Een paar dagen later wordt er vanwege het incident een ingelaste gemeenteraadsvergadering gehouden.
De autoriteiten zijn nogal verrast. Niemand heeft dit zien aankomen. Wat is er eigenlijk precies gebeurd?
Een grote groep mensen was zomaar opeens in hun buurt neergestreken. Het was een groot evenement op een afgelegen plaats, een verlaten terrein tussen hun dorpen. Niemand op het gemeentehuis wist er van. Het was nergens aangekondigd. Maar de mensen waren overal vandaan gekomen en ook waren er mensen uit hun eigen gemeenschap bij. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Daarover vergadert de gemeenteraad.
Het is duidelijk dat er geen vergunning is verleend. Sterker nog, die is nooit aangevraagd. Eigenlijk was het dus een illegaal feest. Een rave.
Geen vergunning, maar ook geen enkele organisatie. Geen bewegwijzering, geen EHBO, geen toiletvoorzieningen. Meer dan 5000 mensen op een festivalterrein. Je wilt niet weten hoeveel troep die achterlaten. Vraag dat maar aan de jongens van de vuilophaaldienst, die de andere dag het terrein moesten schoonmaken.
Wie draait er voor die kosten op?
Tja, wie is er aansprakelijk? Het schijnt dat de mensen kwamen om Jezus van Nazareth te zien, de zoon van de timmerman uit een dorp even verderop, in een andere gemeente. Of daar een organisatie achter zit, is niet helemaal duidelijk. Het lijkt er niet op.
Maar die Jezus en zijn vrienden, die zijn alweer verder getrokken, het meer over. In ieder geval zijn ze ver buiten de gemeentegrenzen.
En dan is er nog die kwestie van het overschot. Want naast alle troep die de festivalgangers achter hebben gelaten, zijn er ook twaalf manden met brood gevonden, halve broden, hele broden, broodresten. Kakelvers en helemaal gaaf.
Wat moet daar mee gebeuren?
Het is een apart agendapunt op de gemeenteraadsvergadering. En juist bij de bespreking van dit punt lopen de gemoederen op.
‘Die twaalf manden met brood, dat moet niet in de vuilnis’, zegt de vertegenwoordiger van christendemocratische fractie. ‘Wij hebben in ons dorp een voedselbank, een mooi initiatief van vrijwilligers voor mensen met een smalle portemonnee. De voedselbank kan die twaalf manden met brood goed gebruiken’.
‘Hoezo moet dat naar de voedselbank’, roept de leider van de socialisten. ‘Het is een schande dat er zoiets is als een voedselbank. Laat de regering eerst maar eens de uitkeringen verhogen en zorgen dat iedereen een leefbaar inkomen heeft, dan is er geen voedselbank meer nodig. Als je het brood aan de voedselbank geeft, hou je het onderliggende probleem van de armoede in stand. Dat moet je niet willen’.
‘Als het dan niet naar de mensen mag, dan misschien wel naar de varkens?’, vraagt de afgevaardigde van dorpsbelangen uit een van de dorpen. Bij ons hebben we een prachtig project, de dorpsvarkens. Zij hebben een eigen terrein, waar ze kunnen wroeten en zorgen dat het gebied vrij blijft van de Japanse duizendknoop, een schadelijke exoot. Aan het einde van het seizoen gaan ze naar de slager, verdelen we samen het vlees, en in het voorjaar komen er weer nieuwe biggetjes. Die varkens lusten alles, dat brood kan daar goed naar toe’.
‘Hoe durf je dat voor te stellen’, roept een lid van de religieuze radicalen met een rood aangelopen hoofd. ‘Ik ben er niet bij geweest, maar ik heb gehoord dat dit brood over is gebleven van een feestelijke maaltijd. Daarbij is God gedankt en is er een zegen over uitgesproken. Wat je daar ook van vindt, dit is niet zomaar brood, het is geheiligd brood. Manna uit de hemel. En u weet allemaal wel dat je zorgvuldig met het manna om moet gaan. We moeten het onaangeroerd laten, uit eerbied en respect’.
‘Wat is dat voor onzin’. Het jongste gemeenteraadslid, van de partij voor de toekomst. ‘Kent u, schriftgeleerde, uw eigen traditie niet? Manna is maar één dag goed. Als dit manna was, dan was het al lang verschimmeld.
Maar het brood is nog in uitstekende conditie, dus moeten we er een goede bestemming voor vinden. Waarom sturen we het niet naar ons buurland. We weten allemaal dat daar een hongersnood dreigt, nu de oogst is mislukt. We zouden ze goed kunnen helpen, al zijn het maar twaalf manden, maar toch. Voedsel mag niet verspild worden en zo helpen we een medemens in nood’.
‘Ach, mevrouw, wat is dat een romantische gedachte, goed bedoeld hoor, maar zo werkt het niet’ meldt zich de leider van de partij voor het midden- en kleinbedrijf.
‘Ik wil even benadrukken, namens alle bakkers in onze gemeente, dat we hoogst onaangenaam getroffen zijn door alles wat er is gebeurd. We wisten van te voren niet dat er zoveel mensen zouden komen, maar toen ze er eenmaal waren hebben we erop ingespeeld door extra brood te bakken. We zouden toch mogen verwachten dat al die toeristen het nodige in onze dorpen zouden besteden. Een mooie opsteker voor de lokale economie. Maar niets van dat alles. Ze hadden eigen brood mee, of nou ja, op een of andere manier dan. Hoe dan ook, wij hebben er economisch niks aan over gehouden, integendeel, we zitten nu met de kosten.
Dat brood, dat moet vernietigd worden. Als we dat ook nog eens gaan uitdelen, blijven onze bakkers opnieuw met hun voorraad zitten. Dat brood moet doorgedraaid worden. Anders wordt de markt verstoord’.
Zo gaat de vergadering nog een tijdje door.
De kwestie van de niet aangevraagde vergunningen is allang van tafel. Alles draait nu om de vraag wat er met het overgebleven brood moet gebeuren?
Wat doen we met wat over is?
We kennen allemaal het verhaal van de broodvermenigvuldiging. Van de vijf broden en de twee vissen. Maar heb je er ooit bij stil gestaan wat er met die twaalf manden die overblijven is gebeurd? Daar vertelt het verhaal dan weer niks over…
Trouwens, er blijft wel brood over, maar geen vis?
Je kunt het verhaal lezen als een voorbeeld van de bijzondere gaven die Jezus bezit. Als hij vijf broden en twee vissen gaat breken, dan is er meer dan genoeg voor iedereen. Tenminste, nadat hij de zegen heeft uitgesproken. Jezus doet wonderen. Zoals Hij straks over het water loopt. Jezus kan dingen die gewone mensen niet kunnen.
Dat mag zo zijn, maar we voelen ook wel aan dat het verhaal daarmee niet is verteld. Er zit meer achter. Het heeft ook een symbolische lading en betekenis. De hele manier waarop het verteld wordt, doet niet voor niets denken aan de maaltijdviering in de christelijke gemeente, het avondmaal. Hij neemt het brood, spreekt er de zegen over uit, breekt het en geeft het aan zijn leerlingen. Liturgische taal. En de leerlingen geven het door.
Als je breekt en deelt, dan is er genoeg voor iedereen. In ieder geval, is er dan meer dan je had gedacht.
Ook dat is een mooie gedachte. Maar er zit nog meer in, dat laten die getallen zien. Ook dat weten we wel, dat in de bijbel vaak getallen een bijzondere betekenis hebben. Vijf broden, en twee vissen, samen zeven. Zeven is voldoende, vijf en twee. En dan de twaalf manden, ook zo’n bijbels getal dat verwijst naar de volheid van het volk Israël, de twaalf stammen, of denk aan de twaalf discipelen van Jezus. En dan die vermelding van de 5000 aanwezigen. Dat wil zeggen, mannen, want de vrouwen en kinderen worden niet meegeteld. Dat is dan wat jammer, dat zouden we vandaag anders doen. Maar die vijfduizend, is ook weer een verwijzing naar het geheel van de gemeenschap.
