Ze reisde ervoor naar Algerije en Tunesië om met eigen ogen het landschap te zien waar hij heeft gewoond en gewerkt. Catherine Conybeare, classicus en hoogleraar geesteswetenschappen in de VS, schreef een mooi boek over Augustinus, de kerkvader uit de vierde eeuw, die zo’n groot stempel heeft gedrukt op de westerse kerkgeschiedenis. Zijn Afrikaanse achtergrond is in haar boek een belangrijke invalshoek
Augustinus leefde van 354 tot 430, op het breukvlak van Oudheid en Middeleeuwen. Hij werd geboren in Thagaste in Noord-Afrika dat deel uitmaakte van het grote Romeinse Rijk. Bij zijn dood stond de Romeinse beschaving op het punt van instorten. Augustinus belichaamt zijn tijd. Hij kreeg een klassieke opleiding tot redenaar en was voorbestemd om carrière te maken in het romeinse staatsapparaat. Daarvoor had hij de oversteek naar Italië gemaakt. Maar mede via zijn moeder bekeerde hij zich tot het christendom, keerde terug naar zijn thuisland en werd tot zijn eigen verrassing tot bisschop benoemd. De rest van zijn leven bleef hij in Afrika en werd hij tot eeuwen na zijn dood invloedrijk door zijn vele geschriften en preken.
In haar biografie kiest Conybeare voor het Afrikaanse perspectief. Dat maakt haar boek origineel, want meestal wordt dat aspect veronachtzaamd, of teruggebracht tot zijn temperament. Noord-Afrika hoorde bij het Romeinse rijk en stond onder de invloed van de Romeinse cultuur. Ook Augustinus maakte daar deel van uit, zo wordt stilzwijgend geredeneerd. Daarmee wordt zijn Afrikaanse afkomst als het ware witgewassen. In ieder geval is hij zo in de westerse (kerk)geschiedenis geïncorporeerd geraakt dat zijn regionale en culturele eigenheid een blinde vlek is geworden. Dat probeert Conybeare te herstellen.
Zij kijkt anders naar de overbekende gegevens uit het rijk gedocumenteerde leven van Augustinus. En als je anders kijkt, zie je ook andere dingen. Ze benadrukt zijn Afrikaanse roots. Augstinus schreef in het Latijn maar beheerste het Punisch, de taal van zijn volk. Hij kende de sentimenten van de bevolking. Hij leed onder het regionale minderwaardigheidscomplex – ook toen bestond dat al – en was op zijn manier tegelijk fier op zijn afkomst. In een pittige correspondentie met Maximus (ook Afrikaan), die zich laatdunkend over enkele Afrikaanse heiligen had uitgelaten, schreef hij: “… ik denk niet dat je jezelf zo ver vergeten kunt zijn, als Afrikaan die aan Afrikanen schrijft, en gezien het feit dat we allebei hier in Afrika zijn, dat je zou denken dat je Punische namen moet bekritiseren” (geciteerd op p. 65). Het toont dat hij zijn Afrikaanse context serieus neemt en daar loyaal aan is.
De tragiek van Augustinus is dat hij een groot deel van zijn leven als bisschop bezig is geweest met het bestrijden van Afrikaanse geloofsgenoten. Naast de katholieke kerk bestond er een grote gemeenschap van zogenaamde Donatisten. Zij erkenden alleen priesters die in de tijd van de vervolgingen trouw waren gebleven aan het geloof en niet toe hadden gegeven aan de heidense (lees: Romeinse) druk. Conybeare noemt het een conflict tussen de kerk in Afrika en de Afrikaanse kerk, waarbij Augustinus trouw bleef aan de eerste. Juist als Afrikaan deed het hem extra pijn om te merken dat een groot deel van zijn land- en volksgenoten een andere richting insloegen.
De naderende ondergang van het Romeinse Rijk wierp zijn schaduw over de laatste jaren van Augustinus’ leven. Hij schreef een omvangrijke geschiedenis De stad van God, als een reactie op de veel gehoorde aantijging dat het verval van het Rijk was ingezet toen de keizers de oude goden inruilden voor het christendom. In de manier waarop Augustinus de oude geschiedenis van de strijd van Hannibal de Carthager (dus Afrikaan) tegen de Romeinen hervertelt, meent Conybeare een aanwijzing te zien dat hij, waar hij kon, zijn trots op de Afrikaanse identiteit naar voren liet komen (pp. 198 – 201).
Het is interessant om het leven van Augustinus vanuit dit nieuwe perspectief te herzien. Toch zijn de voorbeelden die Conybeare naar boven haalt met elkaar wat weinig om op dit punt al te stellige conclusies te trekken. Het is niet zo dat er opeens een heel nieuw beeld van Augustinus oprijst. Wel besef je eens te meer dat elke historische weergave, zeker over de afstand van zoveel eeuwen, een constructie is en daarmee misschien wel evenveel zegt over onze als over zijn tijd.
De biografie van Conybeare past in déze tijd en daar is niets mis mee.
Het is met flair en met veel kennis van zaken geschreven en bevat veel meer dan hier vermeld kon worden. Haar boek verrijkt het beeld van een van de boeiendste figuren uit onze geschiedenis.
Catherine Conybeare, Augustinus de Afrikaan. Een biografie, KokBoekencentrum Uitgevers Utrecht, 2026, 304 pag., € 29,99