Overdenking

BFF, Johannes 15, 9 – 17

Vroeger had je een telefoonklapper. Als je het schuifje bij de juiste letter plaatste, had je met één druk op het knopje de gezochte pagina met de betreffende telefoonnummers te pakken.
Tegenwoordig heb ik, net zoals u wellicht, een lange lijst met contacten in mijn mobiele telefoon staan. Namen van mensen die ik soms amper ken, maar die ik ooit eens gebeld heb of zij mij. Ja, ik heb contacten genoeg. Maar wie uit die lange lijst kan ik mijn vrienden noemen?

Jezus zegt: “Ik noem u geen slaven meer (…) vrienden noem ik jullie”.
Dat is een bijzonder woord. Zoals vriendschap een bijzonder woord is. Een woord om zuinig op te zijn.
Vandaag gaat het over dat woord ‘vriendschap’.  Zoals we het horen uit de mond van Jezus zelf: vrienden noem ik jullie.

Overdenking in viering gezamenlijke wijkkerken Assen

Over vriendschap is in de loop der tijden veel nagedacht en geschreven. Het belang ervan is in verschillende spreekwoorden en wijsheden neergeslagen. Van het bekende maar o zo ware versje van Toon Hermans, een vriend is iemand die met je lacht en met je grient, tot diepzinnige filosofische verhandelingen.

Ook in de Bijbel komt vriendschap aan de orde. Maar toch minder dan je misschien zou verwachten.
Er is het bekende voorbeeld van de bijzondere vriendschap tussen koning David en prins Jonatan. Als Jonatan is gesneuveld, treurt David om zijn vriend: “je was mijn broeder, mijn beste vriend, jouw liefde was mij dierbaar, meer dan die van vrouwen” (II Sam. 1: 26).
De geschiedenis van David en Jonatan, is met het gedeelte dat we vandaag uit het evangelie overdenken, eigenlijk de enige plaats waar vriendschap uitvoerig aan de orde komt.
Dat maakt het bijzonder. Ook omdat het uitgerekend in het evangelie van Johannes staat.

U weet dat elk evangelie eigen accenten zet als het gaat om het beeld van Jezus. In het evangelie van Johannes is Jezus vooral de Zoon van God, de verhevene, die ondanks alles wat hem overkomt, de situatie meester is. Jezus treedt in dit evangelie met veel zelfvertrouwen naar voren. Hij openbaart zich nadrukkelijk in zeven keer een plechtige Ik-ben – uitspraak: Ik ben de goede herder, het licht der wereld, Ik ben de weg, de waarheid en het leven, enzovoort. In het evangelie van Johannes is Jezus de soevereine Heer. En uitgerekend in dit evangelie vinden we deze bijzondere woorden: ik noem u geen slaven meer … vrienden noem ik u!

Jezus neemt ons aan als zijn gelijken. Hij laat ons meetellen. Wij zijn met hem op hetzelfde niveau. Want “voor een vriend hoeft men zich niet te bukken. Een vriend kan men recht in de ogen kijken. Men hoeft niet naar hem op te kijken en men hoeft ook niet op hem neer te zien. In vriendschap ervaar je dat je wordt gewaardeerd zoals je bent en in vrijheid wordt geaccepteerd” (Jürgen Moltmann).

Daarom is dit woord zo bijzonder. Het is echt een stap verder in de bijzondere relatie tussen Jezus en zijn leerlingen, tussen Jezus en zijn kerk, wij zelf dus.
Hiervoor in het evangelie ging het nog over de wijnstok en de ranken. Misschien hebt u dat de vorige week ook gehoord. Ook zo’n Ik-ben woord van Jezus. Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken. In dat beeld kun je nog iets van afhankelijkheid horen. De ranken ontlenen hun vruchtbaarheid en groeikracht aan de wijnstok. Maar meteen daarop volgt het gedeelte van vandaag. Jezus laat nu alle eenzijdige afhankelijkheid varen. Hij laat de verhouding meester – slaaf voorgoed los. Nee, geen slaven meer, vrienden noem ik jullie.
Beseffen we wel de revolutionaire werking daarvan?

We vinden deze woorden van Jezus in de lange afscheidsrede, die een aantal hoofdstukken in het evangelie beslaat. Jezus maakt zijn leerlingen klaar voor het gemeenschapsleven voor als hij er straks niet meer is. Je zou kunnen zeggen, hij legt de grondslag voor de kerk na Pasen. En de kerk, dat is in de lijn van de johanneïsche Jezus: een liefdesgemeenschap van vrienden:
Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt …
Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben, zoals ik jullie heb liefgehad…
Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat ik zeg…

Allemaal geladen woorden. Ze betekenen tenminste, dat wij als kerk, als belichaming van Christus, een gemeenschap van vrienden zijn, waar het liefdesgebod van de Heer regeert.
Dat is nogal wat!

Nu hoef ik niemand van u te zeggen, hoezeer de werkelijke kerk ten achter blijft bij dit ideaal. Dat is altijd zo geweest, de lange kerkgeschiedenis getuigt daar van. Maar dat betekent niet, dat we het daarbij kunnen laten zitten. Dat we schouderophalend er aan voorbij gaan, of erger nog: dat we het evangelisch ideaal als onrealistisch aan de kant schuiven.

Vandaag vieren we als gezamenlijke wijken uit Assen. Allemaal nog beperkt tot de Protestantse kerk van Assen, waar er tal van andere kerken om ons heen en naast ons zijn. Ja, je kunt er gemakkelijk wat badinerend over doen. Dat is niet mijn bedoeling.
Hoe moeizaam de dagelijkse praktijk ook is, de inspiratie die er uitgaat van Jezus’ opdracht om elkaar lief te hebben, de bemoediging die er klinkt uit zijn toezegging: vrienden noem ik jullie, kunnen ons uitdagen om telkens weer over onze eigen beperkte schaduw heen te springen, om de vriendschap te zoeken, om de vriendschap te oefenen.

We kunnen elkaar wel vrienden noemen, broeders en zusters, maar daarmee zijn we het nog niet automatisch. Dat moet je oefenen, in de kring, rond het avondmaal om maar wat te noemen.

In het dagelijks leven is het zo dat we vriendschappen zelf kiezen – familie heb je nu eenmaal en de functionele relaties, in werk of in de buurt, die zijn ook gegeven. Vrienden kies je.
Maar in de kerk is het wat dat betreft net andersom.
Jezus zegt: “Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie..” Het is belangrijk om dat goed voor ogen te houden, want anders dreigt al dat moois over vriendschap te sentimenteel en te particulier te worden. Toch al een gevaar in de kerk.

Wij zijn Jezus’ vrienden door Zijn keuze. Hij maakt ons wel gelijkwaardig aan Hem, maar daarmee zijn wij nog niet gelijk aan Hem. Hij neemt het initiatief. Hij wil mijn vriendschap nodig hebben.

Er is een vroomheid waarin Jezus als onze vriend wordt bezongen, die vals kan gaan klinken als er een verkeerde sentimentaliteit mee wordt uitgedrukt. Jezus maakt ons tot Zijn vrienden, Hij is daarmee nog niet mijn vriendje.
Ik heb jullie uitgekozen, zegt Jezus.

Als we dat goed beseffen, leren we daardoor ook anders naar elkaar kijken, in de gemeenschap van de kerk en zelfs daarbuiten.
Dan breekt het besef door, dat zoals ik door hem ben aangenomen, tot vriend wordt gemaakt, dat evengoed voor die ander, naast mij, geldt. In de gemeente én daarbuiten. Want Jezus’ liefde kent geen scheidingslijn. Hij is het, die ons zijne vriendschap biedt (Psalm 103, vers 5 oude berijming).

De ander naast mij, met mij, zo verschillend als hij of zij is, ook die ander wordt door Jezus zijn eeuwige vriendschap aangeboden. Dat beseffen, maakt dat ik anders leer kijken naar en omgaan met die ander. Daar ontstaat die bijzondere vriendschap in de gemeente. Niet omdat ik die ander per se aardig vind, of omdat hij of zij mij bijzonder ligt – het tegendeel kan het geval zijn. De kerk is geen vriendenclub, maar een gemeenschap van broeders en zusters, die door Jezus vrienden worden genoemd. In de gemeente word ik in en door Christus’ keuze aan die ander verbonden, verplicht. Dat is de zakelijke vriendschap, die als je die oefent, zich verdiepen kan. Omdat je de ander niet van te voren afwijst, in een door jouw geconstrueerd hokje stopt met het oordeel al klaar, met het etiketje: orthodox, confessioneel, vrijzinnig, of weet ik wat. Nee, omdat je die ander ontvangt als een van Christus geschonken geschenk, kun je in de ontmoeting nieuwe aspecten ontdekken, wat je van te voren niet had verwacht, die jouw leven en geloof kunnen verrijken. De grote uitdaging is om zo met elkaar om te gaan, in de kerk en in alle verbanden van het dagelijkse leven. De ander als verrijking, niet als bedreiging.

Daarom nog eenmaal het woord van de Heer:
Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie, en ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht (…) Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief.

AMEN

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply