Overdenking

Een goed begin…, Marcus 1: 1-11

Ruim een jaar geleden, nog voor alle beperkingen, was ik samen met mijn vrouw en een van onze dochters op een grote rommelmarkt. Ieder van ons dwaalde daar zelf rond en aan het einde troffen we elkaar weer en bekeken we wat we gevonden hadden. Ik stond daar met twee dikke boeken. ‘Waar gaan die over?’ vroeg mijn dochter. ‘Dit zijn commentaren. Uitleg over de Bijbel’. Zegt mijn dochter: ‘Weet je het dan nóg niet?’

Vandaag lezen we het begin van het Marcus evangelie. We beginnen weer van voren af aan. We lezen in dat evangelie dat we al zo vaak hebben opgeslagen, verhalen die we al zo dikwijls hebben gehoord. Weten we het dan nog niet?

Op een bepaalde manier begin je met de Bijbel altijd weer opnieuw. Dat is met de aard van dit boek gegeven. De Bijbel is er om ons geloof te voeden. En zolang het geloof een levende zaak is, blijf je met die Bijbel leven. Want geloof is net als het leven zelf, iets waar je nooit klaar mee bent.

Het geloof is geen leer, maar een bestaansmededeling. Dat is een uitspraak van Søren Kierkegaard. Hij bedoelt daarmee, dat het geloof iets is wat zich in het bestaan moet verwerkelijken. Het is geen gefixeerde leer, voor altijd vastgelegd, maar geloof is een levend en dus ook veranderlijk iets. Het beweegt mee met jouw leven, want het gaat nooit buiten je eigen persoonlijke betrokkenheid om. In het geloof ben je zelf in het geding. Het vraagt om je eigen inzet. Dat is die bestaansmededeling.

Marcus begint zijn evangelie.
En vanaf het allereerste begin wordt duidelijk dat dit boekje geen neutrale levensbeschrijving van een zekere Jezus Christus biedt; maar dat het hem er om begonnen is om mij, om jou, om de lezer mee te krijgen in het wonderlijke verhaal dat hij te vertellen heeft. Om jou zo ver te krijgen, dat je ook gefascineerd raakt door de hoofdpersoon van die verhaal: Jezus, die blijkt te zijn Zoon van God, Messias, Bevrijder.

Je kunt het hele evangelie van Marcus, overigens een verrassend beknopt boekje, zien als een doorlopend verhaal om de identiteit van Jezus bekend te maken. Identiteit is natuurlijk een modern woord. Maar het gaat om de vraag: wie is Jezus?
Midden in het evangelie stelt hij zelf die vraag: wie zeggen de mensen dat ik ben? Wie zeg jij dat ik ben?

Wie is Jezus?
De omstanders in het verhaal verbazen zich daar regelmatig over, bij alles wat hij doet en zegt. De leerlingen die Jezus om zich heen verzamelt, begrijpen er meestal weinig van. Dat zijn allemaal motieven die meespelen. Hij blijkt anders te zijn dan ze verwachten, een Koning die heerst door te dienen, de Zoon van God is een gekruisigde man uit Nazaret.

Dat is in een notendop het verhaal van Marcus.
Hij vertelt het, zoals gezegd, uiterst beknopt, maar zeer geraffineerd. Korte, flitsende fragmenten, op een kunstige manier aan elkaar geregen, met tal van onderlinge verwijzingen. Hoe meer je erop studeert, bijvoorbeeld aan de hand van dikke commentaren, hoe meer je ontdekt. In het komende liturgische jaar zullen we dat gaan ervaren.

Maar vandaag dus, dat begin.
Het staat er letterlijk: Begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.
Over die eerste zin is al het nodige te doen. Is het een opschrift, de titel van het boek? Heeft Marcus dat er zelf boven gezet? Of is het de beginzin van zijn verhaal? In den beginne…

En als dit boek gaat over de vraag wie Jezus is, geeft de schrijver dan al niet meteen in het begin de plot weg? Haalt hij niet alle spanning eruit, als hij het antwoord direct al geeft?
Dat zou je denken, als het evangelie zoiets zou zijn als een detectiveverhaal, een whodunnit, Maar het is geen spannende roman, het is vanaf het allereerste begin geloofspropaganda. De spanning is niet zozeer, wie Jezus is, maar vooral of jij, lezer, hoorder, meegaat in dit verhaal van Jezus. Of je navolger wordt, of je met Hem meegaat. Daarvoor schrijft Marcus zijn boekje, om jou, om mij te overtuigen.

Het wordt ‘evangelie’ genoemd. We zijn nog steeds bij de beginzin. Voor ons een vertrouwde term voor een bepaalde soort Bijbelboeken. Maar letterlijk is het: goede boodschap. Blijde tijding. Een proclamatie van een nieuwe situatie. In het woord evangelie komen vorm en inhoud samen.

Er staat ‘zoon van God’, niet: de zoon van God. Moet het dan wel met hoofdletters, alsof het hier al gaat om de tweede persoon van de dogmatische triniteit – in de oudste handschriften wordt een schrift zonder hoofdletters gebruikt – dus kan het ook veel algemener slaan op een vroom mens, zoals in die tijd gebruikelijk, dus minder exclusief. Bovendien ontbreken deze woorden in een aantal handschriften.

Nou, ik hou op, voordat het te gedetailleerd wordt.
Als je begrijpt dat het gaat om de vraag wie Jezus is – niet in het algemeen, niet in theorie, maar wie Jezus is voor jou; dan heb je denk ik al de goede leeswijzer te pakken. Dan komt het vervolgens dus op jouw antwoord, jouw respons aan.
Er is iets in het begin van het evangelie, dat we vandaag gelezen hebben, dat daar misschien al vast een aanwijzing voor kan geven.

Er wordt van alles in verteld – ook hier merk je weer hoeveel er in een paar regels verborgen zit. Het gaat over Johannes en het gaat over Jezus.
Het gaat over Judea en Jeruzalem – waar Johannes optreedt – en over Galilea, waar Jezus vanuit Nazaret komt (het zuiden en het noorden).
Tegenstellingen die ook een rol spelen in het verdere verloop.
Maar het gaat natuurlijk vooral over de doop van Jezus, dat met bijzondere symbolische verschijnselen gepaard gaat. De hemel die openscheurt; de Geest (hoofdletter?) die als een duif neerdaalt; en vooral de stem uit de hemel: jij bent mijn geliefde Zoon (hoofdletter?). En dan staat er: in jou vind ik vreugde.

Die stem uit de hemel, dat is natuurlijk God!? Ja, maar dat staat er niet. Het is een stem uit de hemel, die verderop in het verhaal nog een keer klinkt, het verhaal van de verheerlijking op de berg. Hoe dan ook, iets van het mysterie blijft bestaan, hoe duidelijk het allemaal ook misschien lijkt.
Maar dat laatste: in jou vind ik vreugde, is voor mij vandaag een krachtige aanwijzing die de richting bepaalt. Vanwege die ‘vreugde’, die ook weer terugverwijst naar het begin, het ‘evangelie’ als het goede, blijde nieuws.

In dit wonderlijke, onverwachte, tegendraadse verhaal dat hier verteld gaat worden, we staan nog maar aan het begin – in die wonderlijke, onverwachte, tegendraadse weg die deze Jezus uit Nazaret gaat, met en voor en tussen de mensen, onbegrepen en ongekend; een weg die uiteindelijk dood lijkt te lopen op het kruis, in dat alles – het leven en het geloof – is er een diepe vreugde die daar onder ligt, die daar de grondtoon van uit maakt, hoe dan ook. In JOU vind ik vreugde.

Wie Jezus ook is, hij is degene in wie de bron van vreugde ligt. Ook voor jou. Ook voor mij.
Misschien hoor ik er te veel in?
Maar voor mij is die uitspraak – de stem uit de hemel – het beeld van het leven zelf, met al zijn wonderlijkheden en onbegrijpelijkheden; in heel dat leven van ons, begin je steeds weer opnieuw, steeds weer van voren af aan. Maar de grondtoon is en blijft die van de hemelse vreugde, van het evangelie, de blijde boodschap. Van begin tot einde.

De vreugde om de bevrijding, om de genade, om de goedheid van God die uiteindelijk alles draagt, ook mijn leven en mijn bestaan, die kleur geeft aan mijn dagen, troost in dagen van verdriet en grauwheid, en bij alles wat er in de wereld en in je eigen leven gebeurt.

Om die vreugde te vinden, moet je bij Hem zijn. De koning aan het kruis.
Weet je het nou nóg niet?

AMEN

Previous Post

No Comments

Leave a Reply