Preken

zorgeloosheid (Hemelvaart 2018)

Toen we daar in de buurt woonden, gingen we met de kinderen wel eens naar een oorlogsbegraafplaats. In de buurt van Nijmegen, bij Groesbeek en ook wel net over de grens in het Reichswald, liggen uitgebreide erevelden met Canadese, Amerikaanse en Britse militairen. Het is indrukwekkend om daar rond te lopen. Eindeloze rijen met witte kruizen, met namen van meestal jonge jongens, soms nog geen twintig jaar oud. Gesneuveld voor onze vrijheid. Er zijn ook graven zonder naam – dan staat er op de steen: Known unto God. Ik vond dat altijd indrukwekkend. Known unto God. ‘Wat staat daar, papa?’ ‘God mag het weten’, zei ik dan.

Vandaag vieren we het kerkelijk feest van de Hemelvaart.
Het definitieve afscheid van Jezus. Hij verdwijnt in de wolken. Van hem hebben we geen graf – er is wel een heilige Grafkerk, maar dat is een ander verhaal.
Hij is verdwenen uit onze werkelijkheid, Jezus is niet meer onder de mensen. Waar hij is? God mag het weten.

Dat is serieus gemeend.
Meer dan een grappig bedoeld woordspelletje.
Want wat vieren we met Hemelvaart? Dat Jezus nu bij God is, wat je je daar ook bij voor wil stellen. We vieren dat Jezus nu deel uitmaakt van de goddelijke werkelijkheid – de hemel – die voor ons verborgen is, zoals alles voorbij dit aardse leven, maar waarvan we geloven dat daar God heerst. In de hemel maakt God de dienst uit. Daar stempelt de goddelijke liefde het leven; daar komen mensen tot hun bestemming.

Allemaal beelden om te proberen iets daarvan te verwoorden, al blijft het tasten en raden – vrome fantasie in de goede zin des woords. God mag het weten. En dat is bedoeld als een hele geruststelling. Niet voor straks, maar voor nu, hier en nu.

Wat zo typerend voor Hemelvaart is, iets wat op een bepaalde manier in het verhaal wordt uitgedrukt, is dat we juist worden uitgenodigd om onze blik op onze eigen werkelijkheid, op onze aarde en het leven hier te richten. Anders dan het woord Hemelvaart doet vermoeden, gaat dit feest toch vooral over de Aarde, over onze werkelijkheid, en minder over Gods werkelijkheid van de hemel.

Die twee mannen die daar staan in hun witte kleren, dat moeten wel afgezanten van de hemel zijn, ze staan daar en wijzen de verbaasde leerlingen de richting? ‘Wat staan jullie daar naar de hemel te kijken?’ Je hoeft je geen zorgen te maken. Zoals hij gegaan is, zal hij ook weer komen.
En na die verzekering, staat er dat ze terugkeerden naar Jeruzalem. Het lijkt een terloopse mededeling, maar ik denk dat je daar best een wat zwaarder gewicht aan mag geven. Ze kunnen nu ook terugkeren, met alle vrijmoedigheid, omdat ze als het ware de moed wordt gegeven om de draad weer op te pakken – om hun werk te gaan doen; om de beweging van Jezus nu zonder hem, maar in zijn geest, voort te zetten.
Dat kan pas, als ze de ruimte, de innerlijke ruimte vinden om hem los te laten. Wat sta je daar te staren… daar schiet je niets mee op. Kom, op, terug, de berg af, de stad in…

Misschien dat je het een beetje herkent, als je zelf in zo’n situatie bent geweest. Van verlies, van rouw, van een gedwongen afscheid…
Het is dan belangrijk om je zelf weer bijeen te rapen. De een lukt dat beter dan de ander. En voor iedereen werkt dat op een eigen manier. De een heeft er meer tijd voor nodig; een ander komt er nooit helemaal aan toe. Wat helpt is er als er mensen zijn die je moed inspreken; die je op het goede spoor zetten – zoals die twee mannen dat doen voor de apostelen daar op de berg. Dat ze je geruststellen. Ze zeggen als het ware tegen hen: het afscheid is onvermijdelijk, maar jullie kunnen het ook zonder hem (=Jezus). Maak je geen zorgen. Waar hij nu is, wórdt voor hem gezorgd. God mag het weten…en hij weet het.

Leven in de zorgeloosheid.
Op een wonderlijke manier is dat misschien wel wat er juist met Hemelvaart aan de orde is. Zo’n feest waarmee we dikwijls wat in de maag zitten.
Want kan dat wel en hoe dan precies?
Die mysterieusheid hangt er altijd om heen, en dat hoeft niet verkeerd te zijn. Het prikkelt je fantasie, de verbeelding. Het geloof kan niet zonder.
Ondertussen lijkt het me vrij duidelijk dat veel in dit verhaal tenminste ook een symbolische betekenis heeft. Om te beginnen de veertig dagen, sinds Pasen.
Al die tijd heeft Jezus met zijn leerlingen doorgebracht?
Je vraagt je af of hij niet even de moeite had kunnen nemen om zijn oude moeder te bezoeken. Ze had zo’n verdriet geleden bij dat akelige kruis waar haar zoon aan hing te sterven.
Waarom lezen we niet dat Jezus even bij Maria langs is geweest in die veertig dagen voor het definitieve afscheid?
Veertig dagen – dat is niet voor niets. Het getal dat hoort bij de leer-tijd.
En die berg waarop ze verzameld zijn voor zijn laatste afscheid, de Olijfberg net buiten Jeruzalem, dat is natuurlijk ook een plaats van betekenis. De berg als de plaats waar mensen iets van God ervaren, van de goddelijke werkelijkheid. De berg als plaats waar hemel en aarde elkaar raken.
En dan die twee mannen in witte gewaden? Stonden er ook niet al twee van datzelfde soort bij het open graf, in mijn eerste boek, Theofilus?

Het zijn de bekende typische elementen in bijbelse verhalen, die altijd meer te zeggen hebben dan wat strikt beschreven wordt.

Zoals gezegd, ligt dat ‘meer’ vandaag in dat woord zorgeloosheid, dat op een bepaalde manier past bij de boodschap van Hemelvaart. Wees niet bezorgd. Al heeft Jezus ons verlaten, Hij laat ons niet alleen.
Het is ook een woord dat spontaan opkwam bij de voorbereidingen van het Feest van de Geest dat vandaag van start gaat. Daarmee is het eigenlijk begonnen, en dan blijkt zo’n woord ook uit het verhaal zelf op te komen.
Beide installaties die de komende periode hier in de kerk en buiten de kerk te zien, te ervaren, zijn, zijn geïnspireerd op een bezinning op dat woord ‘zorgeloosheid’. Naar aanleiding van een tekst van dichter Bert Schierbeek, ook uitgegeven als poster en briefkaart:

Hoe

als je je

met zorgeloosheid

kon omringen

en dat dat

je ruimte

was

Het is een open vraag… u mag allemaal zelf een antwoord daarop geven, of niet… ook dat mag.
Maar het is wat mij betreft een vraag die voldoende prikkelt, die je haast daarnaar doet verlangen.
Wat zou het wat zijn, om zo te kunnen leven, in een zelfgecreëerde ruimte van zorgeloosheid om je heen…
De installaties van Karin Elema nodigen je uit om daar zelf iets van te ervaren, om dat te ondergaan of te onderzoeken.

Als je dat woord ‘zorgeloosheid’ laat vallen, is het niet zo moeilijk om te denken aan woorden en voorbeelden die Jezus zelf geeft. Kerk en kunst gaan elkaar beïnvloeden, zoals dat past bij het project Feest van de Geest. Het ene woord haalt het andere uit.
Zorgeloosheid? Dan denkt de Bijbellezer al gauw aan de vogels van de hemel en de bloemen op het veld, natuurlijk. We zongen er al van. Maar ook dringt zich de gedachten aan Jezus zelf op, die zo leeft, in een ruimte van zorgeloosheid om zich heen – leven van de dag, leven van de wind. Jaloersmakend.

Of de dichter daar aan gedacht heeft, lijkt me sterk, maar dat betekent niet dat wij daar dan niet aan mogen denken.

Is dat dan de nalatenschap van Jezus, als het ware bevestigd in zijn allerlaatste woorden vlak voor en na het afscheid – wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen/

We staan er niet alleen voor.
Hemelvaart is een feest om je te bemoedigen, om je aan te moedigen in die zorgeloosheid te gaan staan, om van daaruit te leven, hier op aarde, onder Gods hoge hemel. Maak je geen zorgen. God mag het weten.
AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Johan Heikamp 16/05/2018 at 21:54

    Goed verhaal.maar wil je nog wel je boterham verdienen met vrome fantasie?
    Ik noem het niet zo dat doe jezelf.

  • Laat een reactie achter