Angst is een blikvernauwer, Jes. 7 (Advent)

Als ik niet bang was
zou ik het durven.
Als ik het zou durven
zou ik slagen.
Als ik zou slagen
zou ik het kunnen.
Als ik het zou kunnen
zou ik het willen.
Als ik het zou willen
zou ik het kunnen.
Als ik het zou kunnen
zou ik slagen.
Als ik zou slagen
zou ik het durven.
Als ik het zou durven
dan was ik niet bang.

Een versje van de Vlaamse dichter Mark Insingel (1935 – 2024).
Als ik niet bang was, zou ik het durven… om dan uit te komen bij Als ik het zou durven, dan was ik niet bang.

Bang zijn, angstig zijn – het is een ingewikkeld iets.
Het heeft iets van een cirkelredenering. Als ik niet bang was, dan zou ik het durven. Maar omdat ik niet durf, ben ik bang.
Hoe stap je uit die cirkel van de angst?

Vandaag gaat het in de lezing uit Jesaja over een bange man. Over koning Achaz.
Je zou denken, een koning, dat is toch iemand met macht. Dat is toch bij uitstek iemand die niet bang hoeft te zijn.
Maar dat is vaak anders.
Juist machthebbers zijn vaak mensen met angst. Bange mannetjes. Daarom doen ze soms zo flink, om dat maar te maskeren. Je kunt de voorbeelden tot op vandaag de dag aanwijzen.

Maar Achaz is zo bang, dat hij zelfs de schaamte lijkt verloren te zijn om zijn angst voor de buitenwereld te onderdrukken.

We gaan even terug in de tijd, 8e eeuw voor Christus. Koning Achaz van Juda, het kleine koninkrijk rondom hoofdstad Jeruzalem, wordt bedreigd door de grootmachten van die tijd, de Assyriërs. Koningen van andere kleine staatjes rondom verbinden zich om samen een front te vormen. Ze willen dat Achaz ook meedoet, maar die is bang. Bang voor het grote Assyrië, met wie hij het liever op een akkoordje gooit.
Omdat Achaz niet mee wil doen, willen die andere kleine landen hem nu aanvallen om hem te dwingen om tot hun alliantie toe te treden.
Als dat bekend wordt, staat er (hiervoor in het 7e hoofdstuk van Jesaja). ‘Toen het koningshuis van David het bericht kreeg (…) sloeg de koning en zijn volk de schrik om het hart, en zij beefden als bomen in de storm’ (vers 2).
Beeldend wordt hun angst beschreven. Maar er wordt ook met nadruk vermeld dat het hier gaat om het koningshuis van David. Met andere woorden: je zou anders mogen verwachten.

Dan komt de profeet Jesaja op het toneel.
Hij zegt: ‘hou je hoofd koel, die vijanden zijn niet meer dan ‘twee smeulende stukken hout’.  Ze doen wel boos, maar ze stellen niet zoveel voor. Laat je niet opnaaien (dat staat er niet, maar ik zeg het even in eigen woorden). Wat er wel staat: ‘als jullie geen vertrouwen hebben, dan houden jullie geen stand’(vers 9).
Jesaja spreekt de koning het volk toe – jullie.
Jesaja biedt vervolgens aan dat de koning Achaz de Heer om een teken vraagt. Maar dat wil Achaz niet, daar is hij ook te bang voor. ‘Ik zal de Heer niet op de proef stellen’, zegt hij. Dat klinkt vroom, maar het is meer zo dat hij zijn vingers niet wil branden. Want als hij een teken vraagt, dan is hij gebonden. Achaz speelt ook hier op safe.

Jesaja verwoordt de teleurstelling die dit oproept: ‘Luister, huis van David, is het u niet genoeg mensen te tergen? Moet u nu ook mijn God tergen?’

En dan volgt Jesaja’s belofte, de Heer zal een teken geven.
En dan horen we woorden die ons opeens bekend in de oren klinken. Omdat ze zo bij de Advent horen, bij de verwachting van de Messias:
De jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen” (vers 14).

Als wij die tekst horen, dan denken wij aan de geboorte van Jezus.
Dat is begrijpelijk, want zo is het ons altijd verteld en zo hebben wij in de christelijke traditie geleerd om de joodse profeten te lezen.
Maar als je er even nuchter naar kijkt, dan merk je pas op, hoezeer wij dat naar ons zelf toegetrokken hebben.
Want die jonge vrouw, dat is heus niet Maria. Nee, dat is de vrouw van Achaz.
En het kind dat geboren zal worden, dat is ook niet Jezus, acht eeuwen later.
Zo ver kon Jesaja niet vooruit kijken. Nee, dat kind waarover hij spreekt is Jehizkia, de zoon van Achaz. De zoon die anders zal zijn dan zijn vader. Want Achaz staat er in de joodse traditie niet zo goed op. Hij was een zwakke koning, die volgens het oordeel van de geschiedschrijvers ‘niet deed wat goed is in de ogen van de Heer, zoals zijn voorvader David’ (2 Kron. 28).
Zijn zoon Jehizkia is uit ander hout gesneden.
Jesaja kondigt hier al de geboorte aan van die andere koning. Als hij nog een jongen is, ‘zal het land van de beide koningen die jullie nu zoveel angst inboezemen, geheel verlaten zijn. En voor u (Achaz), voor uw volk en uw koningshuis (van David) zal de Heer een (nieuwe) tijd laten aanbreken…’.

Tot zover de historische situatie.
Dat is nodig om de tekst enigszins te kunnen plaatsen.
Maar nu dan toch over die profetische belofte, over die mooie tekst van de zwangere vrouw en de zoon die zij zal baren.

Want helemaal raar dat wij christenen dat op Jezus laten slaan, is het natuurlijk ook weer niet.
Een van de kenmerken van profetische teksten is immers, dat ze altijd meer betekenen en een wijder bereik hebben dan één historische situatie. Profetische teksten ontplooien hun zeggingskracht in verschillende tijden en in wisselende omstandigheden. Het zijn woorden waar je je aan op kunt trekken, ieder in zijn of haar eigen tijd. Ze wijzen boven zichzelf uit. Dat maakt ze juist ‘profetisch’. Woorden van belofte, kunnen in iedere generatie opnieuw mensen aanspreken, bemoedigen, richting wijzen. Ze zeggen zoveel als: wees niet bang, God gaat iets nieuws beginnen. Er is geen situatie denkbaar zonder hoop op verandering. Dat verwoordt de profetische stem. God gaat iets nieuws beginnen. Een vrouw is zwanger, een kind wordt geboren. Het leven gaat door. Er zijn altijd nieuwe kansen, van godswege.

Het zit in de naam van dat kind. Immanuël. Dat betekent God is met ons, zoals u weet. Zo heette de zoon van Achaz niet, die heette Jehizkia. Dat betekent zoveel als Mijn kracht is de Heer. En hij zou, zoals gezegd, wél doen wat een koning hoort te doen in de ogen van de Heer. Hij herstelt de eredienst. Hij houdt de naam van het koningshuis van David hoog en in ere.
Maar daarom krijgt hij hier de naam Immanuël – in hem krijgt de belofte van God gestalte.
Zoals in zoveel mensen later en door de tijden heen.
Eigenlijk is Immanuël misschien wel de passende bijnaam voor ieder kind ooit geboren. Want ieder kind representeert op zijn eigen manier de hoop en de belofte, dat God ons niet verlaten heeft, maar met ons is. In ieder kind kan zijn liefde nieuw gestalte krijgen. Kunnen onvermoede dingen gebeuren.

Zoals het is gegaan met dat ene kind, wiens komst wij verwachten in deze dagen. De zoon van David, telg uit het davidische koningshuis, de beslissende schakel in een lange keten door de geschiedenis. Gods liefde in eigen persoon. Immanuël.

Wat is nu de onderliggende boodschap voor ons in deze tijd van Adventsverwachting?
Misschien ligt dat in het volgende.
Als je bang bent, zie je het niet.
Als je bang bent, zoals Achaz en zijn entourage – die staan te beven als bomen in de storm – dan zie je er aan voorbij, dan zie je er geen gat meer in, zeggen wij.
Als je bang bent, dan durf je niet. En als je niet durft, dan slaag je niet. En zo voort.
Denk aan het gedichtje waarmee we begonnen.

Advent is ook, de moed vatten, elkaar bemoedigen, om de tekenen van verandering te zien, of als ze niet te zien zijn, er op te hopen, er als het ware naar toe te bewegen.
Als je bang bent, zie je het niet.
En er is veel in deze wereld en in ieders leven, om bang van te worden.
Om moedeloos te worden.
Om het geloof en het vertrouwen in Gods toekomst op te geven, een mooie droom – droom lekker verder?

Misschien is het goed nog een keer naar dat ogenschijnlijk eenvoudige gedichtje te kijken. Ik noemde het de cirkelredenering van de angst.
Die cirkelredenering keert om, precies in het midden.
‘Als ik het zou kunnen, zou ik het willen.
Als ik het zou willen, zou ik het kunnen’.

Advent?
Het is aan jou zelf.
Laat je niet regeren door de angst.
Angst is een slechte raadgever.
Angst is een blikvernauwer.
Angst is een gebrek aan fantasie, is het verschrompelen van je verbeeldingskracht.

De Heer geeft zijn teken, door alle tijden heen en in iedere situatie kunnen we dat teken zien, en er ons aan optrekken.
Als je het wilt…

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *