Vlak voor Kerst overleed Edward Schillebeeckx (95). Hij was de bekendste theoloog in het Nederlandse taalgebied, geboren in Antwerpen, priester gewijd bij de dominicanen, maar vooral bekend als hoogleraar in de dogmatiek (geloofsleer) vanaf 1958 te Nijmegen.
In de jaren zestig was hij nadrukkelijk betrokken bij het Tweede Vaticaanse Concilie, de kerkvergadering waarop veel vernieuwingen in de katholieke theologie en liturgie werden doorgevoerd; in de jaren zeventig maakte hij naam met vuistdikke publicaties, waarvan Jezus, het verhaal van een levende de meest vermaarde is geworden. Hij werd het theologisch boegbeeld van de vernieuwingsbeweging in de (Nederlandse) kerkprovincie. Verschillende malen werd hij in Rome ontboden om tekst en uitleg te geven. Tot een officiële veroordeling is het nooit gekomen, maar wel moest hij met lede ogen aanzien, dat van de vernieuwingen in de RK-kerk veel werd teruggedraaid.
Mijn eigen ‘kennismaking’ met Schillebeeckx vond vooral na mijn studie plaats, door het boek met de prachtige titel Mensen als verhaal van God (1989). Ik herinner me die leeservaring, hoe Sch. daarin zorgvuldig en stapsgewijs, startend bij de menselijke ervaringen, begint te theologiseren en zo bij God terecht komt. Het is een manier van theologiseren die mij aanspreekt, ook als correctie op de neiging die je als reformatorisch theoloog hebt om vanuit de bijbel of vanuit de geloofservaring te theologiseren. Schillebeeckx begint bij de algemene menselijke ervaringen en laat vandaaruit zien hoe en waar godsgeloof relevant wordt. De menslievendheid van God, was een gevleugelde uitdrukking van Sch. (Onder Artikelen staat een stuk dat ik vorig jaar voor het Kerkblad schreef over Schillebeeckx).
Zondag was er een uitzending van Kruispunt waar Sch. werd herdacht. Vooral prof. Erik Borgman sprak daar helder en sympathiek, in tegenstelling tot kardinaal Simonis die een soort karaktermoord op hem pleegde.
Zelf las ik de afgelopen dagen weer wat in zijn werk en vond o.a. deze zin (in Tussentijds verhaal):
God moet immers steeds zo gedacht worden dat Hij nooit sléchts gedacht wordt; spreken over God staat onder het primaat van de praxis (a.w., 136).
In dankbare herinnering aan een inspirerend theoloog…