Er is een oud verhaal, dat gaat als volgt.
In het begin schiep God de mens. Adam en Eva.
Hij plaatste hen in het paradijs, waar ze van alles vrijelijk mochten genieten.
Van alle bomen mogen ze de vruchten eten, behalve van die ene boom in het midden van de tuin, de boom van kennis van goed en kwaad.
Nu gaat de legende dat God zijn vier dochters naar Adam en Eva stuurde om hen nog eens goed uit te leggen en bij te staan. De vier dochters heetten ‘waarheid’, ‘recht’, vrede’ en ‘trouw’.
De eerste twee, waarheid en recht, benadrukken dat als Adam en Eva ongehoorzaam zijn, ze hen onverbiddelijk zullen aanklagen. Want waarheid en recht moeten hun beloop hebben.
Maar de andere twee, vrede en trouw, verzekeren Adam en Eva dat ze hen nooit zouden laten vallen, maar dat ze natuurlijk wel hopen dat ze hun bijstand niet nodig hebben.
Dan gaat het toch mis. We kennen het verhaal.
Ze eten van de verboden vrucht.
Nu roept God zijn dochters bij zich voor crisisoverleg. Wat moeten we doen?
Waarheid en recht zeggen: dood ze, geef ze op, ze wisten wat ze deden.
Maar vrede en trouw stellen voor: zorg ervoor dat ze hun straf krijgen, maar niet het leven hoeven te laten.
God zelf doet zijn best om een oplossing te bedenken, om met al zijn vier dochters rekening te houden, maar Hij blijft er verlegen mee.
Er is een ander verhaal uit de joodse traditie, dat wordt verteld als uitleg bij de schepping. Daar zijn het vier engelen. God is van plan om de mens te scheppen, ‘laten we mensen maken’. Twee engelen zijn er fel op tegen, weet wat U zich op de hals haalt. Twee andere engelen zijn voor. Als ze alle vier hun zegje hebben gedaan, zegt God: Ik heb ze al geschapen…
Met andere woorden. Zo zit de wereld en de schepping en de mensen nu eenmaal in elkaar. We zijn met elkaar en met God verweven. Die halfbakken mensen, met al hun gebreken en tekortkomingen, we moeten het er mee doen, en God net zo goed (dat is joodse humor).
Ik kwam deze verhalen tegen (in een mooi artikel van Piet van Veldhuizen in VolZin) en maak er vandaag dankbaar gebruik van.
Want die vier dochters van God, die komen rechtstreeks uit de psalm van deze zondag. Psalm 85 die in de Advent een prominente rol speelt.
‘Trouw en liefde omhelzen elkaar / recht en vrede begroeten elkaar met een kus’.
Er zijn verschillende vertalingen van de vier ‘dochters’. Ze gaan terug op Hebreeuwse kernwoorden, voor wie dat leuk vindt: chèsed, èmet, tsèdek en sjaloom.
De legende van de vier dochters schijnt in de Middeleeuwen wijdverbreid te zijn geweest. Als je gaat zoeken op Internet vind je allerlei informatie.
Wat is nou de betekenis van dit verhaal?
De achterliggende idee is dat je te maken hebt met verschillende waarden, die elkaar een beetje in de weg zitten. Waarheid en recht, die houden van het strikte, duidelijkheid, rechte lijnen, heldere afspraken. Ga je de fout in, dan zijn dat de consequenties.
Maar vrede en trouw, die zijn meer van de softe lijn. Voor de een is dat een scheldwoord, softie, voor de ander een geuzennaam. En daar heb je het precies.
Waar de een graag de rode lijn trekt, wil de ander liever verbinden.
De vier zogenaamde dochters staan voor even zoveel menselijke principes of uitgangspunten, die elkaar soms in de weg kunnen zitten.
Of, is dat misschien de boodschap, die je juist nodig hebt om elkaar aan te vullen, om elkaar te corrigeren, om de scherpe kantjes van jouw eigen gelijk wat af te vijlen?
Dat zou zomaar kunnen, wat mij betreft.
Zoals gezegd, deze legende leefde volop in de Middeleeuwen. Het schijnt zelfs als rechtsprincipe in een oude Noorse wet te zijn vastgelegd, maar of het ook werkelijk in de praktijk is gebracht, is onduidelijk.
Op een gegeven moment is deze traditie verdwenen.
Het is ook wel interessant om te weten waarom.
Na de Middeleeuwen kregen we in Europa de tijd van de Verlichting. De wetenschap die zich ontwikkelt en gaat losmaken van de kerk en de traditie. De aandacht voor het experiment. Voor meten = weten. De nadruk op de exacte wetenschappen en rationele kennis.
Dat betekent een sterke belangstelling voor eenduidigheid, ook in de theologie.
Dat wringt dus met deze legende, van de vier waarden die soms met elkaar schuren.
God kan toch niet heen en weer geslingerd worden door verschillende principes? God is één en Hij moet eenduidig zijn. Zoals de leer van de kerk eenduidig moet zijn. Het is de tijd van de Reformatie, van geloofsbelijdenissen en geloofsstrijd, want je kunt wel willen dat iedereen hetzelfde denkt en gelooft, maar zo gemakkelijk werkt dat niet.
Misschien hebben we vandaag de dag die meerduidigheid, die vertegenwoordigd wordt door die vier bijbelse principes, wel meer dan ooit nodig. Dat zou de boodschap kunnen zijn.
Want elk van de vier heeft een eigen waarde.
De hartstocht voor waarheid en recht.
Wat moet je in een wereld waar de waarheid te grabbel wordt gegooid, waar de leugen regeert, waar mensen met open ogen in de leugens van anderen trappen.
Waar blijven we in de wereld, wanneer het recht niet wordt geëerbiedigd. Het recht dat er is om de zwakken te beschermen. Niet het recht van de sterkste.
Waarheid en recht.
Vrede en trouw, of ook wel genade. Het blijvende verlangen van uiteindelijk alle mensen. Want wie wil nu niet in vrede leven, zijn of haar kinderen zien opgroeien, een wereld waarin iedereen er mag zijn.
Wie wil nu niet dat we elkaar in deze wereld met wat meer welwillendheid en vredelievendheid zouden benaderen.
Waarheid en recht – vrede en trouw. Ze kunnen soms botsen. Maar is dat erg?
Als je de vier kernwaarden ziet als dat wat we nodig hebben om aan de bijbelse droom van Gods wereld gestalte te geven, dat gewaagde experiment met de schepping van de mens, dan betekent dat dat het leven altijd een zoektocht is naar het ware en het goede. Alles in het leven heeft meerdere kanten. Zoals geen mens samenvalt met het beeld of de indruk die wij van hem of haar hebben.
Samenleven is het moeizame maar besliste zoeken om daaraan recht te doen.
Om de waarheid niet op te sluiten in één verhaal, zelfs niet in één religie.
‘God is te groot voor één religie’, is een mooie uitspraak van de katholieke theoloog Schillebeeckx.
In het artikel waarin ik dit allemaal las, wordt ook verteld over een Amerikaanse mediator, John Paul Lederach. Hij is doopsgezind. Zoals u weet, hebben de doopsgezinden een rijke traditie als vredeskerk.
Hij brengt in conflictgebieden mensen met elkaar in gesprek door eerst op een podium genade (of trouw), waarheid, recht en vrede hun verhaal te laten doen, en ze te laten vertellen hoeveel moeite ze met elkaar hebben. Ze staan rond een leeg midden, en dat midden moet altijd leeg blijven, want geen van de stemmen in een conflict mag het midden claimen, het hele gelijk. De kunst is om naast je eigen gelijk ook ander gelijk te gaan beluisteren in de woorden van de ander.
Ik eindig met de woorden die we eerder zongen uit Psalm 85a
Waarheid en trouw zullen elkaar ontmoeten.
Vrede en recht gaan samen, hand in hand.
God baant voor ons de weg en geeft het goede,
de vijgenboom zal bloeien in het land.
Ik heb nog drie zussen. In eenzelfde nest opgegroeid, maar onze eigen weg gegaan. Ik heb het lied en je preek aan hen gestuurd. Ook wij zijn zo verschillend, maar toch in zekere zin een samenleving.