De vrouw van Uria (4e Advent)

I.
‘Hoe moet je eigenlijk God spelen?’ Dat is de kop boven een artikel in de krant deze week, waarin vier jonge theatermakers aan het woord komen. Zij spelen momenteel een voorstelling waarin 10 bijbelse verhalen in een uur worden samengevat. ‘Zonder spot en zonder christelijke vroomheid, maar gewoon als theater’, staat er. De leden van theatergroep Aluin vertellen over de keuzes die ze daarbij moeten maken.
Voordat ze aan dit project begonnen hadden ze nog nooit iets uit de Bijbel gelezen. Ik citeer Boris: “Ik dacht vooraf dat er veel meer argumenten in de Bijbel zouden staan. Zo van: dáárom is het geloof waar, en dáárom moet je geloven. Maar toen ik ging lezen, kwam ik erachter dat het over mensen gaat. Over hun zoektocht en over hoe ze met elkaar omgaan.” Einde citaat. We gaan een mooie toekomst tegemoet, nu er een generatie aankomt die zonder last van een kerkelijk verleden de Bijbel gaat ontdekken. Een boek dat over mensen gaat, over hun zoektocht en over hoe ze met elkaar omgaan.Ken-je-klassiekers-Theatergroep-Aluin-foto-Sanne-Peper-475x318

II.
David heeft er een potje van gemaakt.
Hij heeft naast de pot gepiest, en niet zo’n beetje ook.
U kent het verhaal, ja wij wel, en dat is niet altijd een voordeel. Maar misschien zijn er jonge theatermakers in de zaal? Dan is het niet verkeerd even een paar grote lijnen te schetsen.

David is koning in Jeruzalem en hij staat op het hoogtepunt van zijn macht. Hij heeft zijn machtsgebied uitgebreid, hij heeft successen in de strijd met rivaliserende volkeren, hij toont zich grootmoedig en galant. Het geluk en de voorspoed waaien hem van alle kanten tegemoet. Maakt hem dat overmoedig? Is dat de reden dat hij zichzelf verloochent, dat hij denkt zich van alles te kunnen permitteren? Het lijkt erop.
Als de legers er in het voorjaar op uit trekken, zoals legers doen, doet David dit keer niet meer mee (2 S. 11: 1). Hij blijft thuis. Hij hangt de koning uit.
Hij ziet Batseba, de vrouw van Uria. Dat laatste wordt er steeds met nadruk bij gezegd. Ja, in het hele verhaal wordt ze niet met haar naam genoemd, maar als de vrouw van Uria. Om de zonde van David te onderstrepen.

En zij zelf? Opmerkelijk is weer dat ze in de hele geschiedenis niet aan het woord komt, niet zelf spreekt of doet. Ze laat met haar doen. Gedwongen? Of toch ook enigszins gewillig, zoals anderen suggereren, omdat ze in de openbaarheid haar naaktheid toont, omdat ze niet protesteert of tegenstribbelt als David haar neemt. Is ze erop uit? Had ze misschien al een profiel aangemaakt bij Second Love? Of is dat het slachtoffer de schuld geven?

De Bijbel argumenteert en concludeert niet, maar laat juist opzettelijk veel open.

Hoe dan ook, de affaire leidt tot ellende. Want er komt een kindje van. Eigen schuld, dikke buik. David probeert er een draai aan te geven. Hij laat Uria terugkomen van het front, nodigt hem nadrukkelijk uit thuis even lekker te relaxen, maar Uria, de Hethiet, nota bene een buitenlandse huurling in het leger van de prins, geeft geen krimp. Om de zonde van David er nog nadrukkelijker in te wrijven.

De oplossing vindt David door Uria terug te sturen naar het front, met een brief voor de generaal waarin zijn doodsvonnis min of meer is opgenomen. ‘Stel hem daar op waar het hevigst wordt gevochten en geef hem geen rugdekking, opdat hij wordt getroffen en sneuvelt’ (11:15). Aldus geschiedt. Uria uit de weg geruimd, de weduwe die keurig rouwt, en na de voorgeschreven rouwtijd wordt ze de vrouw van David en baart hem een zoon (11: 27). Maar, staat er, de Heer zag dat het niet goed was.

Hoe speel je God eigenlijk?
God heeft in dit verhaal weinig tekst, eigenlijk niet. Hij spreekt door de mond van mensen, door middel van zijn profeet Natan. Natan brengt David door middel van een theatertruc, met een gelijkenis, tot het inzicht dat hij gezondigd heeft. Dat wist David wel, maar dat had hij weggestopt. Het moest hem aangezegd worden. David erkent ruiterlijk zijn schuld. Maar dan volgt het oordeel, dat Davids zonde door de Heer wordt vergeven, maar dat het kind moet sterven.

Hier betreden wij vanmorgen het verhaal. Met het toch wel indrukwekkende berouw van David, maar als dat tevergeefs blijkt te zijn, de zo mogelijk nog opmerkelijker reactie. Zeven dagen vast hij en slaapt hij op de grond. Als de mensen beginnen te fluisteren, heeft hij het al door, zo gaat dat toch. ‘Is mijn kind dood?’ ‘Ja, hij is gestorven’. David staat op, neemt een bad, trekt schone kleren aan, gaat het huis van de Heer binnen, bidt, en gaat naar huis om te eten en te drinken. Hij rouwt bij het leven, niet na de dood. ‘Waarom zou ik dat doen? Krijg ik het daarmee terug? Nee, ik ga naar hem toe, hij komt niet terug bij mij’.

Ik weet niet hoe dat u vergaat, maar ik vind dit zo prachtig, teder verteld. Zo herkenbaar, dicht op je huid – voor wie rouwt…, voor wie verdriet heeft…, voor wie een kind…, ach.

chagall_davida_a_batsebaHet verhaal gaat verder. David troost zijn vrouw Batseba, haar naam wordt weer genoemd. Misschien ook omdat door alles wat er is gebeurd hun relatie hecht en echt is geworden. Verdriet verbindt. Altijd?

“Hij sliep met haar” – bijbelse codetaal – en ja hoor, ze krijgt een zoon. De eerste had ze David gebaard, deze krijgt zij. Salomo wordt de lieveling van de Heer (12:25). Eind goed, maar… niet al goed.

Want, er blijft, zeker voor ons moderne lezers en hoorders, dat onverkwikkelijke van het onschuldige kind van de rekening. Het eind is niet al goed, want onderweg zijn er slachtoffers gevallen. Uria, om te beginnen, maar ook en vooral dit kind, dat part noch deel heeft aan wat er gebeurt, dat geen kans heeft, geen leven krijgt. Waarom is dat?

De Bijbel vertelt verhalen en dan komen zulke vragen op, maar die worden vaker niet dan wel beantwoord. Geschikt dus voor het theater. De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (Vondel)? Is dat het dan?

III.
We lezen vandaag dit oude verhaal omdat in de geslachtslijst van Jezus, die lange lijst met namen van mensen door de tijden heen, de vrouw van Uria wordt genoemd. Zo staat het er. Haar naam Batseba, ook in het verhaal zelf spaarzaam gebruikt, klinkt niet bij Matteüs.
We zeiden al, dat dat is om des te beter de zonde van David te laten uitkomen. Telkens wordt onderstreept dat deze vrouw niet van hem is, dat hij haar zich wederrechtelijk en buitenechtelijk heeft toegeëigend. David vergrijpt zich. Aan de vrouw van URIA.

Maar waarom moet dat met zoveel woorden in de lijst van generaties? Wat voegt dat toe?
Omdat ze de moeder is geweest van Salomo, zou je kunnen zeggen. Een van de grote koningen in Jezus’ voorgeslacht. OK, maar andere moeders worden niet genoemd. Zij wel.
Van de andere vrouwen die worden genoemd – we volgen ze in deze Advent – van de andere vrouwen zijn verhalen overgeleverd waarin ze nadrukkelijk naar voren komen, als sterke vrouwen, als dappere karakters. Sprekend ook.
Daarbij vergeleken is Batseba maar een bleek karakter. De vrouw van.. Ze heeft geen tekst. Ze spreekt geen woord. Er wordt met haar gedaan. Willoos? Of schuilt er in haar zwijgen een superieure trots?

Zeg het maar. Ze staat hier toch maar, prominent aan het begin van het evangelie, in de lijst met namen van Abraham tot Christus.
Ik ben geneigd om het zo te zien. Zij staat daar tussen, nadrukkelijk als de vrouw van Uria, om opzettelijk deze geschiedenis in herinnering te roepen, en alles wat daar aan hangt. Deze geschiedenis van zonde en vergrijp. Dit verhaal van koninklijke kleinheid, maar ook: dit verhaal van boete, berouw en vergeving. Een verhaal van toekomst, een kind dat wordt geboren, maar niet zonder pijn en niet zonder slachtoffers. Dit zo menselijke verhaal.

En net zoals je kunt zeggen bij de vrouwen Rachab en Ruth die in de lijst worden genoemd, om duidelijk te maken dat ook de volkerenwereld, de niet-Israëlieten deel uitmaken van de geschiedenis die leidt naar Jezus, zo zou je ook kunnen zeggen dat ook de zonde en de schuld en de menselijke kleinheid deel uitmaakt van Jezus’ identiteit. Dat is er allemaal in begrepen. Dat wordt er allemaal in meegenomen.
In zo’n simpele mededeling ‘David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria’ klinkt dat mee en wordt Jezus’ afkomst mede ingekleurd: Midden in wat mensen zijn, heeft hij willen wonen, dat is een regel van Oosterhuis.

Midden in wat mensen zijn, heeft hij willen wonen.
Midden in de rotzooi, die mensen er van maken, betekent dat ook.

IV.
Tot slot,
Na het boek Het pauperparadijs zijn honderdduizenden Nederlanders erachter gekomen dat één of meer van hun voorouders in de kolonie Veenhuizen zijn opgegroeid.
Ik heb ook mensen gekend die nauwgezet de jaarlijkse uitgave van het blauwe boekje bijhielden.

Nou ja. Jezus hoeft zich voor zijn afkomst niet te schamen.
Buitenlandse vrouwen als Ruth en Rachab, de laatste een vrouw van lichte zeden en Tamar die zich als zodanig voordeed, ze komen in zijn stamboom voor. Maar ook een groot koning als David, een groot koning die diep kon vallen. De zonde van de menselijke waan, de brokken die gemaakt worden als de lust te hoog oplaait, ook dat komt er in voor. En nogmaals, dat wil iets zeggen.

Wat mij betreft, dat niets hem te min is. Dat Jezus is gekomen, is voortgekomen, uit die menselijke al te menselijke mengeling van goed en kwaad, van half en net niet. Dat hij gekomen is in een wereld en een menselijk bestaan dat aangetast is door de zonde, beschadigd door de macht van het kwaad, een wereld verloren in schuld, zoals het kerstlied zingt.
En het duurt niet lang, of hij zal zelf zijn deel er van krijgen, zeker in het evangelie dat Matteüs vertelt, waar al van bij de geboorte van het kind, de dreiging van de dood meespeelt.
Maar Hij is gekomen om dat kwaad en de zonde, met de liefde die Hij van God had meegenomen uit de hemel, te verzoenen en te overwinnen. Dát is de bevrijding, die hij brengt, die in zijn naam: Jezus – God redt, besloten ligt.

Daarom betekent die naam van de vrouw van Uria iets.
Ik wil u graag een paar zinnen doorgeven die ik las in een interview met bisschop De Korte, in het kerstnummer van de Groene. Hij zegt daar:
“Een wezenlijke christelijke notie is dat je altijd probeert solidariteit op te brengen met degenen die falen, niet om het goed te praten, maar om te voorkomen dat je ze ontmenselijkt… Het maakt je mild naar anderen als je je eigen gebrokenheid kent.”
Einde citaat. Is dat ook niet iets wat in het noemen van haar naam, de vrouw van Uria, meeklinkt?

Zo wordt die op zichzelf duffe lijst met namen zomaar een verhaal. Een verhaal, dat over mensen gaat, over hun zoektocht en over hoe ze met elkaar omgaan, om die jonge theatermaker van het begin, die dat tot zijn eigen verrassing ontdekt, aan te halen.

Ik zou zeggen: Gaat dat zien!!

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *