Overdenking

Als jij dat wilt, Marcus 1, 39 – 45

Jezus geneest zieken.
Het is zo algemeen bekend, we hebben dat al zo vaak gehoord, dat we er niet echt van opkijken.
Bij veel mensen geven die klassieke genezingsverhalen een ongemakkelijk gevoel. Want ja, Jezus mag dan zieken genezen, en inmiddels 2000 jaar later kunnen onze dokters en specialisten er ook wat van, maar uiteindelijk blijven wij vaak machteloos als we met ernstige ziekte geconfronteerd worden. Een man met huidvraat – een chronische huidziekte. Ja, daar is niet veel aan te doen – u moet er maar mee leren leven. Tenzij (ironisch) … je gelooft in de genezende kracht van Jezus of van het gebed…?! ‘Als u het wilt, kunt u mij rein maken’, horen wij de man uit het verhaal van vandaag zeggen. En hij wordt rein. Maar waarom wil Jezus dat vandaag de dag dan niet, of slechts zeer zelden?

Het zijn bekende bezwaren en verlegenheden bij de genezingsverhalen uit het Evangelie. We weten ook wel dat het zo niet werkt, maar de vraag is dan, wat kan je er wel mee? Zit in dit soort verhalen een hoopvolle boodschap voor ons? Zit er misschien een levensles in, die ons verder kan helpen, zonder dat we het allemaal symbolisch gaan maken.
Als het erop aan komt, helpt het geen zier dat die man genezen wordt, als wij er niet van opknappen.

Daarom is van belang dat in al deze genezingsverhalen het altijd gaat om een genezing waar de zieke zelf in betrokken wordt. Het zijn genezingen die tegelijk op een dieper niveau plaatsgrijpt. Niet alleen van ziek naar gezond, niet alleen bevrijding van lichamelijk ongemak, maar ook van een geestelijke nood. De genezing is altijd meer dan oppervlakkig.

Daarnaast gaat het altijd om een persoonlijke relatie, waarin de genezing plaatsvindt. Jezus wordt geconfronteerd met een individu, met een ziek mens. Of beter nog, met een mens met een ziekte. Dat is nog wat anders.
Belangrijk is het contact dat wordt gemaakt. Ook letterlijk. “Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan…”
Mensen met huidvraat – zeg maar, de melaatsen – waren mensen die in die tijd gedwongen geïsoleerd leefden, in soms speciale kolonies of leprozendorpen. Ze worden gemeden, buitengesloten, op afstand gehouden. Nou, we weten in deze tijden, hoe ziek je alleen daarvan al kunt worden, als je te maken hebt met contactbeperkingen, als je elkaar niet mag omarmen, kussen, knuffelen en zo voort. Een mens gaat dood als hij of zij niet wordt aangeraakt.

In heel veel van deze genezingsverhalen is dat contact het cruciale moment. De aanraking. Die heelt van zichzelf al. Want die zegt hier zonder woorden: ik accepteer jou, ik neem je zoals je bent, ik zie achter jouw ziekte de mens…

Maar er is nog meer. De genezing brengt, als het goed is, een veranderingsproces op gang dat nog dieper grijpt, dat de persoon van binnenuit verandert als het ware. Tenminste, als het goed gaat. Ik kwam een opmerkelijke uitleg tegen (van Anselm Grün) van juist dit verhaal:

Er is iets wonderlijks aan de hand. De zieke man komt op Jezus toe, hij valt op zijn knieën en smeekt hem om hulp en dan zegt hij: ‘Als u het wilt, kunt u mij rein maken’.
Dat klinkt vroom. Maar je kunt je ook afvragen, waarom zegt hij niet: IK wil genezen worden? Je kunt zeggen, daar komt het toch op neer – maar dan nog, hij zegt het niet zo. Wie is hij zelf?

In deze verhalen gaat het ook altijd om het aandeel van de zieke zelf. Jezus weigert zichzelf domweg als een wonderdokter te laten gebruiken, hij confronteert de zieke ook met zijn eigen rol daarin. Hij zegt als het ware: Ik neem je zoals je bent, maar ik laat je niet zoals je bent.
Vrij scherp geeft Jezus hem de opdracht zich bij de priesters te laten zien – dat betekent, dat hij de reguliere procedure moet volgen, door zich te laten keuren door de priesters en zo weer in de gemeenschap gevoegd te worden. Jezus stuurt hem weg en hij snauwt hem af, zo scherp staat het er. Waarom?

Er is iets aan deze man dat hem ontbreekt. In plaats van dat hij Jezus’ opdracht volgt, gaat hij daar tegen in, vertelt aan iedereen die het maar horen wil, wat hem is overkomen – overal en breeduit – met andere woorden: hij zet zichzelf in het centrum van de aandacht. Hij vindt het nogal interessant wat hém is overkomen. Hij was een uitzondering – de uitgestotene – en hij wil dat kennelijk blijven, al is het nu op een andere manier. Door zichzelf bijzonder te maken, door alle aandacht naar zijn persoon te richten – wat míj nu is overkomen? Er zit iets ziekelijks in, een onvermogen of een weigering om te zijn wie je bent. Het lukt de man nog niet om zichzelf te aanvaarden.

Jezus wilde hem helemaal gezond maken. Dan had hij eerst en vooral moeten zwijgen, zodat de genezing niet alleen zijn lichaam maar ook zijn ziel zou hebben bereikt. Dan had hij in die inkeer, de harmonie met zichzelf kunnen vinden. Zich niet langer hoeven wegpoetsen, maar ook niet zichzelf verheffen. Daarna had hij zich volgens de gangbare regels in de gemeenschap kunnen voegen. De opdracht om naar de priesters te gaan hoort bij de genezing. Maar voor deze man was dat tweede allemaal niet nodig, blijkbaar. Hij wil nu liever zelf in het middelpunt van de aandacht staan. Het is alsof zijn genezing halverwege is blijven steken. Wel van buiten rein, maar van binnen nog niet in balans.

Of deze uitleg overtuigt, is voor mij zelf ook een vraag.
Maar, dat het bij de genezingen in het evangelie altijd gaat om hoe je daar zelf bij betrokken bent, staat voor mij buiten kijf.

Het is zo dat de genezingsverhalen de boodschap van Jezus begeleiden, niet bewijzen. Dat is een belangrijk verschil. Je moet je niet blind staren op de genezende kracht, die Jezus onmiskenbaar bezit. Maar die genezende kracht is uitdrukking van de bevrijdingsboodschap die hij brengt. Jezus is gekomen met de boodschap van het Koninkrijk, van een ander leven, en hij roept op je daarop te richten. Om zelf te veranderen. Waar dat gebeurt, gebeuren er wonderen, is er meer mogelijk dan je dacht, zijn er onvermoede kansen en nieuwe energie, verander je zelf op een dieper, wezenlijk, niveau. Dat is de genezing, die dus dieper grijpt dan aan de oppervlakte alleen. Ze kruipt onder je huid…

We geloven niet omdat Jezus wonderen doet, er gebeuren wonderen als je het geloof van Jezus deelt – dat het anders kan; dat geen enkele situatie een noodlot is, onveranderlijk, hopeloos/
Zeg daarom nooit, van wat ook maar verkeerd of ziek is, dat je er mee moet leren leven.
Geloof dat het altijd anders kan, als jij dat wilt….  
Amen

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply