Overdenking

Diplomatieke dienst?, Lucas 6, 27 – 38

Deze week las ik in de rubriek Naschrift in het dagblad Trouw een levensbeschrijving van Edy Korthals Altes. Hij werkte jarenlang in de diplomatieke dienst, maar in de jaren 80, op het hoogtepunt van zijn carrière, stapte hij daar tot verrassing van velen plotseling uit. Hij was op dat moment ambassadeur in Madrid. Hij kon zich – zo lees ik in het artikel – niet langer verenigen met de regeringsstandpunten over de Oost-Westverhouding en de kernwapens (…) Er ging een intense worsteling aan vooraf, waarin zijn geloof de doorslag gaf. Hij verklaarde: “We zijn immers als mens verantwoordelijk tegenover God en medemens.” In die periode droomde hij dat Jezus aan hem verscheen en hem vroeg: ‘Wat heb jij gedaan met jouw mogelijkheden, met alles wat je weet?’ Het gaf hem het duwtje om zijn opzienbarende beslissing te nemen. De minister van buitenlandse zaken Hans van den Broek was not amused, de vredesbeweging des te meer. Voor Edy Korthals Altes zelf betekende deze stap een bevrijding. Sindsdien is hij tot zijn dood op 97-jarige leeftijd, in gaan zetten voor allerlei nationale en internationale organisaties die de vrede en ook de interreligieuze samenwerking bevorderen”.

Ik werd opnieuw geraakt door zijn levensverhaal.
Nu we de lezing van vandaag overdenken, leek mij dit een passend begin te zijn.

Want wat hoorden we daarin zoal?
“Heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan…”

Het zijn bekende woorden uit het evangelie. We horen ze vandaag vast niet voor het eerst.
Maar wat moet je er mee?
Zijn dat aanwijzingen om je meteen aan te melden bij de vredesbeweging?
Of kun je er ook mee terecht, als je in de diplomatieke dienst zou werken?

Het zijn machtige uitspraken die op een bepaalde manier altijd tegenover ons staan.
Ze hebben mannen en vrouwen door de geschiedenis heen geïnspireerd tot een voorbeeldig pacifisme; ze waren de reden dat de vroegste christenen krijgsdienst weigerden – dat de jonge kerk opviel door haar opmerkelijke onderlinge verdraagzaamheid. De geest van verzoening en pacifisme, het zijn de kenmerken van moreel hoogstaande mensen door alle eeuwen tot in onze tijd, die zich door deze woorden lieten leiden.
Maar het zijn ook woorden geweest, die door theologen van alle eeuwen zijn omgevormd en onschuldig gemaakt, om geweld vanwege staat en rijk te billijken, om het leerstuk van de rechtvaardige oorlog op te stellen. Je kunt niet zeggen dat de geschiedenis van het christendom vrij van geweld is geweest – dat is zelfs een understatement. Ondanks de woorden van haar Heer, hebben vele christenen in naam hun zegen gegeven aan het geweld, aan de wapens en de wapenwedloop, aan het demoniseren van de vijand in plaats van hem lief te hebben. En dat gebeurt tot op de dag van vandaag.

Je kunt het dus verschillend uitleggen, dat is ook gebeurd.
Nu is het slechtste wat je dan kunt zeggen: de waarheid zal dan wel ergens in het midden liggen. Dat is bloedeloos en zouteloos.
Dat is ook een manier om je er van af te maken, waarvan we allemaal wel het aantrekkelijke inzien, ik ook, maar waarmee je deze woorden toch te kort doet.

Volgens mij is het beslissende, steeds weer, de vraag: Wat zeggen deze woorden mij?
Laat ik ze op me afkomen, laat ik ze gelden, ook al besef ik dat ik daar nooit aan kan beantwoorden, dat ik altijd onder die evangelische maat zal blijven?
Of laat is ze, na wikken en wegen, langs me heen glijden, omdat ik daar nooit aan kan beantwoorden, dat wij nu eenmaal geen engelen zijn, maar mensen?

Natuurlijk moet je nuchter zijn. De wereld beantwoordt nu eenmaal niet aan de maatstaven van onze idealen. We moeten wapens sturen naar Oekraïne, toch. Of, diplomaten naar Poetin? Of beide…
In de wereldpolitiek geldt het oude adagium van de Romeinen: als je vrede wilt, moet je je op de oorlog voorbereiden. Realpolitik. ‘Heb je vijand lief’, dat kost je de kop als het er op aan komt. Pacifisme is dwaasheid.
Maar is dat dan het laatste woord, is dat de ultieme nuchtere waarheid?
Als je dat te snel zegt, heb je dan niet al gecapituleerd voor de werkelijkheid? Heb je dan al niet bij voorbaat de openheid voor een andere mogelijkheid opgegeven? En is dat niet te onder de maat van wat geloof eigenlijk is, geloven dat het onmogelijke mogelijk is…

Laten we nog eens kijken naar wat Jezus precies zegt.
Centraal staat wat we de gulden regel noemen. ‘Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen’.  Dat is algemeen menselijk en het is wat je moeder je al leerde: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.
Op een bepaalde manier klinkt die wijsheid door in de aanwijzingen van Paulus. Laat je leiden door de liefde … probeer voor alle mensen het goede te doen .. stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven (vooral dat ‘voor zover het in uw macht ligt’).

Tot zover weinig nieuws.
Jezus sluit aan bij de levenswijsheid en de regels uit zijn eigen Joodse traditie, de gulden regel zoals je die in bijna iedere religie of levensbeschouwing terugvindt.
Maar dan gaat hij een stap verder.
Want, zegt hij, als je dat principe van de wederkerigheid toepast, behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden, dan doe je eigenlijk wat iedereen al doet, maar blijf je ook opgesloten in datzelfde idee van wederkerigheid.
Ik doe wat voor jou, als jij wat voor mij doet.
Het is eigenlijk een systeem waarin we elkaar en onszelf gevangen houden in de verwachting van de ander. En een systeem, dat op dezelfde manier werkt in het negatieve. Heb jij mij benadeeld, dan benadeel ik jou. Ben ik tekort gedaan, ben ik slachtoffer, dan wil ik dat de dader daarvoor wordt bestraft. Het systeem van de wederkerigheid, zo algemeen menselijk en haast een natuurlijke ethiek, houdt zichzelf angstvallig in stand.

Daartegenover zet Jezus nu een heel andere oproep.
Niet: heb lief, wie jou liefhebben, ‘Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten … dan zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is” (Luc. 6: 35).
Dat is echt andere koek.

Kort geleden overleed bisschop Tutu, u heeft dat vast meegekregen. Hij werd herdacht als onvermoeibaar strijder tegen de apartheid.
Van bisschop Tutu heb ik ooit de volgende uitspraak gelezen en die ben ik nooit vergeten: Jezus zegt dat we onze vijanden lief moeten hebben. Hij zegt nergens dat we ze aardig moeten vinden.

Heb je vijanden lief.
Dat heeft niks met sentiment, laat staan met vals sentiment te maken.
Heb je vijanden lief. Dat is een bewuste manier van omgaan met de ander tegenover jou, wat hij of zij jou ook aandoet, hoe zij of hij jou ook benadert, aanspreekt, uitscheldt misschien wel of een hak zet.
Heb je vijand lief. Daar knap je zelf ook van op.
Dat is het bevrijdende van Jezus’ woorden. Ze nodigen je uit om uit het keurslijf van de wederkerigheid te stappen, waarin we onszelf en elkaar gevangen houden. Zoals jij met mij doet, doe ik met jou. Een wederkerigheid waarin we zelfs onze relatie met God vaak beleven – ik ben trouw aan God, ik vervul mijn religieuze plichten, en verwacht in ruil daarvan zegen en voorspoed – dat soort over en weer-denken zit soms dieper dan je weten wilt.

Heb je vijanden lief. Die unieke boodschap, aanmaning, uitnodiging heeft een revolutionaire potentie, die onwrikbare situaties kan openbreken, die situaties die op slot zijn open kan laten gaan, vlot kan trekken als je de moed en het vertrouwen op kunt brengen om daartoe te komen. De voorbeelden uit de geschiedenis van de kracht van het geweldloze verzet zijn daar de bewijsplaatsen van, hoe aangevochten ook.

Jezus wijst een weg voor ieder mens. Niet alleen voor de ethische superhelden. Ieder kan er mee beginnen. Je kunt het in het klein doen, in je eigen situatie. Begin maar, je komt er nooit mee klaar. Al word je 97…

Als je nog één keer die woorden op je in laat werken, en je plaatst ze tegen de achtergrond van Jezus’ eigen levensweg, dan krijgen ze een verrassende diepgang:
Heb je vijanden lief. Zegen wie jullie vervloeken. Bid voor wie je vervolgen.
Dat zegt Jezus, hier aan het begin van het evangelie. Straks, aan het einde van het evangelie, zal hij bidden: Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen (Luc. 23: 34). Dat bidt hij aan het kruis.

Aan dat kruis wordt het revolutionaire potentieel van dit woord van vandaag, heb je vijanden lief en bid voor wie u vervolgen zichtbaar. Het is deze liefde, die alle kwaad overwint,

AMEN

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply