Anoir Benabdillah doet in zijn boek een ambitieuze poging om de gangbare westerse psychologie te verrijken met inzichten uit de rijke islamitische traditie. Als afgestudeerd psycholoog weet hij hoezeer het westerse perspectief lijdt aan een aantal structurele tekortkomingen. Het mensbeeld in de westerse psychologie is beperkt. Het beschouwt de mens als een rationeel individu. Het focust op gedrag en meet hersenfuncties, met het doel de patiënt te genezen of diens lijden te verlichten. In de islamitische psychologie daarentegen wordt een breder mensbeeld gehanteerd. De mens is daar een samenstelsel van lichaam, ego, ziel en hart, ingebed in een sociale gemeenschap. Bovendien is de mens in de islamitische visie verantwoording schuldig aan Allah (God). Islamitische psychologie hanteert daarom ook spirituele elementen zoals gebed en recitatie van Koran, die je in de klinisch-therapeutische benadering niet tegenkomt.
Nu is een tegenstelling tussen beide niet wat Benabdillah wil benadrukken. Naast de verschillen zijn er tal van overeenkomsten. Belangrijkste is dat beide ‘streven naar het verbeteren van het psychisch welzijn van het individu’. Juist daarom is het islamitische perspectief belangrijk, want dat doet recht aan het spirituele aspect dat ieder mens eigen is. Hij voert, zoals de titel van zijn boek luidt, een pleidooi voor het hart. Waarbij het hart moet worden gezien als de metafoor voor het verlangen naar zin en betekenis. Veel psychische problemen komen juist voort uit een gemis aan zin en betekenis. Dat is de diepere laag die gemakkelijk vergeten wordt, als we teveel focussen op het behandelen van symptomen en ons richten op een beter functioneren; want het gevaar is dan dat de dieperliggende problematiek onbeantwoord blijft.
Het is duidelijk dat Benabdillah zijn vak de psychologie benadert vanuit een doorleefd islamitisch geloof. Hij schenkt in zijn boek uitvoerig aandacht aan de meest uiteenlopende islamitische filosofen en geleerden, die wijze inzichten ontwikkelden over de mens en zijn psyche (ziel). Opvallend is dat de meesten door hem genoemd, leefden en werkten in de Middeleeuwen en dat hij nauwelijks aandacht besteedt aan hedendaagse islamitische geleerden (psychologen?). Wel benadrukt hij het belang van de hedendaagse imam, die een sleutelrol in islamitische gemeenschappen vervult. Al geldt hier dat dezen niet altijd adequaat zijn geschoold op psychologisch gebied.
Anoir lijdt zelf al jaren aan chronische ziekten. Dat maakt hem tot een ervaringsdeskundige in de omgang met (psychisch) lijden. In de Islam geldt dat ziekte gezien kan worden als een beproeving of als een straf. In het eerste geval kan ziekte een door Allah gebruikt middel zijn om iemands geloof te versterken: “Uitdagingen, moeilijkheden en ontberingen kunnen beproevingen zijn en ze omvatten simultaan zegeningen die leiden tot een diepere verbinding met Allah.” Dat geldt niet voor lijden als straf, wat blijkt uit het feit dat dit lijden een mens verder van Allah afhoudt.
Dat er in (psychische) ziekte ook een zegen kan schuilen, is een religieus inzicht dat wij in het Westen goeddeels kwijt zijn geraakt. Het heeft natuurlijk ook iets precairs, want dit soort redeneringen kunnen ook gemakkelijk gebruikt worden om patiënten onmondig te maken of in hun isolement te versterken. Tegelijk is dit een goed voorbeeld hoe een spiritueel perspectief een eenzijdig op genezing en herstel van functioneren gerichte benadering kan aanvullen. Of in de woorden van de auteur: “Het is een uitnodiging om de kwetsbaarheid van het lichaam te ervaren en tegelijkertijd de onbreekbare kracht van de ziel te ontdekken.”
In zijn omvangrijke boek stipt Benabdillah vele thema’s uit de psychologie aan. Dat maakt het een rijk boek. Daarnaast verstopt hij zich niet achter de theorie maar laat met zijn persoonlijke stijl zien hoe allerlei inzichten uit wetenschap en religie hem zelf hebben gevormd, inclusief natuurlijk zijn eigen (ziekte- en verlies)ervaringen. Het gaat hem om meer dan een ‘islamitisch sausje’ over de psychologie, maar om een echte integratie van perspectieven. Met zijn pleidooi voor het hart weet hij een brug te slaan tussen een oosterse en westerse benadering in de psychologie, die bijdraagt aan een versterking van beide.
Anoir Benabdillah, Pleidooi voor het hart. Psychologie tussen Oost en West, 442 pag.
Interessant. Wel vraag ik me af wat hij verstaat onder ‘de gangbare westerse psychologie’. Waarschijnlijk de tegenwoordig nogal rationele en biologische psychologie? Of heeft hij het ook over mensen als bijvoorbeeld Jung en Frankl; allebei psychologen/psychiaters met aandacht voor religie en zin.
Die worden helaas niet genoemd