Preken

zelfs als het nergens toe leidt (Advent – Jesaja 2: 1 – 5)

U kent vast uw eigen sterrenbeeld wel.
Deze week heb ik mijn daghoroscoop gelezen, maar ik ben al weer vergeten wat er in stond. Eigenlijk doe ik dat nooit maar dit keer was er een reden voor. Ik moest een inspirerend praatje houden over het thema ‘verwachting’, in verband met Advent. Daarom begon ik met die horoscoop. Want een horoscoop formuleert ook een bepaalde verwachting.

Nu is het punt dat als je daar gevoelig voor bent of open voor staat, dat je dan de neiging hebt om je naar die verwachting te gaan gedragen. Dat is een psychologisch mechanisme. Je voegt je naar de verwachting. Dat werkt ook op andere vlakken. Om maar een onschuldig voorbeeld te geven: Als ze altijd tegen je zeggen dat je onhandig bent of slordig, dan ga je op een gegeven moment denken dat het zo is en dan doe je ook onhandig of word je ook slordig. Zoiets. De verwachting schept zijn eigen vervulling. De Engelsen noemen dat een selffulfilling prophecy.

In een horoscoop staat altijd wel iets dat vagelijk op jouw situatie lijkt te slaan. Als je dat leest en denkt, ik geloof daar toch niks van, dan glijdt dat langs je heen en ben je het al weer vergeten voordat je het uitgelezen hebt. Als je het al leest, want als je er niks van gelooft, begin je er niet eens aan, des te beter.
Als je andersom daar nieuwsgierig naar bent, zul je dat wat er in de horoscoop staat zo uitleggen alsof het precies op jou van toepassing is. Je zoekt bevestiging, en daarom vind je het ook. Zie je wel, er zit wel degelijk iets in.

Dat mechanisme, ik hoop dat u het herkent, lijkt me van belang te zijn als we doordenken over het thema ‘verwachting’, en dan zijn we midden in de Advent. Het is het trefwoord van deze vier weken, de liturgische voorbereidingstijd op het Kerstfeest. Verwachting is een woord dat vooruit wijst en vooruit kijkt. Maar het is dus ook iets dat meewerkt aan zijn eigen vervulling, dat is vanmorgen het accent dat we zetten. Wij worden in de verwachting betrokken.

De tekst van Jesaja die we hebben gehoord, is zo’n typische tekst die past bij deze tijd.
‘Eens zal de dag komen….’
Jesaja kennen wij als een profeet, en profeten zien vooruit – dat zegt hun naam al. Toch is  daar vaak misverstand over. Profeten zijn niet zozeer mensen die vooruit zien, voorspellers, horoscooptrekkers die hebben doorgeleerd. Nee, profeten in de Bijbel zijn geen mensen die vooruit zien, maar figuren die diep zien, die de maatschappij van hun tijd peilen, die met een fijngevoeligheid die ze van God hebben gekregen in staat zijn de onderliggende trillingen in het maatschappelijk fundament te registreren. Als alles er florissant uit lijkt te zien, merken zij al de betonrot op – omdat de gerechtigheid ontbreekt – typisch profetenthema. Of omgekeerd, en dat geldt hier in deze tekst van Jesaja, als alles er hopeloos uit lijkt te zien, merken zij al tekenen van omkeer en bevrijding op.

Er komt een dag, dan zullen de volken samenstromen. Niet om oorlog te voeren, maar om zich door Gods wet en geboden te laten leiden – gerechtigheid. “Hij (God) zal rechtspreken tussen de volken / over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers / hun speren tot snoeimessen… en geen mens zal meer weten wat oorlog is”.
Dat zijn machtige woorden. Waar haalt Jesaja dat vandaan? Dat is één vraag, belangrijker is misschien wel, wie heeft hij er mee op het oog? Aan wie zijn deze woorden gericht? Aan wie zijn ze besteed?

Bij het hoofdgebouw van de Verenigde Naties in New York,  dat ligt niet ver van de Trump Tower, staat een sculptuur die dit Bijbelvers verbeeldt. Laten we van zwaarden ploegscharen maken. Het beeld is uit 1959. Het is een geschenk van de Russische regering, gemaakt door een Oekraïense kunstenaar. Dat is toch bijzonder, dat een toen nog communistisch en atheïstisch regime een dergelijk beeld met een bijbelse oproep, schenkt. Of was het een verhulde uitdaging?

Het visioen van de vrede, de gedroomde tijd dat niemand meer weet wat oorlog is, de oproep om van een zwaard een ploegschaar te maken, van oorlogstuig een werktuig – het heeft mensen altijd geïnspireerd, ook buiten de joodse en christelijke traditie om. Vrede is een verwachtingswoord dat telkens weer mensen aanspreekt – en tegelijk, ook dat is een open deur, is vrede, echte vrede, bijkans een onbereikbaar ideaal.
Je kunt een heel betoog opzetten over de geschiedenis van de mensen, over oorlog en strijd, van stammenstrijd, tot slachtpartijen, van kruistochten tot wereldoorlogen en zo voort en zo verder.
Je kunt filosoferen of we als mensheid langzaam maar zeker vooruit gaan, of dat het een golfbeweging is – en dat we misschien nu wel in een neergaande spiraal zitten.
De Verenigde Naties en andere internationale instituten zijn 70 jaar geleden opgericht, als reactie op de Tweede Wereldoorlog, om te voorkomen dat we weer in zo’n situatie terecht zouden komen, om internationale samenwerking en diplomatie te stimuleren – en al die instituties staan vandaag onder druk. In de huidige wereldpolitieke situatie is het ondenkbaar dat een politieke grootmacht zo’n beeld met nota bene een bijbelse tekst zou schenken – men heeft tegenwoordig wat anders aan het hoofd.

En toch, dat beeld staat daar om de hele wereld, de verenigde naties, aan hun opdracht te herinneren. Aan een visioen dat richtinggevend zou moeten zijn.

Want van deze profetische oproep en verwachting geldt, wat we in het begin zeiden. Het werkt alleen maar, als wij ons daar naar gaan richten. Verwachting is iets wat een actieve meewerkende houding vraagt.
Dat is precies het wezen van de profetie. Profeten voorspellen niet de toekomst, zoals de weerprofeten het weer, en dan maar afwachten of het uitkomt. Nee, ze treden op om mensen in beweging te brengen. Profeten, bijbelse profeten, zijn geroepen om te mobiliseren. Verwachting schept zijn eigen vervulling. Het visioen van vrede is er om van ons vredestichters te maken. Een belofte brengt je in beweging.

Dat is Advent.
De bijbel nodigt je uit om altijd meer te verwachten dan kan, om het onmogelijk te verwachten, en dan zal het blijken mogelijk te zijn. Vrede op aarde. Hoe heb je het ooit?
Gelovige verwachting is geen kansberekening. Dan wordt het nooit wat. Kansberekening is altijd fifty-fifty, is statistiek, is hand op de knip, is risicospreiding. Dat schiet niet op.
Bijbelse verwachting is het vaste geloof, het ongeschokte vertrouwen, dat kan wat niet kan, dat gebeuren zal wat niet voor mogelijk wordt gehouden, dat God zelf recht komt spreken tussen de volkeren; dat er ooit een dag van vrede zal zijn. En het daarop wagen.

Daarom is verwachting iets wat altijd aan de orde is. Het is wel het thema en het trefwoord van de advent, en daarom komen we er altijd over te spreken en te preken in deze tijd van het jaar, maar daar moet je je niet door in de luren laten leggen. Verwachting is altijd het onderliggende onderwerp. Want het zegt spiegelbeeldig waar jij naar toe leeft, waar jij op gericht bent, wat jouw focus is – om het in moderne managementtaal te zeggen. Als je niks verwacht, dan kan het ook nooit wat worden. Dat is de wisselwerking.

Afgelopen week hadden we in de winkel in Assen filosoof Hans Achterhuis op bezoek. Ik had hem uitgenodigd naar aanleiding van zijn laatste boek Koning van Utopia. Achterhuis is al jaren bezig met het thema Utopieën, de blauwdrukken voor een ideale maatschappij, en met de manier van denken die daar achter zit. Onder andere is dat de gedachte dat je van achter een tekentafel of schrijftafel een ideale samenleving kunt ontwerpen. Een wereld waarin alles klopt.
Kenmerkend voor utopieën is dat ze alles willen regelen. Het hele leven wordt gecontroleerd. Denk maar aan Big Brother is watching you. Dat komt uit de roman 1984 van George Orwell, geschreven in 1948, om te waarschuwen voor de gevaren van een totalitaire staat, tegen de achtergrond van de ervaring met het fascisme en het communisme.
Nu zou je van de weeromstuit kunnen denken dat idealen dus gevaarlijk zijn. Want als je idealen wilt doorzetten leidt dat altijd tot dwang. Dan moeten mensen geforceerd worden om net zo te denken en te doen als jij vindt dat goed voor hen is. Dus doe je er maar beter aan, je idealen buiten de politiek te laten en je geloof achter de voordeur.

Maar, zegt Achterhuis, daarmee kom je er ook niet.
Een mens heeft idealen nodig, een visioen, een idee of een visie op wat het goede leven is en het goede samenleven. Je moet niet denken dat je dat in een machtige greep kunt organiseren of vestigen. Toch is het belangrijk om vanuit dat ideaal alvast te beginnen, met zinvolle en betekenisvolle daden. Geen doemdenken, maar doen-denken (geleend van Henk Oosterling). En hij geeft dan voorbeelden van burgerinitiatieven. Hij vertelde over een zorgboerderij in de buurt van Deventer, waar hij onlangs geweest was, zeg maar een soort Plaats de Wereld – initiatief.

Allemaal leuk en aardig, was toen de reactie, maar is dat niet ‘gerommel in de marge’ en ‘zet dat wel zoden aan de dijk’. De grote politiek dendert toch gewoon door. Ik stelde zelf die kritische vraag.
Toen werd ik door Achterhuis op mijn nummer gezet. Want, reageerde hij, als je dat soort dingen zegt, dan geef je er eigenlijk blijk van nog steeds vanuit een totalitair perspectief te oordelen, dan ben je dus feitelijk nog gevangen in het -gevaarlijke- utopische denken.

Ik kan de wereld niet veranderen.images26v8zniu
Maar dat betekent niet dat ik niet iets anders kan doen in de wereld.
En dat laatste is zinvol, hoe dan ook. Zelfs als het nergens toe leidt.

Dat is de dwaasheid van de bijbelse belofte en de kracht van het profetisch visioen.
Zwaarden tot ploegscharen, vrede op aarde, de oorlog die niet meer wordt geleerd.
Het werkt alleen als ik mij naar die verwachting ga voegen, nu al, in al het kleine en onbetekenende en rommelige en marginale wat ik kan doen. Ik en geen ander. U en ik, we kunnen de wereld niet veranderen, maar wees op je hoede dat de wereld jou niet verandert.
Dat je zegt, het wordt toch niks, het kan toch niet – vrede is een onbereikbaar ideaal.
Of dat je denkt, het zal mijn tijd wel duren – dan ben je weer terug op het niveau van de kansberekening.
De belofte van vrede, de verwachting van de komst van de Heer, vraagt van ons om ons daar naar te schikken. Dan werken we mee aan haar eigen vervulling.

Ik eindig vandaag de preek, bewust, met de lezing uit het Epistel dat voor vandaag is voorzien en dat we vinden in Romeinen 13. Enkele verzen daaruit kunt u meelezen via de beamer:

Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.
Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’- deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’
De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.
U kent de huidige tijd: het moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken, want de redding is ons meer nabij dan toe we tot geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht. (Rom. 13: 8 – 12)

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply kees verdouw 28/11/2016 at 09:28

    Wat een inspirerende preek!!!
    Dank.

  • Laat een reactie achter