de doop van Jezus (Mat. 3: 13 – 17)

Met het verhaal van de doop betreden we de wat vastere grond van de geschiedenis. Wat hiervoor is verteld, met Kerst en met Driekoningen, wordt sterk gestempeld door de legende. Met de doop hebben we te maken met een historische gebeurtenis. Bovendien, is hiervoor sprake van dat er gehandeld wordt mét Jezus, vandaag handelt hij voor het eerst zelf. Want de doop die hij ondergaat, is een welbewuste keuze, de beslissing van een volwassen mens. Het onthult iets wezenlijks over Jezus, en daar is het in de epifanie om begonnen. Jezus kiest ervoor zich te laten dopen, voor dit symbolische ritueel voor wie zijn zonden wil belijden en zijn leven wil bekeren. Want dat is de doop van Johannes. Teken van een nieuw leven, van een nieuwe levensrichting.

ST JOHN THE BAPTIST
Johannes de Doper

Het is zoals gezegd de eerste bewuste daad van Jezus, die opeens midden in het tafereel staat. ‘Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden’ (vers 13). Jezus wil gedoopt worden. Net als al die andere eenvoudige mensen uit het volk die in grote getale toestromen (vgl. vs. 5), de armen en de stillen in den lande, de verschoppelingen van de toenmalige maatschappij. Want de doop van Johannes markeert ook een sociale scheiding. Als de hoogwaardigheidsbekleders zich ook melden, de Farizeeën en de Sadduceeën, worden ze hard door Johannes aangepakt. Want zij komen niet om zich te laten dopen. Ze komen om de boel van een afstandje te bekijken, wat dat wel niet is waar al die arme drommels naar toestromen. De gewone mensen laten zich dopen, terwijl ze hun zonden beleden (vers 6) zoals er staat. Maar daar voelen de hoge heren zich uiteraard te goed voor. Johannes spreekt ze snoeihard toe: ‘Addergebroed, denk je dat je veilig bent voor het komende oordeel? Breng liever vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn’ (vers 7).

Dat is hiervoor allemaal verteld, maar het is nodig om dat even in herinnering te roepen, om de doop van Jezus in het juiste perspectief te plaatsen.
Jezus laat zich dopen. Bewust en weloverwogen. De eerste openbare manifestatie van wie hij is en waar hij voor staat. De doop tekent zijn levensprogramma. De doop is een bewuste daad, één van de meest beslissende en fundamentele momenten van zijn leven (Schillebeeckx).

Om dat duidelijk te maken, vraag ik uw aandacht voor een aantal details in de tekst.
Door voor de doop te kiezen, solidariseert Jezus zich met het eenvoudige volk, met de minsten der mensen, die hun zonden belijden. Dat is een eerste accent dat hier wordt geplaatst. En het zorgt meteen voor een probleem. Want de bekeringsbeweging van Johannes wordt gemotiveerd door een tamelijk strenge prediking. Bekeer je, want het koninkrijk is nabij (vgl. vers 2). Gooi het roer om. Laat je zondige bestaan achter je. Breng vruchten van nieuw leven voort. Enzovoort.
Als Jezus dus bewust deze doop begeert, dan snapt u het probleem. Hoezo moet hij gedoopt worden? Welke zonden  zou hij moeten belijden? Van welke dwaalwegen zou hij terug moeten keren? Is dat niet de omgekeerde wereld, zou het niet veeleer zo moeten zijn dat Johannes zich door Jezus laat dopen, in plaats van andersom?

Begrijpelijk dat Johannes inderdaad met dit voorstel komt. ‘Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?’ (vs 14)
We snappen dat deze gedachte opkomt. Logisch. Maar het is opmerkelijk dat dit bezwaar alleen bij de evangelist Matteüs wordt vermeld. De korte dialoog tussen Johannes en Jezus voor de doop vinden we alleen hier. Waarom? Ook dat heeft te maken met het specifieke accent dat in dit evangelie wordt gelegd.

Jezus kiest bewust voor deze doop, om zijn solidaire verbondenheid met het eenvoudige volk uit te drukken. Jezus staat niet boven de mensen, maar er naast, ja zelfs: er onder.
Daarom zegt hij: ‘Laat het nu maar gebeuren….’, dat klinkt ietwat gelaten, maar zo is het niet bedoeld. Zijn woorden zijn juist een uitdrukking van een bewuste, gewilde, keus: Laat het nu zo zijn. Of: Laat mij thans geworden, of hoe je het ook precies vertalen wil. In ieder geval wordt duidelijk dat er een zekere noodzakelijkheid meespeelt. Zo moet het. Jezus wil de doop net als de mensen van het volk ook ondergaan, want – zo staat er – ‘het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen’ (vs. 15).

Hier klinkt een voor het Mat.-evangelie kenmerkend woord: gerechtigheid. Een grondwoord uit de Hebreeuwse bijbel. Een woord dat te maken heeft met het partij trekken voor mensen die niet meetellen – dat is bijbelse gerechtigheid. De voorkeur voor de arme en eenvoudige; de mensen aan de zelfkant, de zondaars in het taalveld van de bijbel.

Het benadrukken van de gerechtigheid is een kenmerk van dit evangelie. Dat komt meteen bij deze fundamentele gebeurtenis van de doop tot uitdrukking en het wordt geaccentueerd door die korte samenspraak van Jezus met Johannes, die je dus niet bij de andere evangelisten vindt.
Het benadrukken van deze specifieke gerechtigheid die Jezus is komen te vervullen, komt verderop in dit evangelie veelbetekenend aan de orde in de gelijkenis van het oordeel. Als criterium geldt dat wat je voor de ‘minste van mijn broeders en zusters hebt gedaan’. Daar klopt het hart van het evangelie van Matteüs. Een beker water, een stuk brood, kleding en onderdak en zo voort. Daarin manifesteert zich Gods gerechtigheid, waar mensen tot hun recht komen, daar wordt Gods wil gedaan. Vruchten van een nieuw leven, in de woorden van Johannes de Doper (vers 8).

De doop die de gerechtigheid vervult markeert dus een belangrijk moment in Jezus’ levensgang. Zijn eerste bewuste programmatische daad. Op die manier maakt de doop iets wezenlijks duidelijk over wie Jezus is en hoe hij in onze werkelijkheid verschijnt (epifanie). Op verschillende plaatsen in het evangelie is er sprake van dat de leerlingen of andere volgelingen gerechtigheid ‘doen’ of het goede ‘doen’, zoals bijvoorbeeld in die gelijkenis van het oordeel (Mat. 25). Maar alleen van Jezus wordt gezegd dat hij de gerechtigheid ‘vervult’. Zoals ook alleen in dit evangelie Jezus zegt te zijn gekomen om Wet en Profeten (de Thora) ’tot vervulling te brengen’ (5: 17).
Nogmaals, dat zijn belangrijke accenten om de betekenis van Jezus te markeren.

Hij is gekomen om de gerechtigheid te vervullen. Met andere woorden: Hij is van godswege onder de mensen gekomen, om Gods gerechtigheid te vestigen. Om zich geheel en al en zonder voorbehoud te solidariseren met de mensen, met de minsten allermeest. Zijn levensweg is, de volgehouden inzet voor wie in de oude bedeling niet meetelt, niet meedoet, aan de kant geschoven is, buitenspel geplaatst. Gerechtigheid is dat mensen tot hun recht komen, dat de Wet wordt vervuld, Gods droom de ruimte krijgt, dat het Koninkrijk onze verbeelding kleurt enzovoort.

Bij de doop klinkt dat alles al mee en krijgt het vervolgens een scherp contour. Want als Jezus de doop ondergaat, en hij uit het water omhoogkomt, opent zich de hemel en klinkt er een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde’. Het is een vingerwijzing vanuit de hemel, dat het voortaan om deze mens moet gaan. De geliefde zoon, de bron van vreugde. Waarom? Omdat hij de gerechtigheid vervullen zal, omdat zijn levensweg zal beantwoorden aan wat God voor ogen staat. Daarom is hij een bron van vreugde.

Je kunt de verklaring uit de hemel over de zoon pas goed begrijpen als je deze plaatst in het perspectief van de gerechtigheid die vervuld moet worden. Dat Jezus de Zoon is tekent niet in de eerste plaats zijn hemelse afkomst, maar zijn aardse bestemming. We zijn vaak geneigd dat te vergeten, vandaar dat zoveel mensen moeite hebben met die vermeende hoge titels: Zoon van God. Daar denken we ons van alles bij en kunnen we ons tegelijk steeds minder bij voorstellen. Het kan helpen om bij die woorden Zoon van God niet meteen naar boven te kijken, maar naar beneden. Het is een hardnekkige tendens om dat te blijven doen, naar boven kijken, maar laten we nooit vergeten dat het gaat om de menselijkheid van Jezus, het gaat om zijn volgehouden solidariteit, zijn lotsverbondenheid met ons mensen. Midden in wat mensen zijn, is de Heer gekomen. De gerechtigheid moet hier op aarde worden gezocht, wil in ons menselijk bestaan vaste voet krijgen.

Ten slotte nog een laatste gedachte om dit te onderstrepen. Waardoor wij zelf ook in beeld komen. Want het kan natuurlijk niet zijn dat dit buiten ons omgaat. Integendeel.
Foto34Gerechtigheid is een kernbegrip. Net zoals, goed verstaan, het zoonschap Gods. Niet dus in biologische of speculatieve zin, als uitdrukking van een bijzondere of wonderlijke relatie. Maar zoonschap als uitdrukking van menselijke verwantschap in de richting die je met je leven wilt gaan.
In dit evangelie van Matteüs, in de zogenaamde Bergrede, verklaart Jezus dat wie Gods wil onderhoudt en vrede sticht, zonen van God genoemd zullen worden (5: 9). Hetzelfde geldt voor wie bidt voor zijn vervolgers en zijn vijanden omarmt (5: 45). Teksten die tegenwoordig terecht zijn vertaald met ‘kinderen’ van God, want het zoonschap sluit de vrouwen niet uit. Al wie de wil van God doet, wie de menselijkheid nastreeft en de gerechtigheid voor ogen houdt, wie doet wat de Heer van ons vraagt, voor zulke mensen geldt dat de Eeuwige daar zijn hart aan ophaalt, daar vreugde in vindt. Gods glimlach ontstaat daar waar iets van zijn gedroomde schepping, het Koninkrijk, zichtbaar en tastbaar wordt.

Dat Jezus de zoon is, maakt hem niet anders dan wij, maar juist des te meer verbonden met ons, als wij van zijn levensweg onze weg naar het leven maken. Zoals de profeet ons voorhoudt: “Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de Heer van je wilt: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God” (Micha 6: 8). Wat valt daar nog aan te voegen, anders dan: AMEN

View Comments (5)
  1. Kwam op uw site door de vraag waarom Jezus precies gedoopt werd.
    Gerechtigheid vervullen, solidair met het volk.
    ik lees: het betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen.
    Wie is ons? Johannes en Jezus of De drieenig God?
    Een andere gedachte die ik horde is dat Jezus zich hierdoor vereenzelvigd met de zonden van de mensen. Niet dat Hij daardoor zondig word maar juist zodat Hij als voorbidder bij de Vader onze zonden kan neerlegen (volgens mij Rom.8)
    Erg interessant om uit te zoeken.
    In uw preek las ik Zonen en Dochters. De vertaling zou moeten zijn kinderen van God. Ik begrijp uw gedachtengang, Ik kies liever zelf voor Zoon en Dochter omdat dit krachtiger is.
    Zegen met uw gemeente en taak
    Jezus houdt van u
    gr Dinand

  2. Petri van Buuren

    Is de doop van Jezus niet een heel duidelijke oproep tot ons hier en nu.
    Als we gaan doen wat Gods woord zegt;bekeer je en laat je dopen door onderdompeling net als Jezus ons voorging.
    Gods woord zegt ;we moeten precies doen wat God van ons vraagt;matheus 3:15
    Jezus zegt tegen de mensen om Hem heen;Vanwaar was de doop van Johannes? Uit de hemel of uit de mensen!!
    Waarom heeft u hem dan niet geloofd!!!
    ;Matheus 21:25
    En vers 32 Want Johannes heeft u de weg der gerechtigheid gewezen en gij hebt hem niet geloofd.
    Mijn ouders hebben naar hun geweten en geloof mij als kind laten dopen.
    Na mijn bekering wat zo geweldig is !!! was het verlangen zo sterk om ondergedompeld te worden om mijn oude leven in die doodsrivier achter te laten!!!dat was rond mijn 35 ste jaar
    Dank en groet Petri

  3. Je schrijft dat gerechtigheid o.a. is dat Gods droom de ruimte krijgt. Waar in de bijbel kan ik dit vinden? Welke droom?

  4. ERWIG LAVRIJS

    bij zijn doopsel door johannes de doper legde hij de zonde van de mensheid op jezus en ging naar het kruis om geoordeeld te worden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *