de eerste foto (Kerstmeditatie)

Kent u de dichteres Wyslawa Szymborska?
Ze is Poolse, overleed in 2012, en kreeg in de jaren negentig de Nobelprijs voor Literatuur. Haar gedichten zijn ook in het Nederlands vertaald. Ze zijn bijzonder omdat ze eenvoudig zijn en tegelijk te denken geven.

Zo is er een gedicht over een eerste kinderfoto.

‘Wie is dat kleine snoesje in dat babyjurkje toch?
(…)
Van wie is dat handje, van wie dat oortje, oogje, neusje?’

En dan mijmert ze in het gedicht over wat er van dat jongetje (want het is een jongetje) ooit worden zal,

‘(… dat) weten we nog niet,
een drukker, een chirurgijn, koopman, pastoor?
Waarheen zullen zijn koddige beentjes hem dragen?
Naar de kleuterschool, later naar kantoor, een huwelijk
met de burgemeestersdochter misschien?’

Zoals ouders gedachten maken over hun jonge kinderen.
Wat zal er later van hen worden. En wij misschien over onze kleinkinderen.
Gedachten en zorgen, want wat zullen zij allemaal meemaken in deze rare wereld.

Het is een teder gedichtje, maar ik heb niet de hele titel vermeld.
Want dat geeft er meteen een verrassende draai aan.

Het gedicht heet: De eerste foto van Hitler.
Ja, het gaat over een echt bestaande kinderfoto van de kleine Adolf.
Toen nog niemand wist van wat er later zou komen. Ook zijn ouders niet.
Die hebben uiteraard, als alle ouders, hun verwachtingen gehad, hun hoop, hun verlangens. Maar ja, we weten hoe het verder is gegaan.

Het gedicht eindigt met de regels:
‘De geschiedenisleraar doet zijn boordje los
en gaapt onder het nakijken’.

Wij vieren in deze dagen het Kerstfeest.
Laten we het gezellig houden, zeker.
We vieren het nieuwe begin, dat er altijd weer is, en dat veelbelovend is, altijd. Iedere geboorte is een brevet van vertrouwen in de toekomst. Het kan immers nog alle kanten op?
Iedere geboorte betekent dat de wereld een beetje anders is dan daarvoor. Want ieder mens doet er toe en krijgt in zijn of haar leven de mogelijkheden om de wereld anders te kleuren, mooier en liefdevoller.

Het zijn aspecten die ook meeklinken in het aloude kerstfeest.
Het kleine kind, dat zo aandoenlijk in de kribbe ligt, gekoesterd door zijn lieve moeder en zijn onhandige maar zo vriendelijke vader – dat kleine kind, dat is zoal God zelf in onze wereld komt.
Zo komt God zelf ons tegemoet. En het kan nog alle kanten op, niet waar?

Ja, en nee.
Ja, want het leven is onvoorspelbaar en wat er van ons wordt, of van onze kinderen, of van onze kleinkinderen – wie zal het zeggen.
En toch ook nee. Het kan niet alle kanten op, sinds God zelf als kind in onze wereld is verschenen.
Want dat is niet zomaar.
Dat is om hier eens en voorgoed de boodschap van zijn liefde en vrede te verspreiden.
Daarom is Hij op aarde neergedaald, daarom is Hij mens geworden. Hij maakt alles nieuw.

Uit uw hemel zonder grenzen,
Komt Gij tastend aan het licht,
met een naam en een gezicht,.
even weerloos als wij mensen
(Lied 527).

Dus nee, het kan niet alle kanten op.
Eens zal de vrede het winnen, Gods vrede, en dat wordt in het Kerstfeest vandaag al gevierd.

Dat kun je alleen geloven, als je het zelf waar gaat maken.
Want ons leven kan misschien nog alle kanten op. Maar we worden uitgenodigd, door het Kind, om het de kant van de vrede op te laten gaan. En eens op die weg, zal Gods vrede ons toevallen.

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *