Vanmiddag, onderweg naar vrienden, zijn we halverwege gestopt en hebben we twee uur ingevuld van de doorlopende viering van het Kerkasiel te Kampen. Het levert altijd weer boeiende ontmoetingen en gesprekken op, ook dit keer.
Eerder deze week hielden we een Summerschool over kerk en politiek en de (on)rechtmatigheid van burgerlijke ongehoorzaamheid. Daar kwam het Kerkasiel natuurlijk ook ter sprake. Waar is dat ook al weer om begonnen en wat is het doel?
Ik heb het zo uitgelegd:
We zetten ons in voor de kwetsbare kinderen, die hier al jarenlang verblijven, soms zelfs hier geboren zijn, in ieder geval geworteld. Kinderen die je niet zomaar meer uit kunt zetten, zonder psychische schade te veroorzaken (of te vergroten). Dat bevestigen allerlei deskundigen. Het is ook tegen het internationale recht voor kinderen, dat in meerdere verdragen is vastgelegd.
Kerkasiel is er niet om de overheid onderuit te halen, zoals een deelnemer van de Summerschool suggereerde. Burgerlijke ongehoorzaamheid in bredere zin, is gerechtvaardigd om in noodsituaties de overheid te bepalen bij haar zorgplicht, bv. daar waar de menselijke waardigheid in het geding is. We doen dit Kerkasiel niet om de overheid te tarten. Door aan te dringen op een humaan en rechtvaardig (asiel)beleid, dragen we juist bij aan het sterker maken van de overheid, door haar te bepalen bij haar kerntaken.
Tenminste, zo zou ik het willen zien. Hoe idealistisch dat ook lijkt, volgens mij is het belangrijk dat verder liggende doel goed voor ogen te houden. Kerkasiel is een middel dat zorgvuldig toegepast moet worden. Het is niet louter gebaseerd op medelijden met de familie en de kinderen die het direct betreft; het gaat om recht en verantwoordelijkheid en om een bijdrage aan een zorgvuldig bestuur.
Voor wie meer wil weten over de achtergronden van het Kerkasiel in Kampen, klik HIER
Na twee uur mocht ik de brandende kaars overdragen aan mijn opvolgster, die aankondigde het over de Psalmen te gaan hebben. Daarom las ik, als overgang naar haar blokje, psalm 72 van Karel Eykman uit zijn boek Een knipoog van u zou al helpen, dat ik toevallig had meegenomen:
Geen koning meer
Er zou een koning moeten komen
die je geen koning meer noemen kan
eerder een rechtvaardig goed mens.
Dan zou daar een leider van komen
die geen hardhandige leider meer is
eerder een vriendelijke herder.
Dan dalen wolken vrede over het land
zoals regen ruist over de weiden.
Dan bloeien trouw en oprechtheid in de stad
zoals de dauw strijkt langs het veld in de morgen.
Er zou een koning moeten komen
die erkent wie miskend zijn
die helpt wie geen hulp heeft.
Dan zou daar een raadsman van komen
die vrijspreekt wie vastzit
en vrede een plaats geeft.
Dan komt overeind wie onderligt
de laagstbetaalde wordt uit de armoede getild.
Wie geen leven meer heeft krijgt weer kans van leven
zoals rijp graan over de heuvels golft.