Waar maakt een mens zich druk om?
Ooit las ik in een boek over de Reformatie een zin die me altijd is bijgebleven. Het ging over een theologentwist die kort na Luther’s dood ontstond. Verschil van inzicht over een aspect van zijn leer – de zgn. majoristische strijd – te specialistisch om dat nu uit de doeken te doen, en daar gaat het ook niet om. De zin die mij trof was, dat deze twist (en nu citeer ik) “tot een natuurlijk einde kwam door het overlijden der partijen”.
Die zin is me sindsdien bij gebleven. Vanwege de nuchtere formulering. Er gaat een zekere relativering van uit, zoals dat in het algemeen geldt als je je in de geschiedenis verdiept. Het kan zelfs troosten, vooral als je zelf wel eens te maken hebt met verschillen van inzicht over kerk of leer. Waar maakt een mens zich druk om? Het meeste komt tot een natuurlijk einde vanwege het overlijden der partijen.
Deze herinnering komt boven bij het gedeelte dat we vandaag overdenken.
Het begint, zoals zo vaak, met een vraag die aan Jezus wordt gesteld. En als je die hoort, ben je geneigd om je af te vragen of dat nou iets is wat ons vandaag bezig houdt: Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?
Waar maakt een mens zich druk om? Is dat niet een vraag uit een voorbije tijd? Gaat het hier niet om kwesties waar vandaag de dag alleen nog maar de strenge varianten binnen het christendom zich druk om maken? Deze angstige vraag naar wie behouden wordt, is bij ons toch allang overleden? Zo kunnen wij het ons niet meer voorstellen, dat er een God zou zijn die mensen verloren laat gaan, die mensen zou buitensluiten. God runt geen uitzetcentrum.
Het valt ons moeilijk om God (of Jezus) voor te stellen als Iemand die buiten sluit, die mensen afwijst, die mensen – nog erger – verloren laat gaan. Dat strookt niet met het beeld van de liefhebbende God, die niet wil dat mensen verloren gaan, maar dat mensen terecht komen, dat ze leven. God heeft het beste voor met de mensen en met de wereld. Daar past niet bij dat er mensen buiten de boot zouden vallen, dat zij buitengesloten worden en dat voor hen Gods goedheid niet zou gelden.
God sluit geen mensen buiten. God schrijft geen mensen af.
Is Jezus zelf niet bij uitstek het voorbeeld hiervan? Hij die juist die mensen opzoekt, die er in de maatschappij van toen maar een beetje bij hingen: de mensen aan de rand, de randbewoners en de randfiguren, het uitschot en de zelfkant. De buitengeslotenen. Dat veroorzaakt schandaal. Daar spreken de deftige mensen schande van. Maar dat is nu juist de manier waarop Jezus de alomvattende liefde van God demonstreert. De laatsten worden de eersten. Diegenen die wij buiten sluiten, sluit God in. Die bij ons buiten de boot vallen, worden door hem welkom geheten
En toch.
Op de vraag die hem gesteld wordt, zegt Jezus niet: ‘Waar maakt een mens zich al druk om? Joh, maak je niet ongerust. God houdt van alle mensen, alle, alle kind’ren. Laat ze allen groot en klein, bij Mij binnen lopen. Stop met piekeren. Iedereen wordt gered’.
Dat zegt Jezus niet. Nee, het antwoord is: doe alle moeite om door de smalle deur binnen te gaan; velen zullen het proberen maar er niet in slagen; en in het vervolg spreekt hij over de deur die zelfs gesloten is: dan staan jullie buiten op de deur te kloppen, maar de Heer des huizes zegt dan dat hij jullie niet kent Weg met jullie, rechtsverkrachters. Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je zelf buitengesloten wordt.
En staat er ook niet ergens in de bijbel dat velen zijn geroepen maar slechts weinigen zijn uitverkoren? (Inderdaad, Mat. 22: 14)
Wat betekent dat? Moeten wij ons beeld van de genereuze en gastvrije Jezus die met open armen alle mensen welkom heet, moeten we dat beeld bijstellen? Is dat misschien meer onze wens dan dat het overeenkomt met de evangelische werkelijkheid?
Hebben dan toch die strenge gelovigen gelijk, die zo’n nadruk leggen op dat je bezorgd moet zijn om je zielenheil, om het eeuwig behoud, dat we daar niet te licht over moeten denken, enzovoort?
Het is volgens mij geen kwestie van zwaar of licht, maar van het juiste perspectief.
Dus, met recht: waar maakt een mens zich druk om? Als een open vraag, als een heel persoonlijke vraag ook.
Wat hier vandaag aan de orde is, is een ernstige vraag, een serieuze zaak. Waar maak je je druk om? Niet in relativerende zin, maar in motiverende zin. Wat houdt je bezig, waar zet je je voor in? Waar kom jij voor in beweging; wat is jou je inzet, je tijd, je energie waard? Dat soort vragen. Ze worden opgeroepen door de reactie van Jezus, zoals we zullen zien.
Maar zoals met alles in het leven en in het geloof, moet je dat wel in het juiste perspectief zetten, anders wordt het of te zwaar, en dan gaat een mens daar aan onder door, of het wordt te licht, en dan waait het zomaar bij je weg, glipt het leven tussen je vingers door.
Een paar opmerkingen bij de tekst om het punt van vandaag te verhelderen. Jezus’ reactie op de vraag die hem wordt gesteld, is anders dan je zou verwachten. Geen bevestiging, ook geen ontkenning, maar de vraag wordt als het ware op een andere manier meegenomen, of misschien moet je zeggen: teruggekaatst. Als je er op gaat letten is dat telkens een soort tactiek van Jezus. De op zichzelf nogal theoretische vraag (zijn er maar weinigen die worden gered) wordt op een praktische manier vertaald en bij jou zelf op het bordje gelegd. De theoretische vraag – over hoeveel er worden gered, weinig of veel, of hoe dan ook – een vraag waar je niet alleen de angst in door hoort klinken, maar ook een zekere afstandelijkheid – die theoretische vraag wordt in Jezus’ reactie een concrete praktische aansporing: doe jij je best om door de smalle deur binnen te gaan, met andere woorden.
Dat is natuurlijk een beeld, de smalle deur – maar een sprekend beeld. Doe moeite om binnen te gaan. Zorg dat je de goede keuzes maakt, de juiste dingen doet. Het komt je niet aanwaaien, jij moet in beweging komen. Ook dat zit er in. Zorg dat je je druk maakt om de juiste dingen en nog meer: zorg dat je daar werk van maakt.
Theoretische bespiegelingen krijgen bij Jezus geen kans. Hij buigt het altijd weer naar jou zelf terug.
Het is een herkenbaar patroon. Op de theoretische vraag: wie is mijn naaste, komt het concrete antwoord van de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan – beeldspraak – en wordt de praktische vraag: wie heeft zich de naaste betoond, van de mens in nood.
Het gaat om de praktijk van het christelijk leven.
Het volgende wat we willen opmerken is, dat in het antwoord van Jezus geen sprake van is dat Hij of God mensen buitensluit. Dat zou je misschien kunnen denken, zeker als je de angst in de vraag waarmee het begint te zwaar laat wegen. Nee, het zijn juist mensen zelf die zichzelf buitensluiten, die zich buiten laten sluiten.
Waarom?
Omdat ze er geen moeite voor hebben gedaan om binnen te komen. Dat is opnieuw de beeldspraak, die je dan zo kunt vertalen: Ze blijven buiten staan, omdat ze het moment van de keuze hebben gemist, of eindeloos uitgesteld. Omdat ze de beslissende afslag in hun leven hebben voorbij laten gaan, wat dat ook moge zijn.
Ze hebben zichzelf buitengesloten, omdat ze teveel in de theorie zijn blijven steken, rondjes draaien, en niet aan de praktijk zijn toegekomen.
Ze zijn buiten geraakt, omdat ze passief zijn gebleven, of dachten er al te zijn. ‘Wij hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven’, alsof dat op zichzelf voldoende is. Ze waren er bij, ja, maar als toeschouwers kennelijk, niet als deelnemers.
Dat mensen buitengesloten raken, ligt niet aan de kwade wil van God of aan diens willekeur, maar aan het feit dat mensen zichzelf tekort doen, door de verkeerde keuzes die ze maken, door zich druk te maken over dingen die er niet echt toe doen.
Het ligt niet aan Gods benepenheid of bekrompenheid.
‘Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God’.
De gastvrijheid van het koninkrijk is royaal, grenzeloos. God voert geen ontmoedigingsbeleid. Hij is erg voor de aanzuigende werking. In zijn koninkrijk, het leven zoals het bedoeld is, is plaats voor alle mensen. Maar het zijn mensen zelf, die zich de ellende op de hals halen, die de boot missen, die zichzelf tekort doen.
Mensen? Ja natuurlijk, die anderen. Ik niet. Hoe bedoelt u?
Die typische tegendraadse reacties van Jezus, plooien zich altijd weer naar jezelf terug. Je wordt als het ware in de positie gebracht waarop het nu op jezelf aan komt. Op jouw beslissing. Op jouw levenskeuze. Waar maak JIJ je druk om?
Een laatste opmerking.
Er gaat iets sprekends van uit dat dit gesprek tussen de anonieme vragensteller en Jezus plaatsvindt terwijl ze onderweg zijn.
Met die mededeling is dit gedeelte ingeluid: Op weg naar Jeruzalem trok hij verder langs steden en dorpen, terwijl hij onderricht gaf; het is een mededeling die een paar keer wordt gemaakt, omdat het in het evangelie van Lucas belangrijk is om dat te onderstrepen. Jezus is met zijn leerlingen op weg naar Jeruzalem, zoals straks de boodschap verder wordt gedragen, door zijn leerlingen, vanuit Jeruzalem naar alle windstreken toe (vgl. 29).
De praktijk van het christelijke leven is, op weg zijn, onderweg zijn, is: beweging en dynamiek, zoals het leven is.
Het is ook een spiritueel beeld, van de mens als reiziger door de tijd, met zijn of haar reisgenoten; het is het beeld van het leven zelf, dat zich ontwikkelt en ontvouwt, door onderweg te leren, vallen en opstaan. Je mag vallen. Zo is het leven en zo zijn mensen. Vallen is niet erg, blijven liggen wel.
Het koninkrijk is onderweg zijn, het ligt voor ons in het verschiet, zoals het beloofde land. Waar het Jezus bij zijn onderricht om gaat, is om ons bij het koninkrijk te bepalen. Het grote evangelische beeld van het leven zoals het bedoeld is, vrede, recht, heelheid. Jezus geeft ons zijn onderricht, om ons daar het uitzicht op te bieden en ons kompas op te laten richten.
Nogmaals, het gaat niet aan om mensen buiten te sluiten of van zich te vervreemden.
Zijn woorden zijn ook niet bedoeld om mensen schrik aan te jagen of bang te maken.
Geloof en angst gaan niet samen.
Maar alles wat Hem beweegt is om ons van de ernst van het leven te doordringen en van het gewicht van je eigen levenskeuzes.
Dus, waar maak jij je druk om?
AMEN

Vanavond exact de zelfde preek gehoord. Wat een genade schuilt er in onze Here Jezus Christus!
Ik mag blijvend bidden of God mij op de goede weg v ast houdt.
Gods zegen toegewenst in woorden en werken