Een tijdje geleden werd ik gevraagd om mee te werken en toen kwam ook de vraag wat het thema zou worden.
Zoals dat gaat, daar denk je even over na, maar in dit geval kwam het toch vrij spontaan bij mij naar boven: de kracht van kwetsbaarheid.
Dat had ook te maken met wat ik op dat moment van de vraag net aan het lezen was, zo werkt dat bij mij. Maar dat niet alleen. Het is een thema dat me bezighoudt, op verschillende manieren.
Lezing bij het 15-jarig jubileum van Zin-in-Zondag te Assen (Powerpoint)
Ik kwam er later overigens achter dat het ook een titel is van een boek, van Brené Brown, dat een aantal jaren geleden nogal populair was. Zij kiest daarin vooral een therapeutische insteek. Haar boek is een pleidooi om controle te durven los te laten, tegen het zelfopgelegde en maatschappelijke ideaal van het streven naar perfectionisme. Kwetsbaarheid tonen en delen kan verder helpen. Het gaat er niet om de ander te belasten of te gebruiken/manipuleren. Krachtige kwetsbaarheid draait om de moed je zelf te laten zien.
Waardevol, maar mijn insteek is nog wat anders. De kracht van kwetsbaarheid is geen individuele maar meer een gemeenschappelijke zoektocht. Daarover later meer.
Het is een thema dat dunkt me ook wel past bij Zin-in-Zondag, waar het ook altijd gaat om verdieping en bezieling, maar dat voldoende ruimte moet bieden voor ieders eigen gedachten en beleving daarbij.
Het is, ten derde, ook een thema dat actueel is in deze tijd – het is niet voor niets dat ik het oppik uit een recente publicatie. Het is een onderwerp met raakvlakken naar een aantal maatschappelijke thema’s.
Kwetsbaar. Fragile. U kent de song van Sting, uit 1987: On and on the rain will fall like tears from a star, like tears from a star / On and on the rain will say how fragile we are, how fragile we are.
Op Internet is te vinden dat volgens Sing de betekenis van het lied iedere keer verschuift. Zo gaat dat met kunstuitingen. Ze zijn voor meerdere uitleg vatbaar, kunnen in verschillende situaties aanspreken. Zoals de confrontatie met onze kwetsbaarheid telkens onder een andere invalshoek binnenkomt.
Als we het thema ‘kwetsbaarheid’ verkennen, zijn er meteen al verschillende aspecten die naar voren springen.
Er is de algehele kwetsbaarheid. Onze sterfelijkheid. Waar je allemaal mee te maken hebt, maar dat we vaak keurig op afstand houden. Totdat het bij jou aanklopt. Zomaar.
We zijn kwetsbaar als het gaat om onze gezondheid. Ouder worden en afhankelijk worden. Zorgen en verzorgd worden.
Er is de maatschappelijke kwetsbaarheid. Bestaansonzekerheid.
Ik werk in Oost-Groningen, ben daar vanwege mijn werk betrokken geraakt bij SchuldHulpMaatje, vrijwilligers die mensen helpen in schulden. Het gaat hier om een kwetsbare groep in een kwetsbaar gebied. Vaak is er sprake van meerdere problemen tegelijkertijd. Men spreekt van intergenerationele problematiek, die door de generaties heen wordt doorgegeven.
Er is een economische kwetsbaarheid. Zelfs als je een baan hebt, kun je nog in financiële problemen komen, omdat je te weinig verdient. De term ‘precariaaat’ is gemunt voor deze nieuwe klasse, aan de onderkant van onze samenleving.
Wat te denken van de kwetsbaarheid van vluchtelingen of arbeidsmigranten. Van mensen die op straat moeten leven.
Ik wil wat langer stilstaan bij een ander vorm van kwetsbaarheid, nl. de psychische kwetsbaarheid van met name de jongere generatie.
In Trouw van 25 november las ik een artikel over een theaterproject The Dark.
The Dark is de afsluitende voorstelling van een trilogie over maatschappelijke thema’s waarop een taboe lijkt te liggen en waarover jongeren met ervaring hun licht laten schijnen. Eerder maakte Broeder voorstellingen over doodsverlangen en over anorexia. In The Dark staat depressie centraal. Aanleiding om voor dit thema te kiezen is een voorspelling van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO: in 2030 zal depressie volksziekte nummer één zijn.
Regisseur Alexandra Broeder maakt deze met jongeren die zelf aan depressie lijden. Broeder: “Ik merk dat depressie een onderwerp is dat mensen liever uit de weg gaan. Terwijl de toename van depressieve klachten enorm is. “Depressie wordt vaak als een individueel probleem behandeld en niet als een maatschappelijk fenomeen, maar leven we niet ook in een ziekmakende samenleving? Er ligt zoveel druk op de huidige generatie jongeren.”
Cijfers van het CBS wijzen erop dat het aantal mensen met psychische problemen ‘significant’ is gestegen in de leeftijdsgroep 12-25 jaar – van 7 naar 8 procent in tien jaar tijd. Bovendien is het aantal studenten dat zich bij studentenpsychologen meldde in tien jaar verdubbeld.
Lena Claessen (20): “Ik las de advertentie en het onderwerp sprak me aan. Ik had een vorige voorstelling van Alexandra over anorexia gezien en daar was ik erg van onder de indruk. Als kind vond ik het leven vaak overdonderend en ik wist niet goed hoe daarmee om te gaan. De overgang naar de brugklas was een kantelpunt. De somberheid die ik, denk ik, altijd al in me droeg, verdiepte zich. Op een gegeven moment wilde ik niet meer naar school. Ik werd stiller en stiller. Van mijn dertiende tot en met mijn vijftiende ben ik, met tussenpozen, opgenomen in een kliniek. Inmiddels sprak ik helemaal niet meer.
Inmiddels studeer ik en put ik troost uit zachte dingen in deze harde wereld. Uit literatuur, muziek, vriendschap en natuur. Het gaat nu relatief goed, al blijft een bepaalde kwetsbaarheid altijd op de loer liggen.”
Maar nu ook een tegengeluid.
Een paar weken geleden waren we in het theater bij een show van Soundos El Ahmani, Witte ruis.
Ze maakt in een hoog tempo scherpe grappen, over van alles en nog wat, vol humor maar ook bij vlagen geëngageerd.
Zo had ze het op een gegeven moment over ‘kwetsbaarheid’. Over dat het een beetje mode is om dat te roepen en mensen om te prijzen, dat je ‘kwetsbaar durft te zijn’ of dat je ‘je kwetsbaarheid durft te tonen’. Ze vond dat maar niks, maakte dat wat belachelijk – dat softe gedoe.
Maar toen schakelde ze door en werd ze serieus, zelfs boos.
‘Want, kwetsbaarheid? Dat kun je niet van ons, vrouwen, vragen’. Vrouwen die altijd al in die rol worden gedrukt – ik zeg het even in eigen woorden, hoe het bij mij overkwam. Vrouwen die altijd al en nog steeds, slachtoffers zijn van seksisme, van discriminatie, van foute grappen, van een onveilige sfeer op de werkvloer, van onveiligheid op straat en in het uitgaansleven – het was kort na de actie ‘Wij eisen de nacht op’, na de gewelddadige moord op de 17-jarige Lisa.
De woede van Soundos was niet gespeeld, kwam uit haar tenen en uit haar hart.
Kwetsbaarheid? Dat mag je niet van ons vragen….
Dan liever weerbaarheid. Ik weet niet of ze dat woord gebruikte. Maar ze vertelde wel over zelfverdediging. Je sterk maken. Je zelfvertrouwen groter maken.
We schakelen door naar een volgende stem.
In de Volkskrant van 14 november las ik een interview met Stephanie Louwrier (1986), acteur, DJ, programmamaker, o.a. de serie Techbitch. In het interview krijgt ze een aantal dilemma’s voorgelegd, zoals:
‘Brullen of fluisteren’?
“Dat gaat zeker over mijn stem, en hoe ik die een tijdje kwijt was omdat ik geopereerd werd aan een knobbel op mijn stembanden?
Ik heb daardoor een tijdje niet kunnen praten, het moest langzaam weer herstellen, en dat werd op zichzelf een bijzondere, spirituele ontwikkeling in mijn leven. Dat begon met een vriend die mij vroeg: is dit je overkomen doordat je je stem verkeerd gebruikt, of heeft het met iets anders te maken, overschreeuw je jezelf niet, en blijven daardoor andere dingen ongezegd? Vertel je wel eerlijk wat er in je leven speelt?
Daar ben ik toen over gaan nadenken. In die periode moest ik ook noodgedwongen fluisteren om mijn stembanden niet te belasten, en toen merkte ik dat mensen nog beter naar mij gingen luisteren. Als je zachter gaat praten, komt er ook bijna automatisch verzachting in het contact.
Op het podium ben ik heel energiek, een soort beest. Maar in de laatste jaren ben ik de zachtheid meer gaan omarmen. Daarom eindig ik mijn laatste voorstelling, Let’s get louder, over de ontwikkeling van mijn stem, met een verstild en kwetsbaar verhaal.
Daarmee wil ik brullen niet afdoen als iets negatiefs. Ik vind het heel mooi als je luid en duidelijk vertelt waar je voor staat’…” – ze vertelt vervolgens hoe ze met een paar vrouwelijke collega’s een masterclass aan vrouwen heeft gegeven om ‘ze te leren hoe ze hun plek op het podium moeten opeisen. Vrouwen zijn toch vaak geneigd om zichzelf kleiner te maken. Terwijl wij ook mogen brullen, laten zien dat we er zijn”.
Wat is kwetsbaarheid.
Kwetsbaarheid is toch niet, over je heen laten lopen?
Een kind wordt gepest.
Dat is van alle tijd, maar tegenwoordig gebeurt het ook of vooral digitaal.
‘Schelden doet geen zeer’? Nou, dat doet het wel.
Hoe bescherm je je kind. Hoe maak je het weerbaar?
Trek het je maar niet aan…
Als jij het geen aandacht geeft, gaat het vanzelf over…
Je moet daarboven staan…
of leer je je kind om als het nodig is van zich af te slaan…?
Schuilt er kracht in kwetsbaarheid? Of is het een vorm van zwakte?
Een gezonde balans tussen weerbaarheid en kwetsbaarheid, of andersom.
Een gezond zelfvertrouwen, dat niet omslaat in arrogantie (bastion van eigen gelijk) maar voldoende openheid heeft om kritiek, inzichten van anderen, toe te laten en daar niet meteen van stuk van te zijn.
Mijn stelling is: de kracht van kwetsbaarheid is er omdat kwetsbaarheid kan verbinden; terwijl de krampachtige poging om in control te blijven juist vaak isoleert.
Prestatiemaatschappij.
je moet je onderscheiden (ook op social media) – maar het is belangrijker (en menselijker) om je te verbinden, te engageren.
Alexander Broeder: “Het klopt dat ik aanvankelijk bang was dat de voorstelling te zwaar zou worden. Waar doodsverlangen en anorexia voor veel mensen toch een ver-van-je-bedshow is – gelukkig maar – raakt depressie aan iets existentieels in ieder van ons.
Maar in de laatste fase van het maakproces heb ik die zwaarte juist omarmd. Omdat ik me realiseerde dat ik me anders schuldig zou maken aan dat wegkijken wat ik de maatschappij verwijt. Ik hoop wel dat de voorstelling een verbindende en verzachtende ervaring kan bieden. De wetenschap dat, als je hiermee worstelt, je niet de enige bent.”
Over dat belang van verbinding, wil ik een laatste stem aan het woord laten komen. Ik ontleen het aan het jongste boek van Wytske Versteeg, Waar. Over de kunst van het (niet) weten.
Zij vertelt daarin over een psychologisch experiment.
Een groep mensen krijgt eenvoudige vragen voorgelegd.
Je krijgt een plaatje van een lijn te zien. Vervolgens daarnaast een plaatje met drie lijnen. Welke lijn komt qua lengte overeen? Een eenvoudige opdracht. De eerste twee keer geeft de hele groep hetzelfde antwoord.
Vervolgens worden er verschillende antwoorden gegeven. De proefpersoon weet niet dat alle anderen in de groep geïnstrueerd zijn om steeds vaker foutieve antwoorden te geven.
Dat gaat een tijdje door.
“Onder die omstandigheden zal een behoorlijk aandeel van de proefpersonen gaan twijfelen aan hun eigen conclusies of die niet meer uitspreken. Een kwart blijft onafhankelijk denken. Vijf procent gaat altijd met de meerderheid mee, ook als dat overduidelijk onjuist is.
Een onafhankelijk denker, verandert zelden in een meeloper, een meeloper wordt niet snel onafhankelijk.”
Je zou kunnen zeggen, dat zegt iets over de persoonlijkheid van de proefpersoon. Maar het wordt interessant als er iemand aan toegevoegd wordt, die ook de waarheid spreekt en de juiste lijn aanwijst. Als je tenminste één ‘medestander’ hebt, vermindert de macht van de meerderheid significant.
“Er bestaat een theorie de spiraal van de stilte wordt genoemd. Vrijwel ieder mens is bang om buiten de groep te vallen, om door een afwijkende mening alleen te komen te staan. Dus zal iemand die denkt dat haar mening overeenkomt met die van de meerderheid sneller geneigd zijn die mening te uiten, terwijl wie denkt dat ze tot een minderheid behoort haar mening juist eerder voor zich zal houden.
Het probleem is natuurlijk dat dit effect zichzelf versterkt. Mensen die denken dat ze in de minderheid zijn, zullen sneller hun mond houden, waardoor degenen die het met een zouden zijn op hun beurt blijven zwijgen.
Voordat je het weet heb je een samenleving waarin alleen nog de Megafoonman voortdurend aan het woord is.
De keerzijde van deze theorie is dat jouw stem ertoe doet, er des te meer toe doet wanneer je denkt dat je alleen staat en dat bijna niemand het met je eens is.
Alleen door in kwetsbaarheid je eigen stem te laten horen, stel je ook anderen in staat om te spreken.”
Toen ik dat las en op me in liet werken, kwam de vraag waar het vandaag over zou moeten gaan, en kwam ik vrij spontaan met de titel: De kracht van kwetsbaarheid.
Die zit er dus voor mij in dat je je blijft verbinden.
Dat je je stem laat horen, niet schreeuwerig (jezelf overschreeuwen) of brallerig, maar beslist als het om de waarheid gaat.
Je bent niet de enige.
We zijn met meer.
Juist in deze tijden is het van belang om die verbinding van de zachte krachten te zoeken.
Daarom als laatste plaatje dit voorbeeld van moeder Natuur.
De kracht van het netwerk, dat verbindt, dat beschadigingen soepel op kan vangen, dat meebeweegt op de wind, dat bestand is tegen onwaarschijnlijke stormen, dat in al zijn fragiliteit een eigen kracht bezit.