duurzaamheidsviering

Jaren geleden stond er een verhaaltje in het toenmalige zendingsblad Vandaar, dat indruk op mij maakte: Als de wereld een dorp was met 1000 inwoners…

Als de wereld een dorp was met 1000 inwoners… dan zouden er 565 Aziaten wonen, 140 Amerikanen in Noord en Zuid, 210 Europeanen en 85 Afrikanen. Misschien dat die cijfers inmiddels wat anders liggen, maar globaal zullen de verhoudingen niet veel anders zijn. Wij zijn slechts een minderheid.
Als de wereld een dorp was met 1000 inwoners… dan zouden er 300 christenen zijn, 159 gekleurd en 141 blank. Wij zijn slechts een minderheid.
Als de wereld een dorp was met 1000 inwoners… dan zou de helft van alle energie in het dorp verbruikt worden door 150 mensen; dan zouden 230 mensen 60% van alle voedsel consumeren; 150 mensen in ons dorp zouden met honger naar bed gaan; dan zouden de 200 rijkste mensen 80% van de inkomsten van het dorp onder elkaar verdelen; de 200 armsten zouden het moeten doen met 1,4%.

Waarom maakte dat indruk op mij?
Het is niet om ons een schuldgevoel aan te praten of een bezwaard geweten. Dat zeker niet. Je kunt overigens met cijfers ook prima een positief verhaal vertellen. Misschien kent u de YouTube-filmpjes met de Zweedse statisticus Hans Rosling. Hij vertelt op basis van cijfers en met veel mooie animaties een spectaculair verhaal, over hoe extreme armoede langzamerhand uit onze wereld verdwijnt, hoe de levensomstandigheden over het algemeen op tal van punten met sprongen vooruit gaat. Je kunt dus ook anders naar cijfers en statistieken kijken.

Maar dat is mijn punt niet. Waarom deze informatie indruk maakte en nog steeds maakt, is veel meer vanwege de boodschap die het uitdraagt DAT de wereld inderdaad een dorp is, een global village, ons dorp. Ook dat hoor je nu niet voor het eerst, maar het is wel goed om dat telkens weer tot je door te laten dringen. De wereld is een dorp. Niet alleen vanwege nieuwe communicatiemiddelen of omdat afstanden betrekkelijk zijn geworden. Niet iedereen kan verre reizen maken. De wereld is een dorp, omdat we op deze wereld onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. We zijn samen één groot systeem. Wat op de ene plaats gebeurt, is van invloed op het leven van mensen elders. Alle menselijke handelingen staan met elkaar in verband, soms verborgen, soms ongedacht. Onze levensstijl, onze manier van doen, heeft impact op het leven van andere wereldburgers, en omgekeerd. aarde vanuit de ruimte

Ruimtereizigers als André Kuipers en eerder Wubbo Ockels hebben talloze malen verteld hoe dat besef bij hen pas goed doordrong vanuit de ruimte. Zwevend in de onmetelijkheid van het heelal, op afstand maar toch nog dichtbij, kijken ze vanuit hun ruimtecapsule naar die merkwaardige blauwe bal, onze aarde. Dan besef je: We hebben er maar één van. We zijn er mee verbonden en toe veroordeeld. We moeten het met elkaar op deze ene aarde zien uit te houden, en zien om deze aarde in stand te houden…

Voor christenen is de aarde schepping. Dat zegt niet zoveel wat mij betreft over hoe het allemaal ontstaan is. Daarover gaat de wetenschap en alles wat we daarvan leren, voor zover je dat begrijpen kunt, vergroot voor mij alleen maar het wonder van het leven en van de schepping.
Nee, als wij het hebben over schepping, dan klinkt daarin dit heilige besef door, dat de aarde ons gegeven is (geen eigendom), dat we daarom een bijzondere zorg en verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van komende generaties, maar ook verbonden met verleden en traditie. En dus is de boodschap heel simpel. De wereld is een dorp, waar iedereen iedereen kent. Waar mensen op elkaar zijn aangewezen en niet zonder elkaar kunnen bestaan. Er is geen andere manier om in de wereld en op deze aarde te leven dan door te delen, elkaar ruimte gunnen, ieders groeikracht en potentieel tot ontplooiing laten komen.

Dat soort inzichten leer je van de statistiek? Misschien. Maar nog meer leer je het wat mij betreft aan de Tafel van de Heer. Want daar is het niet alleen maar meer theorie, maar daar wordt het praktijk. Leven is breken en delen. We moeten het doen het met wat ons is gegeven. Alles wat je meer gebruikt dan nodig is, is genomen (dat is, manna voor de tweede dag)

Deze week las ik een aardig boekje over Albert Schweitzer. Een man die goeddeels vergeten is, maar in sommige kringen een held was in de vorige eeuw. Theoloog en arts, die naar Afrika ging om daar in een ziekenhuis te gaan werken. Tegenwoordig wordt Schweitzer een beetje meewarig bekeken. Een ouderwetse idealist. Bovendien een nogal ijdele man, met zichzelf ingenomen, en tamelijk handig in het cultiveren van zijn eigen imago. Het zal allemaal wel. WIJ zijn er nogal handig in om mensen naar beneden te halen.

schweitzerAlbert Schweitzer is vooral bekend vanwege zijn motto: Eerbied voor het leven. Dat klinkt als een oppervlakkige wijsheid, maar dat is het bij Schweitzer niet. Uit dat aardige boekje (van Chris Doude van Troostwijk, Leven met Albert Schweitzer) haal ik het onderscheid dat hij ooit maakte tussen moraal en ethiek. Moraal, dat is een benepen woord. Burgerlijk benauwd. Een verzameling regeltjes en voorschriften. Moraal, dat is het aangeharkte stadspark. Maar ethiek, dat is bij Schweitzer, verbonden met een dieper denken. Dat heeft te maken met compassie, met medemensen en met alle vormen van leven. Ethiek is gebaseerd op een innerlijke ervaring en op verbondenheid met de buitenwereld.

Die twee dingen samen, zijn van levensbelang. De innerlijke ervaring en de verbondenheid met de buitenwereld. Het spirituele en het solidaire, de contemplatie en de actie, of hoe je dat ook benoemen wilt. Het leven is iets wat je innerlijk beleeft en uiterlijk realiseert. Ga je bewust in op het leven dat je bent, dan spreekt door inleving alles om je heen je aan. Zoals Schweitzer zegt: Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil. Als je dat voor ogen houdt, dan gaat het leven stromen en worden wij deel van die uitbundige beweging.

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *