Overdenking

De wijnstok en de ranken, Joh. 15: 1 – 8 (over de kracht van gemeenschap)

Sinds een tijdje ben ik actief betrokken bij de Dorpskerkenbeweging van de landelijke kerk. Dat is een netwerk van dorpskerken om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Elk dorp is een wereld op zich. Maar heel veel kerkelijke gemeenten in kleine dorpen kampen met een vergelijkbare situatie: minder leden, vergrijzing en ontgroening, tekort aan vrijwilligers, zorgen om het voortbestaan.
Nu is het niet allemaal tobben. Juist daarvoor is het netwerk. Om leuke ideeën te delen, om te zoeken naar nieuwe mogelijkheden en kansen.

De afgelopen periode hebben we verschillende netwerkbijeenkomsten gehouden. Via Zoom ben je dan verbonden met een aantal mensen, verspreid over het land. Ervaringen uitwisselen over kerk zijn in coronatijd.
In een van die bijeenkomsten vertelde iemand uit een dorp in Friesland, dat ze altijd dachten dat ze een hechte gemeenschap hadden in hun dorp. Maar dat corona duidelijk had gemaakt dat die gemeenschap toch minder hecht was dan ze veronderstelden. Toen het vertrouwde contact wegviel, bleef het bij sommigen wel erg stil, raakten anderen buiten beeld, ontdekten ze dat ze ook als leden van dezelfde gemeente minder met elkaar hadden dan ze altijd dachten.

Dat geeft te denken. Je betrekt zo’n ervaring ook altijd meteen op je eigen situatie, op onze eigen gemeenschap. Hoe hecht is die eigenlijk? Wat hebben we precies met elkaar, met anderen? Hoe zit ik daar zelf in? Het antwoord zal voor ieder anders zijn. Het is maar net aan wie je dat vraagt. Hoe dan ook, het lijkt mij altijd goed zulke ‘lastige’ en ongemakkelijke vragen niet te snel van tafel te vegen.

Ik breng dit naar voren, omdat we vanmorgen gelezen hebben over de wijnstok en de ranken. Het beeld dat Jezus gebruikt. Wat je daar ook allemaal van zeggen kunt, een centraal gegeven in deze beeldspraak lijkt mij dat thema van verbondenheid te zijn. “Blijf in mij, dan blijf ik in u”,  zegt Jezus. Het gaat vanmorgen over die onderlinge verbondenheid, over de kracht van gemeenschap.

Nu leven we in een cultuur, waarin gemeenschap op allerlei fronten onder druk staat. Daar heeft de kerk ook onder te lijden. We ervaren dat allemaal om ons heen. De gemeenschap in een dorp verandert. Mensen zijn vandaag meer op zichzelf én hechten daar ook aan. “Ik heb prima buren, maar we lopen elkaars deur niet plat”, hoor je dan vaak zeggen. Nou, dat is mooi. Je wilt elkaar ook niet overlopen, toch?.
We hoeven niet romantisch over vroeger te doen, helemaal niet. Gemeenschap kan soms ook knellend zijn, verplichtend. Menigeen heeft vervelende herinneringen aan een kerk, waar op je werd gelet, in plaats van naar je werd omgekeken. Dat willen we niet meer, en terecht. Maar toch. In een individualistische maatschappij kan het zomaar gebeuren, dat we ontdekken dat we eigenlijk langs elkaar heen leven. Als niemand naar je vraagt, word je kennelijk niet gemist…

Daar komt nog bij dat steeds meer mensen alleen wonen. Ik las ergens dat binnenkort zo’n 40-45% van de huishoudens één- persoonshuishoudens zijn. Nu betekent alleen wonen niet automatisch dat je dan ook eenzaam, laat staan zielig, bent. Maar het geeft wel te denken.

Juist in deze tijden ontdekken we hoe belangrijk gemeenschap is, contact, menselijk contact. Dat hebben we allemaal nodig voor ons geestelijk welbevinden. Daarom is het goed als mensen elkaar opzoeken, in verenigingen – maar ook die kampen met teruggang; in georganiseerde verbanden als de kerk; maar ook spontaan en in je eigen omgeving. Verbinding met anderen maakt zoveel rijker.

Jezus zegt: “Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen”.
In de beeldspraak is hij zelf die wijnstok. Wij zijn de ranken.
Nu kun je de nadruk leggen op de afhankelijkheid. Om vrucht te dragen zijn de ranken afhankelijk van de wijnstok.
Maar je kunt ook het accent leggen op de verbondenheid. Dan gaat het om hetzelfde, de noodzaak van de onderlinge verbinding, tussen ranken en wijnstok, maar het klinkt net even anders. Het benadrukt de onderlinge gelijkwaardigheid, ook van de ranken gezamenlijk, om even in het beeld te blijven. Die gelijkwaardigheid spoort met het vervolg, waarin Jezus met zijn leerlingen spreekt over de liefde en hij ze geen slaven meer noemt, maar vrienden. Gemeenschap verbindt mensen op hetzelfde niveau. We staan niet boven of onder elkaar, maar naast elkaar, met alle onderlinge verschillen die er mogen zijn.

In het beeld van de wijnstok en de ranken, gaat het over de kracht van de gemeenschap. Jezus spreekt hier tot zijn leerlingen en bereidt ze voor op zijn naderende afscheid, als hij er niet meer is en zij het samen moeten rooien. Dat is dus … nu. Wij worden net zo goed aangesproken. En dan krijgen we op het hart gedrukt, om in de gemeenschap te blijven. Alleen zo kun je groeien en vrucht dragen. En gemeenschap, begrijp me goed, is dus veel meer en veel breder dan alleen de gemeenschap van de kerk.
Want hoe werkt dat?
Het is een ervaring die iedereen herkent. Je wordt uitgedaagd in de ontmoeting en het contact met anderen. Door een vraag van een ander, een idee of soms een verloren opmerking, wordt er bij jou iets geprikkeld, kom je zelf op een idee, gaat er iets van binnen bewegen. Ieder mens heeft dergelijke prikkels als stimulans nodig. Het zijn maar zeldzame mensen die dat alleen uit zichzelf kunnen halen. Zelfs dan heb je inspiratiebronnen nodig buiten jezelf, in de natuur, in de literatuur of de kunst, of wat dan ook. Op zichzelf brengt niemand vrucht voort. Alleen waar er verbindingen ontstaan, van welke aard dan ook, kan er iets vruchtbaars groeien.

Iemand zei deze week tegen mij dat ze, omdat ze in coronatijd zo weinig mensen sprak, het gevoel had dat zelfs haar woordenschat achteruit ging. Als je niet meer aangesproken wordt, kom je niet meer tot spreken.

Zo werkt het in het leven, zo werkt het ook in het geloof. Het zijn zeldzame geesten die dat uit zichzelf kunnen laten ontstaan – ik vraag me af of dat überhaupt wel kan. Geloof ontspringt aan de ontmoeting, het aangesproken worden, aan het appèl dat op je wordt gedaan. Dat is ook waarom de kerk als gemeenschap van waarde is, waar je dingen hoort die je zelf niet altijd had bedacht, waar we dingen doen die je alleen niet kunt. In de kerk vind ik een wij, worden individuen een gemeenschap, levend en wel.

Het is belangrijk om ten slotte op te merken, dat de beelden die Jezus gebruikt in het evangelie, vaak aan de natuur zijn ontleend. Dat geldt ook hier, de wijnstok en de ranken.
Beelden spreken een eigen taal. Het is jammer om ze te snel te vertalen in begrippen. Dat gevaar is er, als we zeggen dat het in deze beeldspraak ‘eigenlijk’ om zoiets als verbondenheid of de kracht van gemeenschap gaat. Dan doe je alsof het beeld niet meer is dan een illustratie bij een begrip. Maar beelden hebben een eigen zeggingskracht. Het beeld zegt meer dan een begrip.

Dat Jezus organische beelden gebruikt, zegt iets over wat hij wil uitdrukken.
Beelden uit de natuur, bepalen ons bij een natuurlijke wetmatigheid. De natuur laat zich niet dwingen. Dat denken we wel, maar juist dat veroorzaakt de grootste ongelukken. De natuur heeft een eigen werking. Dan gaat het over groei, over geduld, over rijpen. Kortom, over processen die een eigen tijd nodig hebben. Als je teveel ingrijpt, verstoor je dat. Processen die je met zorg en aandacht moet begeleiden, om ze niet te laten mislukken.

“Laat me in u blijven, groeien, bloeien…. “

Een valkuil is, ook in de kerk, dat we teveel zelf willen organiseren. Dat we denken het leven te kunnen managen, naar onze hand zetten.
Natuurlijk, om in het beeld te blijven, moet er ook gesnoeid worden. Een flinke storm blaast het dode hout wel uit de boom, maar er moet ook gesnoeid worden. Dat is mensenwerk. En met goed snoeien moet je niet te voorzichtig zijn, heb ik altijd geleerd. Maar het is werk, dat dient om het natuurlijke proces zo goed mogelijk de ruimte te geven.
In die balans zit het ergens.

Als het vandaag dus gaat over de kracht van onze gemeenschap, gemeenschap met de bron, dat is de wijnstok en met elkaar, als ranken die ieder vrucht kunnen dragen, dan is dat een verantwoordelijkheid en een oproep om daar aan te werken. Vandaar die lastige vragen van het begin, goed om ze te stellen. Maar tegelijk is het een proces dat we niet managen, maar waar in we al opgenomen zijn, wat al gaande is – Gods groeikracht, op zijn tijd, op zijn wijze.

Ik ben de wijnstok, zegt Jezus, jullie zijn de ranken. Zijn beeld is ook een belofte.

Laten we daarom die gemeenschap koesteren en steeds weer zoeken.
Laten we elkaar en onszelf de ruimte geven, om te groeien, om te verbinden, om te ontdekken, dat we elkaar nodig hebben en elkaar kunnen versterken.

In Jezus’ naam.

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply