Dansen op het graf (Pasen 2026)

Het plaatje op de voorkant van de liturgie behoeft enige toelichting.
Het is een screenshot van een filmpje dat een aantal weken geleden rondging op Internet.

Begin dit jaar kwamen talloze Iraniërs in verzet tegen hun regime. Zoals u weet is die opstand bloedig neergeslagen. Ondanks de huidige oorlog en de liquidatie van een aantal machthebbers, lijkt het regime nog stevig in het zadel te zitten. Misschien worden ze door die oorlog juist wel geholpen? Hoe dan ook, deze foto uit het filmpje, laat een vader zien die de verjaardag van zijn overleden zoon, slachtoffer van de repressie, viert. Hij brengt een verjaardagstaart naar diens graf. Op het filmpje zie je hem en nog wat andere familieleden kennelijk, dansen en muziek maken. Een vrouw, is het de moeder?, zit bij het graf, dat met bloemen is bedekt.

Dit plaatje trof mij.
Omdat het zo wrang is.
Je voelt als het ware de onmacht van de vader, de ouders. Het verdriet om een doodgeschoten of misschien wel doodgemartelde zoon. Ieder protest wordt onderdrukt. Veel mensen kregen geen toegang tot hun overleden kinderen of familieleden. Veel is ook onbekend, hoe het er precies aan toe is gegaan. Maar dit filmpje ging de wereld over.
Het is wrang. Onvoorstelbaar. En tegelijk word je ook getroffen door de creatieve veerkracht van deze ouders. Als we niet openlijk mogen protesteren tegen het regime dat onze kinderen doodt, dan doen we het zo. Want wie kan ons verbieden om zijn graf te bezoeken en zijn verjaardag te vieren… Het leven te vieren.
Een eigen vorm van protest.

Wij vieren vandaag Pasen, wereldwijd.
Hoe kun je oprecht Pasen vieren in de wereld van vandaag?
Dat wringt. Aan alle kanten.
Een wereld die in brand staat. Oorlogen en geruchten van oorlogen. Machthebbers die zich nergens wat van aan trekken. Die zelfs niet meer de schijn ophouden dat ze zich aan recht en regels iets gelegen laten liggen.
En gewone mensen overal, in Iran, in Oekraïne, in Libanon en god mag weten waar nog meer, gewone mensen die er het slachtoffer van worden. En o ja, de gewone Nederlander aan de pomp, die voelt zich ook slachtoffer.

Pasen,
Het wringt.
Maar dan zie je zo’n aandoenlijke Iraanse vader, die zijn machteloze verdriet omzet in een geniale creatieve protestactie. Kom op, we gaan naar zijn graf, we nemen taart mee en muziek en we gaan zijn leven vieren… we gaan dansen op zijn graf.
Is dat niet een prachtig, wrang, beeld van wat Pasen is? Voor mij dit jaar wel. En ik hoop dat u dat ook enigszins mee kunt maken.

Pasen wringt.
Dat heeft het altijd gedaan, eigenlijk al vanaf het begin. Dat hoort ook zo te zijn.

Want het is en blijft iets onvoorstelbaars, ondenkbaar.
In een wereld en in een bestaan waarin de dood zo onontkoombaar is en alomtegenwoordig, het leven te vieren. Om je niet neer te leggen bij wat onvermijdelijk lijkt. Om geen genoegen te nemen met de dood, met de stilte, met de onderdrukking. Pasen is ook, het protest gaande houden, creatief en gedurfd, juist ook wanneer het monddood gemaakt wordt.
Daarom gaan die ouders naar het graf van hun zoon. Ze gaan naar het graf en ze laten zich filmen – en iemand is zo moedig geweest om het op Internet te zetten, want de wereld mag het zien, nee: moet het zien.


Vroeg in de morgen op de eerste dag van de week gaat Maria naar het graf.
Waarom doet ze dat?
Dat staat er niet bij. Ja, in andere evangeliën staat dat er vrouwen (meervoud) naar het graf gaan met geurige olie, om hem te balsemen, staat er dan weer bij een ander – en dat zal ook wel. Volgens de plaatselijke gebruiken van die tijd.
Maar er zit nog iets diepers en iets wezenlijkers onder.
Waarom gaan wij naar het graf van onze geliefden?
O, ik weet, dat is voor ieder heel verschillend. De één gaat er regelmatig heen, de ander is geen ‘grafloper’, zoals dat dan heet. En er zijn steeds meer die geen graf hebben, een urn misschien, of ze worden verstrooid. Dat kan allemaal.
Maar voor iedereen geldt, ook weer persoonlijk verschillend, maar toch, dat we allemaal onze manieren hebben om de overledenen in ere te houden. De foto op het dressoir. Een hoekje met een brandende kaars. Of zijn jas nog aan de kapstok.

Er is een diepe, menselijke, behoefte om de doden te eren. Ze in onze herinnering mee te nemen. Over ze te praten – dat kan soms zo goed doen, dat haar naam nog genoemd wordt. Zo houden we hen in leven. We leggen ons niet zomaar neer bij de dood.

Maria in de vroege ochtend.
Ze zal nooit verwacht hebben mee te maken wat haar daar overkomt. Het lege graf. Jezus als een levende verschijning in de hof.
In de manier waarop het ons verteld wordt, voel je nog de verbazing en ook iets van het ongemak. De leerlingen die er bijgehaald worden en het nog niet kunnen vatten. ‘Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan’.
De leerlingen die ook weer naar huis gaan, nuchter wordt het vermeld, eigenlijk even verbazingwekkend.
En dan de huilende Maria in de tuin. De twee engelen die er nu opeens bij zijn. De ontmoeting met Jezus die ze eerst niet als zodanig herkent. Ook wat vreemd. Komt dat doordat haar ogen vol tranen staan?  Of omdat ze het totaal niet had verwacht? Zeg het maar.
Dan de herkenning, bij het noemen van haar naam. En dan, ‘houd me niet vast’,  of ‘raak me niet aan’ – Hij leeft, Hij spreekt, maar Hij blijft ongrijpbaar.

Pasen wringt.
Het zit al in het verhaal zelf, dat strikt genomen nergens vertelt van de opstanding. Opstanding is een goddelijk gebeuren dat zich onttrekt aan menselijke waarneming. Waar het om gaat en waar het verhaal ook op uitloopt is eigenlijk niets anders dan het getuigenis van Maria, als ze naar de leerlingen gaat: ‘Ik heb de Heer gezien’.

Hierna is het graf niet meer van belang. In de verhalen in het evangelie of later in het Nieuwe Testament speelt het geen rol meer. Het graf van Jezus wordt geen bedevaartsplek. Ja, dat is het eeuwen later wel geworden, ik ben daar nooit geweest, weet eigenlijk niet goed wat ik daarvan vinden moet. Maar voor de eerste gelovigen geldt in ieder geval dat Jezus’ graf niet een herinneringsplek wordt.
Nee, de herinnering aan Jezus, dat wordt het symbool van het kruis en nog meer, dat wordt het sacrament van de eucharistie, de Maaltijd van de Heer, doet dit tot mijn gedachtenis. Daarin wordt Jezus levend gehouden. Waar mensen in zijn naam, delen en geven, zijn Naam noemen en prijzen, God danken voor het leven.

Het kruis blijft voor ons een verwijzing naar zijn lijden en zijn sterven en zijn opstaan.
Naar het lijden van alle mensen, omwille van de gerechtigheid, omwille van de droom van een betere wereld, het Koninkrijk van God in Jezus’ eigen woorden. Het kruis is een verwijzing naar allen die in de geschiedenis en tot op heden voor dat ideaal en die droom hun leven hebben gegeven.

Zij zijn niet dood.
Jezus is niet dood.
Hij is niet dood, waar het leven wordt gevierd, het protest tegen de dood en alle dodelijke machten, doorgaat, ondanks alles.

Pasen is, dansen op een graf.
Halleluja!

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *