De historicus A. Th. van Deursen omschreef zijn vak ooit eens als ‘recht doen aan dode mensen’. We bestuderen de geschiedenis en verbazen ons over vroegere generaties. Hoe konden ze toen zo denken of doen! We proberen te begrijpen, ons in te leven in andere tijden en andere opvattingen. Maar is dat wel mogelijk?
Het is nu precies 100 jaar geleden dat in Assen een speciale vergadering plaatsvond van de Gereformeerde kerken. Deze synode, die enkele weken duurde (van 26 januari tot en met 17 maart), was bij elkaar geroepen voor de behandeling van een bezwaarschrift tegen één van de predikanten van dit kerkgenootschap. Die had in een preek over de zondeval (Genesis 3) in twijfel getrokken of dit verhaal, van de slang die de mens verleidt om van de verboden vrucht te eten, wel letterlijk zo gebeurd was.
De uitkomst van het beraad was een veroordeling van de betreffende predikant (ds. Geelkerken) en de verklaring dat volgens de synode ‘de slang zintuiglijk waarneembaar gesproken had’. Het leidde tot een kerkscheuring. Geelkerken en een aantal sympathiserende collega’s en hun gemeenten vormden de Gereformeerde kerken in Hersteld Verband (HV, de afkorting die door hun tegenstanders werd ingevuld als hellend vlak). De scheuring zorgde in die tijd voor veel kerkelijk tumult.
In 1926 werd er al met verbazing gekeken naar dit conflict. Waar maken die rare gereformeerden zich in vredesnaam druk over?
Nu, honderd jaar later, is er geen hond meer die dit interesseert. Het kerkgenootschap van de Gereformeerden bestaat niet meer. Het kerkgebouw in Assen aan de Zuidersingel, waar toen de vergadering werd gehouden en dat toen splinternieuw was, staat te koop en werd de laatste jaren gebruikt door een evangelische gemeente. De kwestie zelf, over de letterlijke interpretatie van de bijbel, speelt geen rol meer in de serieuze theologie van onze tijd. In Assen zijn ze trots op de TT, en op Bartje, maar niet op deze geschiedenis, want voor zover mij bekend wordt er geen aandacht besteed aan dit jubileum. De sprekende slang wordt honderd jaar later doodgezwegen.
Ging het dan nergens over?
Voor de gereformeerden van toen toch wel degelijk. Hun kerkgenootschap was in de 19e eeuw ontstaan, door een fusie van groepen gelovigen die zich afgescheiden hadden van de grote nationale Hervormde Kerk. Zij voelden zich daar niet meer thuis, vanwege de vrijzinnigheid en de moderne opvattingen, maar ook vanwege standsverschillen en de hiërarchische kerkorganisatie. In de laatste decennia van de 19e en de eerste van de 20e eeuw waren de gereformeerden in opkomst. De maatschappelijke emancipatie van de ‘kleine luyden’ werd geleid door theoloog en politicus Abraham Kuyper, die het zelfs tot premier schopte. Overal werden nieuwe kerkgebouwen opgericht – de kerk in Assen was daar een voorbeeld van – die het toegenomen zelfvertrouwen van dit kleine kerkgenootschap uitstraalde.
De gereformeerden keerden zich tegen de moderne opvattingen maar waren door hun vele organisaties een voorbeeld van diezelfde moderne tijd. Nieuwe inzichten in de theologie sijpelden ook in hun kring door. Als het gaat om de visie op het gezag van de Bijbel werd de oude opvatting als zouden de bijbelschrijvers willoze instrumenten zijn geweest die door de heilige Geest werden gebruikt (de mechanische inspiratieleer) vervangen door een meer organische visie, waarbij de menselijkheid en tijdgebondenheid van de bijbelschrijvers factoren waren die niet uit- maar ingeschakeld werden door dezelfde heilige Geest. Het bleef Gods Woord, maar dan wel door menselijke bemiddeling geopenbaard.
Deze ‘nieuwlichterij’ werd door een deel van het orthodoxe gereformeerde kerkvolk met argwaan bekeken. Zij vreesden dat op deze manier de moderne ideeën, waarom men de Nederlands hervormde kerk had verlaten, opnieuw binnen werden gehaald. Dat leidde tot het bezwaarschrift tegen ds. Geelkerken, die als modern predikant én gepromoveerd theoloog, open stond voor de nieuwere opvattingen.
In het conflict en met name de escalatie daarvan, speelden daarnaast andere factoren mee, van botsende karakters en gekrenkte ego’s. In een vuistdik boek Heeft de slang gesproken? van M.J. Aalders uit 2013, wordt het allemaal in detail beschreven met nadrukkelijke aandacht voor de persoon van Geelkerken.
Achteraf kun je het hele gebeuren zien als een stuiptrekking in het gevecht om de voortzetting van de nog jonge gereformeerde traditie, kort na de dood van Kuyper. Na de periode van opkomst, kwam nu die van de consolidatie. Eveneens achteraf kun je zeggen dat de gereformeerden in de jaren twintig en dertig op het hoogtepunt waren. Na de tweede wereldoorlog werd het gesloten bolwerk, dat tijdens de oorlog nota bene een volgende scheuring meemaakte, steeds meer poreus voor invloed vanuit de wereld. Inmiddels is het kerkgenootschap opgeheven en samen met de ooit vervloekte Nederlands hervormde kerk opgegaan in de PKN (Protestantse kerk in Nederland).
De verlegenheid met deze hele geschiedenis werd al eerder gevoeld. Men sprak van een ‘bedrijfsongeval’ en een halve eeuw later werd door de toenmalige synode het besluit van Assen herroepen. Het bleef echter lang een lelijk litteken.
Het is moeilijk zo niet onmogelijk trots te zijn op Assen 1926. Maar misschien is het wel mogelijk om de mensen van die tijd met enig begrip tegemoet te treden. Zij streden voor iets waar hun ziel en zaligheid, naar hun beleving, van afhing. Uiteindelijk ging het hun om de betrouwbaarheid van de Bijbel als het boek van Gods openbaring.
Is dit te erkennen, recht doen aan dode mensen?
Ds. Bert Altena, voorheen predikant van de Gereformeerde kerken in Nederland, thans PKN.
Ach de Zuiderkerk …. door omstandifheden was De Open Hof in 1988 niet beschikbaar en zijn wij in die kerk getrouwd én onlangs was ik er weer bij een dienst van de City Life Church. Toch wel iets meer dan alleen evangelisch! De entourage was dat wel maar de overdenking van de voorganger kon net zo goed in een willekeurige PKN kerk gehouden worden.