de reis als spiritueel symbool (Mat. 2: 1 – 12)

In het gedicht De reis van de drie koningen laat de Engelse dichter T.S. Eliot de magiërs na lange jaren terugkijken op hun befaamde reis: ‘A cold coming we had of it … (het gedicht voorgelezen door de auteur) Het was een koude tocht / en de slechtste tijd van het jaar / voor een reis, voor zulk een verre reis’, zo begint het in de vertaling van Martinus Nijhoff. Aan het eind zegt één van de magiërs bij monde van de dichter: “Dit alles is lang geleden, ik heb het onthouden / en zou het over willen doen, maar ik stel / dit vooropgesteld / één vraag: was het doel dat ons dreef / geboorte of dood?”

Het zou de moeite waard zijn het gedicht in zijn geheel te lezen en te bespreken, maar dat voert vandaag en in dit verband te ver.
Waar zijn wij naar toe op weg: is het geboorte of is het dood?
Dat het leven is als een reis, is een afgesleten beeld. Van de wieg tot het graf, ook al. Onderweg genieten we zo goed mogelijk van het uitzicht, en proberen zo veel als het kan zijpaden en omweggetjes te verkennen, enzovoort. Je kunt je zelf heel lang de illusie verschaffen dat de reis eindeloos doorgaat, maar toch, onontkoombaar is het doel van onze levensreis: de dood? Of is het een geboorte?

Ik geef toe. Het is misschien wat zwaar aangezet, zo meteen op de eerste zondag van het nieuwe jaar, om het dan al over dood en geboorte te hebben. Er is toch nog wel iets daartussen, een heel leven, of niet?800px-Adoration_magi_Pio_Christiano_Inv31459
En toch. De reis van de magiërs, het verhaal van de drie koningen, bergt in zichzelf al die diepten en die uitersten.

Ze gaan op weg om het pasgeboren koningskind te zoeken – het leven – maar hun geschenken preluderen al op de dood – de mirre als lichaamsbalsem. En hun heimelijk vertrek, buiten medeweten van Herodes om, heeft alles te maken met de dreiging van dood die er van deze koning uitgaat. Een dreiging waardoor het jonge gezin straks moet uitwijken naar Egypte.
Allemaal zijn het eigen motieven in het evangelie van Matteüs. Het wil ons van meet af aan duidelijk maken dat het leven van dit kind, God met ons, een aangevochten leven is, een leven in het teken van de dreiging van de dood. Maar het wil in en door het symbool van de reis, van de heenreis en de terugkeer van de wijzen, ook nog iets meer zeggen: dat voorbij aan de dood een ander perspectief van leven is, dat er uit Egypte een bevrijdende opgang mogelijk is.

In het gedicht van Eliot keren de koningen terug, maar ze waren niet langer at ease, op hun gemak. De ontmoeting met het kind had voorgoed iets veranderd.
“Wij keerden terug naar ons land, onze koninkrijken, / maar voelden ons niet meer thuis in de oude orde / tussen vreemde mensen die hun goden omklemmen.”

Sinds je dit kind en alles wat het belichaamt hebt ontmoet, weet je dat er iets hogers, iets beters te vinden moet zijn. Dit weten kleurt onze levensreis. Het zaait een heilige onrust in het leven van de gelovige. Sinds je dit kind hebt leren kennen, weet je dat het met deze wereld, met jezelf zoveel beter kan dan wat het nu vaak is. Je bent niet langer ‘at ease in the old dispensation’ – thuis in de oude orde. Er is een ander perspectief, dat de dagen van je leven kleurt – een eeuwig heimwee dat nooit overgaat.

View Comments (1)

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *