Overdenking

De tweede berg, Marcus 9, 2 – 10

David Brooks is een Amerikaanse journalist, columnist van de New York Times. Hij schreef een boek dat vorig jaar in het Nederlands is vertaald, De tweede berg. Daarin beschrijft hij een belangrijke ontwikkeling in zijn leven. Hoe hij, na een diepe crisis vanwege een scheiding, een nieuw leven opbouwde in een nieuwe relatie. Maar ook hoe hij, afkomstig uit een niet religieus joods milieu, onder andere door zijn nieuwe vriendin en haar omgeving, langzaam toegroeide naar het christelijk geloof.

In zijn boek gebruikt hij het beeld van de twee bergen die je in je leven beklimt. De eerste berg is die van carrière, werk, eventueel gezin, de berg van onze successen, de berg die je beklimt om status te verwerven, een eigen plaats in de maatschappij. Iedereen gaat dat traject uiteraard op een andere manier. Maar de eerste berg is het beeld van de levensfase waarin je eigen ik centraal staat. Ons ego en wat we ons toe-eigenen, eigen maken.
De tweede berg heeft een heel ander karakter. De tweede berg die je beklimt is niet de berg waar jouw ik centraal staat, waar het niet gaat om wat ik mij zelf allemaal eigen heb gemaakt of wat ik heb vergaard. Op de tweede berg gaat het over wie we zijn in onze relaties met anderen, gaat het over de morele verbindingen die we aangaan, over datgene waar we ons hart aan hechten. Op deze berg gaat het niet over succes, maar om betekenis.

Het is een krachtig beeld, dat van de tweede berg. Vaak komen mensen pas bij die tweede berg nadat ze eerst in een crisis zijn geraakt, die hun van de eerste berg stort, zoals David Brooks met zijn scheiding overkwam. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Het beeld is ook maar een beeld en niet ieders leven verloopt volgens een vast parcours.

Het beeld van de tweede berg inspireert mij om een relatie te leggen met het verhaal van vanmorgen. De verheerlijking op de berg. Maar ook breder, misschien, met het evangelie als geheel. Want als je er op een bepaalde manier naar kijkt, is ook daar sprake van tenminste twee bergen die een cruciale rol spelen in het verhaal van Jezus.
De locatie doet er toe. Een berg is in de bijbel een bijzondere plek, en dat geldt in veel meer religies. De berg is een plek van godsopenbaring. Een plaats waar je verheldering vindt.

Vandaag zijn we op de berg van de verheerlijking, of van de transfiguratie zoals het in het theologisch jargon heet. In dat woord hoor je meteen wat hier gaande is. Jezus verandert van gedaante. Het is altijd weer een wat wonderlijke, mysterieuze scène. Letterlijk en figuurlijk uit het verband gerukt, uitgetild uit alle gewone dagelijkse ontmoetingen waarin Jezus is verwikkeld. Er wordt verteld dat Jezus onderweg is met zijn leerlingen, hiervoor en hierna. Daar tussen in, dit verhaal, waarin Jezus op een bijzondere manier wordt uitgelicht.
Samen met zijn drie lievelingsleerlingen gaat hij een hoge berg op. Daar verandert zijn gedaante in een hemels licht. Mozes en Elia voegen zich bij hem. Alsof ze uit de hemel zijn gekomen. Ze representeren dan de Wet en de Profeten, leggen we snel uit, maar de scène blijft daarmee even goed wonderlijk en vreemd. De leerlingen, Petrus voorop, weten er ook geen goed raad mee. En als het hemels schouwspel voorbij is, is er meteen ook de ontnuchtering: ze kijken om zich heen en zagen opeens niemand meer (vers 8).

Je kunt er allerlei uitleggingen aan geven, die kent u ook wel.
Over het belang van Mozes en Elia, van Wet en Profeten, voor de weg die Jezus moet gaan. Hij wordt als het ware gedekt door het gezag van de traditie.
Je kunt wijzen op het onbegrip van Petrus, altijd in het evangelie ook zinnebeeld van de kerk, om het hemelse vast te houden op aarde – laten we tenten bouwen – hij wist zelf niet goed wat hij zeggen moest (vers 6).
Je kunt de nadruk leggen op de stem uit de wolk die aan het einde van de voorstelling klinkt, dezelfde die bij de doop van Jezus aan het begin geklonken heeft: dit is mijn geliefde Zoon, luister naar hem (vers 7).
Allemaal waar en bijbels-theologisch verantwoord. Maar wat blijft, is dat dit verhaal zo onwerkelijk vreemd in het geheel past. Nergens in het evangelie wordt er op terug gekomen of naar verwezen. Het lijkt een geïsoleerd moment in de voortgang van het verhaal.

Misschien kunnen we zelf een verbinding leggen. En dan kom ik terug op dat beeld van de tweede berg. Want ook voor Jezus geldt, dat hij eerder een berg beklommen heeft.

De eerste keer dat daar sprake van is, staat er: “Hij ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie hij zijn keuze had laten vallen, en ze kwamen naar hem toe”, waarna verteld wordt dat hij twaalf apostelen aanstelt, dat ze hem moeten vergezellen, en dat ze uitgezonden worden om het goede nieuws bekend te maken, enzovoort (Mc 3: 13vv).
Je zou kunnen zeggen, hier draait het om Jezus zelf. Hij roept de leerlingen bij hém, ze komen naar hém toe, ze moeten bij hém blijven en hij schakelt ze in bij zíjn zending.
Nu, op de tweede berg, de berg van de verheerlijking, blijkt dat het niet om Jezus alleen draait, dat zijn opdracht groter is dan hij zelf, daarom staan Mozes en Elia daar óók. In de wonderlijke gedaanteverandering wordt duidelijk dat er een hemelse dimensie meespeelt, waarin Jezus deelt – vandaar die gedaanteverandering – maar die op zichzelf grootser en weidser is, onbevattelijk – dat zit in het beeld van de stem uit de wolk, God, onzichtbaar voor onze ogen…

De ervaring van Jezus op de tweede berg is, dat hij nu definitief beseft wat al gaandeweg in hem aan het groeien is, dat zijn weg de weg van de overgave is, dat hij het leven vindt door het uit handen te durven geven, enzovoort. Is het toevallig dat deze scène volgt op de eerste keer dat hij, Jezus, spreekt over zijn aanstaande lijden en sterven (8:31)? Is het niet opmerkelijk dat vlak hiervoor Jezus zegt: ‘Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar er het leven bij inschiet?’ (8:36).

De berg van de verheerlijking is de tweede berg, waarop je leert dat het leven niet om jezelf draait, maar om anderen, om relaties, om het verliezen van onszelf aan anderen en de bijdrage die we daarmee leveren aan het leven zoals het bedoeld is.

Misschien rekken we zo het beeld van de tweede berg van David Brooks teveel op. Als u er niets mee kunt, vergeet het dan alsjeblieft.
Maar wat mij betreft, bevat het beeld een levensles die te maken heeft met het mysterie van Jezus’ leven en lijden, dat centraal staat in deze veertigdagen. Het gaat in het leven niet om wat wij presteren, wat wij tot stand brengen. Het gaat niet om je eigen ego, je eigen voortreffelijkheid. Je wordt uitgenodigd om uit ‘de gevangenis van het individualisme’,  zoals Brooks dat in zijn boek noemt, te breken. En dat kan alleen door de kracht van de liefde, die verbindt, die je uit je zelf-isolement haalt, die je brengt bij de anderen, de mensen voor je en met je. Liefde die verbindt en gericht is op heelheid – op opstanding en leven.

Op de berg – de tweede berg? – worden wij opnieuw gewezen op de gestalte van de Zoon, van de mens naar Gods hart. Jezus die vanaf nu beslister dan ooit tevoren, weet welke weg hij moet gaan en welke toekomst hem wacht.

Leven is er, als belofte, als vervulling, voor wie het uitzicht op de tweede berg heeft gezien en met zich meedraagt.

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply