komt als het om dit thema gaat niet verder dan wat Meganck ‘plat atheïsme’ noemt en dat hij met een zekere graagte belachelijk maakt. Als je alleen weet wat je kunt meten, valt een groot deel van de werkelijkheid buiten je bereik, en laat dat nu net het meest interessante deel van het bestaan zijn.
Een groot deel van het boek is gewijd aan de filosofische hertekening van het veld. Uitgebreid bespreekt hij het filosofisch religieuze atheïsme, dat dus niet meer gelooft aan een oppergod die de gehele zijnsstructuur moet schragen, maar wel een openheid cultiveert voor wat niet in het systeemdenken van de moderniteit past. De (filosofische) moderniteit wordt immers gekenmerkt door een grenzeloos vertrouwen in de ratio en de illusie dat de wereld en de werkelijkheid volledig kenbaar, lees: beheersbaar is.
In het tweede deel beschrijft hij een aantal trajecten waarlangs zich een nieuw filosofisch spoor ontwikkelt. We komen dan de bekende namen tegen van filosofen/theologen van de post-theïstische school, zoals John Caputo, Jacques Derrida. Richard Kearney en Gianni Vattimo. Wie met hun werk enigszins bekend is zal veel daarvan herkennen. In al hun onderlinge verscheidenheid gaat het misschien wel om een nieuw soort spreken, filosofisch en religieus: “God is nooit echt verdwenen. Die Naam is zo weerbarstig … en hij is ook nog eens heilig, omdat er niets aan vastkleeft (vandaar dus de hoofdletter). Er bestaat geen ‘ding’ dat we God hebben genoemd. De Naam kleeft nergens aan vast, maar blijft des te meer; met een fraai oud woord, beklijven. Begrippen beklijven niet, die zijn te steriel, te glad en te transparant. Daar moet eerst het schuurpapier van de dichter overheen. Een begrip verandert niets, het consolideert. Theopoëzie transformeert een mens en is daardoor het goddelijke wellicht meer nabij” (p. 209).
Meganck heeft opnieuw een meeslepend boek geschreven, juist omdat het niet een strak betoog is maar een verkenning van het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken. Zijn stijl heeft iets postmodern – wat met het bovenstaande citaat wordt geïllustreerd – een zoekend, dwalend, tastend, meanderend mijmeren, met soms verrassend stellige en boude uitschieters.
Het wordt wel duidelijk waar hij zich tegen verzet, maar minder hoe dat dan in positieve zin gestalte krijgt. Maar wellicht is dat gegeven met het postmoderne karakter van zijn filosofisch avontuur, waarin vooral de openheid en de ontvankelijkheid wordt gecultiveerd en dat huiverig blijft voor iedere fixatie. God laat zich niet vangen … voor de filosofie een weet en voor de theologie een geluk.
Erik Meganck, God. Naar een andere filosofie, Kok Boekencentrum Utrecht 2026, 192 blz., €22,99
Zie ook recensie van Ger Groot