Twaalf manden blijven over.
Dat het er twaalf zijn, wil iets zeggen. Maar ook, dat ze overblijven.
Dat laatste is een teken van de overvloed die Jezus brengt. Er is een soort overdaad in zijn goedheid, die uitstraalt in dit detail. De mensen zijn verzadigd. Er is meer dan genoeg. Er is genoeg om van te blijven delen, betekent dat misschien ook.
Daarom is het niet zo raar om je af te vragen, wat we met dat overschot moeten doen.
In onze wereld is er meer dan genoeg voor iedereen.
We slagen er in een groeiende wereldbevolking van voedsel te voorzien.
En het is redelijk gelukt om de grote hongersnoden te bestrijden, al blijft de verdeling wereldwijd ongelijk en al leven er nog steeds teveel mensen in armoede en gebrek, en dat niet alleen in de zogenaamde derde wereld.
Er is genoeg voor iedereen, maar het eerlijk delen, dat lukt ons nog steeds niet zo goed.
U kent de uitspraak van Gandhi: Er is in de wereld genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte.
Het zijn schrijnende cijfers, hoe een klein percentage superrijken wereldwijd een veel te groot deel van de welvaart zich toe-eigent. Kennelijk hebben we met elkaar een economisch systeem dat dat mogelijk maakt…
Maar eerlijk delen duurt het langst.
Het begint met het besef dat wat wij hebben, niet van ons is, maar ons gegeven wordt.
Delen is niet, weggeven wat jij teveel hebt of wel missen kunt.
Delen is, samen ontvangen en dan eerlijk verdelen.
In het broodwonder van Jezus is dat essentieel. Jezus heeft niet vijf broden en twee vissen meegenomen om daar zijn hocus pocus truc mee te doen. Het is geen magie.
Nee, na inventarisatie blijkt dat er niets is dan die vijf broden en twee vissen. En dan zegt Jezus, Breng ze mij. En dan deelt Hij het uit, maar niet nadat Hij er de zegenbede over uitgesproken heeft. Dat is nog wat meer dan ‘zullen we even stil zijn’. Het zegengebed, dat wil zoveel zeggen, dat Hij dankt voor deze gaven. Hij kijkt omhoog naar de hemel, staat er in de tekst. Hij weet waar het brood, waar alles wat wij hebben, vandaan komt. Niet van ons zelf, maar van God, die de groeikracht geeft, onze Vader in de hemel, die ‘de zon laat opgaan over goede en slechte mensen en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen’ (Mat. 5: 45).
Twaalf manden blijven er over. Dat ze overblijven, zegt iets. Maar ook dat het er twaalf zijn. Het getal van volheid.
Wat doen we met wat over is, met de overvloed die God ons schenkt…?
Uiteindelijk zijn ze er op de gemeenteraadsvergadering uitgekomen.
Die twaalf manden, die staan voor het geheel van onze gemeenschap. ‘Wat zou het een mooi idee zijn’, stelt de mevrouw van de partij voor samenleven voor, ‘om op hetzelfde festivalterrein opnieuw een feestje te houden, voor alle mensen uit alle dorpen uit onze gemeente, en voor wie verder mee wil doen. We hebben al twaalf manden met brood. En als iedereen zelf wat meeneemt, een restje soep, wat smeerseltjes, dan maken we er een feestelijke maaltijd van. Laat die bakkers ook maar komen, en de mensen van de voedselbank en ook die dorpsvarkens, waarom niet?
Dan wordt het een feest van verbroedering en verzustering, van verbondenheid.
Iedereen is welkom.
Vrouwen en kinderen als eerste…