Preken

worstelen om een antwoord, Gen. 32: 23 – 32

In deze weken van het najaar lezen we in de kerk uit het boek Genesis. De verhalen van Jakob en van zijn zoon Jozef. Om die reden hebben we vanmiddag ook een gedeelte uit die omvangrijke verhalencyclus gekozen. Het gaat over Jakob’s nachtelijke gevecht bij de Jabbok.
Een bekend verhaal. Een veelzeggend verhaal. Want hier krijgt Jakob de zegen, al verwerft hij deze op een bijzondere manier.

Meditatie voor de viering in Zorgcentrum Kornoeljehof te Vries

Je kunt zo’n verhaal op allerlei manieren lezen en uitleggen. De minst interessante manier is om het historisch te bekijken. Dan wordt het Bijbelse geschiedenis, zo leerden we dat vroeger op school. Maar als je niet oppast, blijft het dan ook niet meer dan dat: geschiedenis; een verhaal van ooit lang geleden, ver voor onze tijd, uit een tijd en een cultuur die ons om allerlei redenen vreemd is geworden.

Verhalen, ook Bijbelse verhalen, gaan pas leven, als je er ook iets van jezelf in gaat herkennen. Dan ga je zo’n verhaal, als deze nachtelijke worsteling – op zichzelf al een wonderlijk toneel – dan ga je het lezen en begrijpen als iets dat ons ook kan overkomen, sterker: als iets waar ieder mens mee te maken heeft.
De onrust, die je overvalt, als je voor een belangrijk moment of beslissing in je leven staat.
De innerlijke strijd die een mens soms moet voeren, voor hij of zij tot helderheid komt over wat hij moet doen of laten.
Het kwade geweten, vanwege verstoorde menselijke verhoudingen waar je zelf een aandeel in hebt, misschien wel schuldig aan bent, en waarmee je in het reine moet komen.

Want dat is er allemaal aan de hand, met Jakob. Dat, en misschien nog wel meer.
We ontmoeten hem hier, als hij op het punt staat na zijn lange omzwervingen, de jaren bij zijn oom Laban, waar hij zeven jaar diende om zijn geliefde Rachel te mogen huwen, en toen hij zelf bedrogen werd, – zie het was Lea – nog zeven jaar erbij moest werken; Jakob staat op het punt, nu hij terugkeert als een gefortuneerd man, met vrouwen, kinderen, veestapel, bezittingen, het land van zijn jeugd, het beloofde land weer binnen te gaan. Na zoveel jaar staat hij op het punt zijn broer Esau, die hij bedrogen had, voor wiens wraak hij moest vluchten, weer onder ogen te komen. Op dit cruciale moment in het lange Jakobsverhaal zijn we hier.

Dan is het nacht. Veelbetekenend. Want in de nacht, zie je het soms scherper. Als het stil wordt, hoor je nog beter je innerlijke stem. Pas als alle ruis wegvalt, kun je bidden, God zoeken…?
Hij brengt zijn bezit alvast naar de overkant. “Maar zelf bleef hij achter, helemaal alleen, en er worstelde iemand met hem totdat de dag aanbrak”.

Wie is die iemand?
Dat wordt niet helemaal duidelijk. Er zijn verschillende antwoorden mogelijk, die elk betekenisvol zijn.
Is het dat Jakob worstelt met God zelf? Verder op staat dat met zoveel woorden, als hij een nieuwe naam krijgt, ook zo’n typisch Bijbels element. Voortaan heet hij Israël – hij die met God strijdt. Worstelt Jakob met God, kan een mens dat, of is het een engel Gods? Een soort rivierdemon, zoals die in oude volksverhalen bewaard is gebleven. Bij de grensrivier, dat is de Jabbok, word je staande gehouden door de god of demon, zeg maar de geest van het nieuwe land dat je binnen wilt gaan. Worstelt Jakob om de grens over te gaan?
Worstelt hij misschien met zichzelf. Moet hij eerst zichzelf overwinnen, de angst overwinnen, om vrijmoedig en in vertrouwen zijn broer tegemoet te gaan, om hem onder ogen te komen?
‘Je hebt met God gestreden en met mensen, zegt degene met wie hij worstelt.

Wie is die gestalte toch? “Zeg mij toch uw naam” vraagt Jakob, smeekt Jakob.
“Waarom vraag je naar mijn naam?” is de reactie.
In plaats van een naam, krijgt Jakob de zegen. Of is die zegen – Ik zal er zijn voor jou – tegelijk het antwoord op de vraag naar de naam?

U merkt wel, het is een verhaal dat allerlei reacties, vragen en open einden met zich meedraagt.
Het is, denk ik, niet voor niets een overgangsverhaal. Voor Jakob, in het lange verhaal van zijn leven, van zijn levensreis. Maar ook een verhaal dat op een universele manier vertelt hoe het de mens er aan toe kan zijn, die zelf voor een beslissende wending in zijn of haar leven komt te staan.
Je worstelt om een antwoord te vinden. Wat moet ik doen?
Je weet, dat jijzelf een belangrijk deel van het probleem bent. Ik moet eerst met hem of met haar in het reine komen, voordat ik verder kan. Of, met mijn verleden afrekenen, mijn jeugd, het onrecht mij aangedaan, of de beschadiging die ik bij anderen heb veroorzaakt. De puinhoop die ik van mijn leven heb gemaakt? Dat moet eerst opgelost, uit de wereld, voordat ik door kan gaan. Ik moet eerst vergeving ontvangen, zegen, om de kracht te vinden op te staan, het verleden achter me te laten, de toekomst tegemoet.
Wat dat is, misschien hebt u er voor u zelf een concreet beeld bij – ik kan dat niet voor u invullen; niemand kan dat voor een ander. Jakob bleef daar achter, helemaal alleen – staat er.

Als een getekend mens komt hij uit de strijd. Vanaf dat moment loopt Jakob mank.
Maar er staat ook, alles in de tekst draagt bij aan de betekenis, dat de zon boven hem opkomt. Het wordt weer dag, het licht gaat weer schijnen in zijn leven.

Een mens kan worstelen met de grote opgaven van het leven. Worstelen om je eigen weg te vinden. Om klaar te komen met het verleden, om klaar te zijn voor de toekomst.
Ieder doet dat op een eigen manier. Strijden met God en met de mensen.
Het bemoedigende in dit bijzondere verhaal is, dat wie volhoudt en vasthoudt, niet weggaat zonder de zegen, zonder de bevestiging hoe dan ook, dat God zelf met je meegaat. Zonder dat, kom je toch niet verder?

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter