Het is nog zomer. De vakanties zijn nog niet helemaal voorbij. Maar dat is nog maar even. Als de scholen weer beginnen, en voor de basisschool is dat morgen al, komen de meeste gezinnen weer in het dagelijkse ritme. Dat geldt ook voor wie weer aan het werk is (een voorrecht in deze tijden) en straks gaat het verenigingsleven weer van start, een nieuw kerkelijk winterseizoen. Hebt u er al wat zin in?
Misschien kent u dat gevoel van vroeger, dat je nieuwe schriftjes had gekregen voor school. En dat je je plechtig voornam om er heel netjes in te gaan schrijven, niet te knoeien. En hoe lang je dat meestal volhield, of hoe kort.

Hebt u er al wat zin in?
Het is de vraag op de drempel van een nieuw seizoen, maar het is ook een vraag die opkomt bij het evangelie dat we vandaag overdenken.
Jezus zegt: “Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde!” Hij tenminste lijkt er zin in te hebben. Jezus kan niet wachten. Hij staat te popelen. Voor hem mag het allemaal beginnen. Maar wat dan precies?
Jezus spreekt over een vuur dat ontstoken wordt.
En dan heb je meteen al het beeld te pakken, dat past bij de vraag van vandaag.
Want vuur, dat betekent: dat waar jij enthousiast van wordt, datgene waar een mens warm voor loopt. Vuur, dat heeft te maken met beweging en dynamiek, met vuur en vlam – ook al klinkt dat misschien wat te heftig voor nuchtere noordelingen. Vuur, als beeld, ook in de bijbel, heeft te maken met geestdrift en nieuw elan. Denk maar aan het Pinksterfeest, hoe de vrienden van Jezus na zijn dood niet neerzinken in neerslachtigheid, maar door kracht van omhoog de energie vinden om zelf ook op te staan en aan de slag te gaan. De tongen van vuur op ieders hoofd zijn daar het symbool van.
Dus, heb je er al een beetje zin in? Een beetje? Brandt bij jou het vuur van je verlangen, van de hartstocht, van het geloof? Ja, wat is dat eigenlijk, waar jij warm voor loopt of warm van wordt?
Ieder mens heeft dat nodig, iets om je voor in te zetten, iets om je aan te wijden of om in te geloven, om het eens zo te zeggen. En als je zoiets gevonden hebt, kan dat aan je leven glans en diepgang geven. Want een menselijk leven is voor meer bedoeld dan alleen maar willoos en passief mee kabbelen op de levensstroom. Jezus zegt dat hij is gekomen om vuur op de aarde te ontsteken. Hij wil de boel eens flink opporren, zou je kunnen zeggen. Het vuur oprakelen. Want misschien lijkt het vuurtje bij u of bij mij wel gedoofd, een uitgebluste zaak. Zou er nog wat warmte in de asresten zijn achtergebleven? Kan het weer aangeblazen worden?
Iemand sprak over haar betrokkenheid bij de kerk en wat haar daarbij motiveert: ‘om het vuurtje brandende te houden’. Dat is al heel wat, zeker in deze tijden. Maar iedereen die deze zomer buiten heeft gekampeerd en een vuurtje heeft gemaakt, weet hoe lastig dat is, een vuurtje brandende houden. Er moet steeds nieuw hout bij, maar er moet ook voldoende lucht bij kunnen. Lang leve de elektrische barbecue!
Het vuur van ons enthousiasme, de geestdrift in ons leven, dat is de ene kant. Maar een bijbels beeld heeft altijd meer aspecten. Zo is dat ook met het beeld van het vuur. Want wat brandt verteert. Wat brandt raakt op. Er schuilt in het vuur ook een vernietigende kracht. Weinig dingen zien er zo deprimerend uit als een uitgebrand huis, en dan hoop je maar dat er geen slachtoffers bij gevallen zijn, of een afgebrand bosperceel. Die verwoestende kracht van het vuur speelt ook altijd mee in de bijbelse beeldspraak. Het vuur waar Jezus over spreekt, heeft dan ook dikwijls te maken met het oordeel, het vuur dat al het kwade zal verteren, zoals het onkruid dat samen met het graan opgroeit, maar pas op de dag van de oogst geschieden wordt in het vuur geworpen zal worden (Mat. 13). Zo gaat het in de gelijkenis die Jezus vertelt, een voorbeeld dat gemakkelijk aan te vullen is. De verwoestende kracht van het vuur is een element in de bijbelse beeldspraak en ook dat kunnen we betrekken op de vraag van vandaag.
Die vraag is: hebben we er al wat zin in? En dan bedoelen we, op de dingen die ons binnenkort of nu al weer te doen staan, op het leven en werken van alledag dat ons wacht, maar eigenlijk altijd aan de orde is. De vraag die je dus uit kunt breiden tot een vraag die eigenlijk bij alles van ons leven geldt: wat maakt je enthousiast, wat beweegt je, wat drijft je? Waar leef je voor? Het vuurtje brandende houden. In de taal van het geloof zeggen we dan: wat bezielt je?
Het tweede wat er dan bijkomt en bij hoort, is die andere kant van de beeldspraak. Het vuur dat verteert wat geen bestand heeft. Het vuur dat reinigt door weg te branden wat overbodig is en verkeerd. Ook dat kun je op je eigen leven betrekken. Dan wordt het een vraag bij datgene waar jij warm voor loopt en je voor in wilt zetten, of dat zuiver is, of dat werkelijk hoort bij de dingen waar het in het leven echt om zou moeten gaan, of het edel is, of het bijdraagt aan een beter leven voor jezelf of voor anderen.
Dat klinkt misschien wel wat zwaar, maar toch denk ik dat dit allemaal meespeelt en meeklinkt in dit beeld van het vuur. Als je het in de taal van het geloof wilt zeggen, het geloof van Jezus zelf, dan is het de vraag of dat waar jij je voor inzet bijdraagt aan het koninkrijk. Het vuur dat Jezus op aarde komt ontsteken, is de verkondiging van dat koninkrijk, het leven naar Gods bedoeling.
Heel dit gedeelte, Lucas 12, staat onder dat voorteken: zoek eerst en bovenal het koninkrijk (12: 31). Jezus ontsteekt dat vuur, dat wij vervolgens brandende moeten houden, maar hetzelfde vuur zal ook duidelijk maken wat in het licht van het koninkrijk stand houdt, wat het waard is, en wat verteert en verwaait op de wind als stof en as.
Als we dat tweede erbij bedenken, dan worden die andere woorden die hier aan Jezus worden toegeschreven ook wat duidelijker. Want op het eerste gehoor, roept het vooral vraagtekens op, als er staat: ‘Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg ik jullie, ik kom verdeeldheid brengen’ (12: 51).
Om eerlijk te zijn, daar zitten we niet op te wachten. Verdeeldheid is er al genoeg in de wereld en in de kerk, is dat niet juist het probleem? En is het zo raar dat we denken dat Jezus vrede op aarde komt brengen? Hoe lang is het geleden dat we dat met de hemelse engelen zongen bij zijn geboorte: vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft (2: 14) – in het Lucas evangelie is dat maar een paar bladzijden terug…?
Maar hier spreekt Jezus van verdeeldheid, van een huis dat in zichzelf verdeeld is, waar vader tegenover zoon staat, moeder tegenover dochter; is het een generatieconflict?
Sommige uitleggers zeggen dat je deze woorden moet begrijpen tegen de achtergrond waarvoor het geschreven is. Wat de woorden van Jezus hier beschrijven, is de werkelijkheid in de eerste en tweede generatie christenen waarvoor het evangelie in eerste instantie is bedoeld. Het is de verdeeldheid die dan al is ontstaan, tussen Jezusvolgers uit het joodse volk en uit de andere volken (de heidenen). Het is de verdeeldheid en de spanning die voortkomt binnen een en dezelfde familie, als sommigen kiezen om Jezus te volgen en anderen daar niets van willen weten.
Misschien speelt dat mee.
In ieder geval kun je deze opmerking over de verdeeldheid die Jezus brengt, niet goed begrijpen als je dit vers isoleert. Daarom heeft het volgens mij ook te maken met wat we hiervoor zagen in dat dubbele beeld van het vuur. Vuur dat enthousiasmeert maar tegelijk ook uitzuivert en schift. Vuur dat aan het licht brengt wat deugt en wat niet deugt, wat waarde heeft en bestand, wat koninkrijkbestendig is, en alles wat niet meer is dan stof en as. Dat is de verdeeldheid die Jezus brengt – en de loop der gebeurtenissen zal dat genadeloos aan het licht brengen. Het is de scheiding der geesten.
Wat betekent dit nu allemaal voor ons? Ik kan alleen maar zeggen hoe ik dat zelf beleef in de hoop dat u daardoor wordt uitgenodigd dat voor u zelf na te gaan.
Bij geloven hoort een soort onrust, die er onlosmakelijk deel van uit maakt. De vraag naar je inspiratie, die steeds weer opnieuw moet worden gesteld en beantwoord. Het vuurtje moet brandende gehouden worden en dat gaat niet vanzelf.
Geloven, zoals Jezus daartoe oproept en ons voorleeft, is het soort levenshouding die niet rust in het vanzelfsprekende. In het leven dat alleen maar voortkabbelt.
Het brengt je steeds in beweging, maar ook in de crisis. En crisis is een ander woord voor oordeel, of ook wel voor beslissing. Het is een manier van bewust leven, in de eigen tijd, geconfronteerd met de uitdagingen van de eigen tijd maar ook in besef van eigen beperkingen.
Geloven is steeds weer tasten en zoeken hoe aan de diepste intenties van het zinvolle leven vorm te geven. De vraag stellen naar een betekenisvol leven. Niet zozeer het leven waar wij zin aan hebben, of niet, maar het leven waar wij zin aan ontdekken en zin aan verschaffen.
Daarom is het heilzaam om van tijd tot tijd die vraag van vandaag te stellen; je eigen geloof en opvattingen en levenswijze kritisch tegen het licht te houden. Denk niet te snel dat waar jij voor in vuur en vlam staat, precies hetzelfde is als het koninkrijk dat Jezus bedoelt. Of dat al datgene waar wij ons voor inzetten en ons druk over maken – bijvoorbeeld de kerk – zomaar samenvalt met Gods zaak.
Jezus zegt dat hij geen vrede brengt maar verdeeldheid. Sluit het een het ander uit?
Er is een verdeeldheid die destructief is. Dat kom je overal tegen. In de grote verhoudingen, in de wijde wereld, in de kerk tot onze schande, maar ook in de kleine verbanden van familie en gezin. Verdeeldheid die dingen kapot maakt. Dat kan Jezus niet bedoelen.
Er is ook een verdeeldheid, een verschil, dat creatief kan zijn, omdat het het vermogen heeft de waarheid aan het licht te brengen. De verdeeldheid van het oordeel, van het onderscheidingsvermogen, om te weten waar het op aan komt.
Volgens mij moeten we het in deze richting zoeken.
Jezus is zelf dat oordeel. Hij brengt aan het licht hoe het er met ons leven voorstaat. Hij dwingt je als het ware in de spiegel van je eigen leven te kijken. Is het koninkrijkbestendig? Heeft het bestand? Gaat het ergens over en gaat het ergens om? Dat soort vragen.
Niet om je schrik aan te jagen, laat staan om mensen te veroordelen of af te schrijven, maar wel om jou dichter bij je eigenlijke kern te brengen, bij dat waar het op aankomt, bij dat wat jou bezielt en wat onze bezieling waard is.
Is dat immers niet in het leven en lijden van Jezus aan het licht is getreden? Waardoor hij ondanks zijn eigen woorden hier, toch ons de vrede heeft gebracht. Niet de zoete lieve vrede, die de verdeeldheid ontkent, maar de gekochte vrede, die de verdeeldheid heeft overwonnen. AMEN
Een volledig andere opvatting vind u bij Ruediger Safranski: Het kwaad of het drama van de vrijheid”.
Safranski spreekt zelfs van “zu neuen Feindschaften anstiften” (zie kapittel negen pagina 154).
Diet blijkt mij een volledig valse interpretatie.
Het is echt vuur: De aarde zal verbranden,verschroeien! Dan pas komt er een nieuwe aarde!