9 juni, De spreekwoordelijke Job

Het verhaal van Job spreekt tot de verbeelding.St.-Job-Enschot-1870
Maar er zijn ook mensen die er huiverig of zelfs afkerig van zijn. De afgelopen jaren heb ik met zekere regelmaat voor vrouwengroepen gesproken over de wijsheid van het Bijbelboek Prediker. Als je eenmaal in dat circuit zit, word je telkens opnieuw gevraagd. Na tientallen keren dacht ik dat het goed zou zijn om van onderwerp te veranderen, en dat is dus Job geworden. Deze themadiensten zijn daar een vingeroefening voor.
Inmiddels staan er al weer een paar afspraken voor het najaar in de agenda. Maar toen een Passageafdeling ergens uit Zuidwest Drenthe belde, met de vraag of ik over Prediker wilde spreken, en ik uitlegde dat ik wel wilde komen, maar het dan over Job zou gaan, was de reactie kort maar krachtig: ‘O, maar Job vind ik niks an’ en de hoorn ging op de haak.

Je kunt je afvragen wat daar achter zit. Zou het kunnen dat sommige mensen zo pijnlijk met het lijden zijn geconfronteerd, dat de vragen en de klachten die in het boek Job aan de orde zijn, te dichtbij komen? Of is het omdat men het idee heeft dat het boek Job een zwaar boek is, moeilijke vragen waar je toch geen antwoord op krijgt – wat heeft het voor zin om je daarmee te pijnigen? Daar hebben we nu even geen zin in… niet geschikt als onderwerp voor een gezellige avond op de vrouwenclub.

Er zijn legitieme overwegingen om uit de buurt van het boek Job te blijven. Toch is er ook een andere kant. Het boek Job en alles wat daar in aan de orde komt, kan een mens in nood ook geweldig troosten en bemoedigen. Dat je klacht om wat je kan overkomen, wordt herkend en wordt gedeeld. Dat je voor God kennelijk klagen en zelfs vloeken mag, want op het einde van het boek wordt gezegd dat Job, die zo geweldig tekeer kan gaan, op de juiste manier over God heeft gesproken (42:7). Het kan bevrijden dat dit mag, net zoals in veel Psalmen: je nood voor God uitspreken en je twijfel, zelfs je verwijten: waarom moet mij/ons dit overkomen?

Biedt het boek Job antwoorden?
Dat is maar zeer de vraag.
Maar wat mensen er in alle eeuwen en in verschillende omstandigheden wel uit hebben gehaald, is voedsel voor hun omgaan met het lijden, met het leven en met God. Lijdende mensen (met een lange ij) en een leidende God (met een korte ei), noemde iemand het boek (W.R. van der Zee).
Misschien dat u nu denkt: ‘Zo heftig gaat het er bij mij niet aan toe. Natuurlijk, ik heb ook wel eens iets meegemaakt, maar zo dramatisch en hartverscheurend gelukkig niet’. Dan nog kan het wijs zijn om je met zo’n verhaal als dat van Job bezig te houden. Het kan helpen de diepgang in je leven en je geloof te ontdekken, ook al is de situatie van Job de jouwe niet, of niet direct. Geen mens blijft lijden bespaard. Dat is niet gezegd om je bang te maken, maar het is de realiteit van het leven. De bijbel is een realistisch boek. Het spiegelt je geen droomwereld voor, maar geeft voeding om in de echte wereld mens te worden, de vragen van het leven onder ogen te zien. De Bijbelse verhalen tonen Gods betrokkenheid op deze wereld en op jouw leven.

Als we het boek Job gaan lezen, dan met die blik en die verwachting.
Geen afstandelijke verhandeling over God en het lijden – dat is precies de fout die andere sprekers in het verhaal maken. Maar één die betrokken is op je eigen leven en deze wereld.

Wie is Job?
Job is de hoofdpersoon in een verhaal waarin hij zelf het slachtoffer is. Job is stinkend rijk en hij wordt, in één dag, stinkend arm. Zijn vrienden komen om hem te beklagen. Zijn vrouw is verbitterd. Maar Job, hij pikt het niet. Hij komt in verzet tegen God en tegen alle vrome verklaringen voor zijn ongeluk van zijn vrienden. Hij neemt er geen genoegen mee. Hij wil de Grote Baas zelf spreken. Uiteindelijk krijgt hij zijn zin. Er vindt een ontmoeting plaats, waar God Job de mond snoert, tenminste daar lijkt het op. Maar eind goed, al goed, Job krijgt daarna al zijn rijkdom weer terug en leeft nog lang en gelukkig.

Dit is wat kort door de bocht, dat had u al gemerkt. Maar toch.
Job is het hoofdpersonage in een verhaal, dat ooit is bedacht om een thematiek te schetsten die van alle tijden is. Job is de hoofdpersoon in een uiterst kunstig gevormde literaire schepping. Het grootste deel van het boek bestaat uit poëzie: de redevoeringen van Job, zijn vrienden en van God. En poëzie in het Hebreeuws rijmt niet op klank maar naar inhoud. De tweede zin en soms de tweede en derde zin, herhaalt de eerste, maar dan in andere woorden. Een willekeurig voorbeeld: ‘Ik heb geen ander voedsel dan verdriet / mijn klachten stromen in een vloed van tranen. // Wat ik vreesde, komt nu over me, / wat mij angst aanjoeg, heeft me getroffen’ (3: 24 – 25). Om u een indruk te geven van het kunstige karakter van de tekst: het poëziegedeelte bestaat uit 412 strofen (verzen), waarvan precies de helft door Job worden uitgesproken, 206. De overige 206 door de vrienden en God. Van die 206 strofen van Job zijn er 103 lang, dat wil zeggen drieregelig, de andere 103 zijn tweeregelig, kort. Tot op het niveau van het aantal (Hebreeuwse) lettergrepen per regel, is er sprake van evenwicht.

Als je dat weet, dan wordt duidelijk dat aan zo’n Bijbelboek een weloverwogen plan ten grondslag ligt. Er is over nagedacht. Inhoud en vorm. In hoeverre de vorm ook bepalend is voor de uitleg van de inhoud, is een discussie onder deskundigen – dat laten we maar voor wat het is. Het boek Job is ontworpen, niet om lezers een verhaaltje te vertellen, maar om ze op indringende wijze te confronteren met een levensechte thematiek. De bijbel is niet verzonnen, maar wel bedacht.

Blijft de vraag: wie is nu die Job?
In één van zijn eigen toespraken verzucht Job dat hij “tot een spreekwoord” voor de mensen is geworden (17: 6, vertaling Fokkelman), in onze vertaling staat er ’tot een schrikbeeld’. Job is een spreekwoordelijke figuur.
Zo kennen we hem ook in onze taal en in verschillende uitdrukkingen. Iemand is zo arm als Job – en dan te bedenken dat Job aan het begin van het verhaal de rijkste man van het hele Oosten is, maar Job raakt alles kwijt. Hij ontvangt op een kwade dag de ene na de andere Jobstijding, gebracht door telkens een andere Jobsbode. Allemaal vaste uitdrukkingen. Eén zo’n uitdrukking is ook: Jobsgeduld. En dat is, als je het verhaal kent, eigenlijk een wat wonderlijke zaak dat Job vanwege zijn geduld spreekwoordelijk geworden is. Want als iets Job kenmerkt, is dat nu niet zijn geduld, maar zijn ongeduld. Job komt in opstand. Job neemt het niet. Ja, aanvankelijk reageert hij gelaten op het onheil dat hem treft: zijn veestapel geroofd en zijn personeel gedood, zijn schapen en geiten en de hoeders verbrand, de kamelen gestolen en de drijvers met zwaarden om zeep geholpen – de jobsboden staan in de rij om Job zijn onheil aan te zeggen, en nog is het niet op: zijn 10 kinderen, drie dochters en zeven zonen op dezelfde dag onder het puin van hun ingestorte huis, en wat zegt Job: ‘De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen’ (1: 21). Is dat Jobs geduld?

En als het dan nog dieper gaat, als zijn lichaam getroffen wordt en hij onder de bulten en de stinkende zweren zit – Job op de mestvaalt – dan zegt hij tegen zijn vrouw: ‘Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden’ (2: 10). Heeft hij hier zijn spreekwoordelijke geduld aan te danken?
Je zou het denken.
job beeldentuin hoofddorp (2)

Maar … na een stilte van zeven dagen en zeven nachten, wanneer zijn vrienden zijn gekomen en bij hem neerzitten, eveneens stil – een indrukwekkend zwijgen – na een week zwijgen opent Job zijn mond en… vervloekt hij de dag van zijn geboorte (3:1). Dan breekt hij los en is niet meer te stoppen. Dan is het voorgoed over met zijn geduld.

Wie is Job? De lijdzame aanvaarder of de strijdbare aanklager?
Het lijkt erop dat hij een lijdzame aanvaarder is in de eerste hoofdstukken. Maar dat hij zich daarna ontpopt als de strijdbare aanklager.
Voor een goed begrip van het boek Job is het van belang om te weten dat de grote redevoeringen van Job en zijn vrienden en later van God het leeuwendeel van de tekst vormen. Maar dat daaromheen een zogeheten raamvertelling is geplaatst. De eerste twee hoofdstukken en de laatste, zijn het kader. Het is verhalende tekst – proza – terwijl het grote middendeel in poëzie is geschreven.
In de raamvertelling wordt Job voorgesteld, wordt zijn rijkdom geschetst, maar wordt ook benadrukt dat Job ‘rechtschapen en onberispelijk is, ontzag voor God heeft en het kwaad mijdt’.
In dit deel wordt ook duidelijk dat het onheil dat Job treft, voortkomt uit een weddenschap tussen de Heer en Satan. Satan – letterlijk: de aanklager – kan niet geloven dat Job zomaar zo vroom mens is. ‘Pak hem zijn rijkdom af, en we zullen zien of hij u nog trouw blijft’, zegt hij. De Heer heeft kennelijk zoveel vertrouwen in Job dat hij de uitdaging aangaat. Als Job geen krimp geeft bij alle verlies, gaat de aanklager een stapje verder: ‘ja, nu is hij zelf de dans nog ontsprongen, maar als ziekte hem treft, piept hij wel anders’. Opnieuw krijgt de aanklager de vrije hand, zolang hij Job maar in leven laat.

Dat wordt dus allemaal verteld in die raamvertelling. Informatie voor de lezers, maar onbekend bij de hoofdrolspeler. Wij weten meer dan Job. En stel dat Job geweten zou hebben, dat hij de inzet vormde voor een ordinaire weddenschap… Wat zou hij daarvan vinden? Wat zegt dat over God, die zomaar met zijn knecht Job een spelletje laat spelen?

Er zijn veel mensen die hierover gestruikeld zijn. De vraag van vandaag is: wie is Job? Maar de vraag is even zo goed: wie is God, in dit verhaal? Het zal ons nog bezig gaan houden.
Je komt in de knoop als je het onderscheid tussen raamvertelling en de bulk van het boek, de redevoeringen, uit het oog verliest.
Job is een verhaal, een parabel, een boek van wijsheid, over de aloude vraag van mensen, hoe met het lijden om te gaan – waar het ook vandaan komt; hoe je staande kunt blijven als het onrecht toeslaat – wie het je ook aandoet; en wat je daarin van God én van mensen hebt te verwachten.

Daarbij is het boek, zoals we al lieten zien, één zorgvuldig gecomponeerd geheel. Een literair kunstwerk. Je kunt niet raam en middengedeelte tegen elkaar uitspelen. Het boek is één geheel, met alle spanningen, tegenstrijdigheden, onopgeloste vragen en open kwesties van dien. Het is zo´n typisch Bijbelboek, dat je nooit uit hebt.

Wie is Job?
De spreekwoordelijke geduldige Job, die zijn hoofd buigt en zijn hand op zijn lippen legt?
Of is het de Job die ‘op de juiste manier van God’ spreekt, de Job van de opstand, van het verzet, van de diepe, menselijke klacht om het lijden zonder grens?

Tenslotte nog dit.
Prof. Miskotte muntte ooit de term ‘ het tegoed van het oude testament’. In de christelijke kerk gaat het begrijpelijkerwijs vaak over Jezus en de evangeliën en de brieven van Paulus. Maar het Oude Testament heeft op tenminste vier punten iets eigens te bieden, dat wij niet missen kunnen.  Miskotte noemt dat: de scepsis, de opstand, de erotiek en de politiek (in; Als de goden zwijgen, VW 89, p. 143).
In het Oude Testament heb je de stem van de scepsis, de twijfel, dat is Prediker. Je hebt de stem van de erotiek, dat is Hooglied. Je hebt de politiek, bij de kritische profeten en je hebt de stem van de opstand, die vind je bij Job.
Dat mag daar allemaal bestaan. Dat is allemaal heilige Schrift en woord van God.

Het kan een diepe troost zijn, om te weten dat je in het geloof mag klagen. Dat je ruimte krijgt om in opstand te komen, tegen alles en iedereen wat onrecht is, ja zelfs tegen God zelf.
Job’s grootheid is, dat hij zich niet schikt. Dat hij het er niet bij laat zitten. Dat hij zelfbewust is en overtuigd van zijn menselijk recht. Job’s grootheid is dat hij menselijk wordt door God niet los te laten.
AMEN

View Comments (1)
  1. Duidelijke aanzet tot Bijbeluitleg, altijd komt de vraag weer naar boven: Waar komt het kwaad nu vandaan? Is het God die mij het kwaad toeschikt (H.C. zondag 9) of worden we door satan (Job 1:6) in het ongeluk gestort.
    Job heeft mij/ons veel te zeggen, een bijzonder bijbel/troostboek.
    Zie met belangstelling de volgende preek tegemoet!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *