Preken

vrede is de weg, Jesaja 62

Wat Pasen en Pinksteren nog nooit is gelukt, dat kunnen Advent en Kerst vandaag wel.
Vanmorgen vieren we de vierde Advent en vanavond begint het Kerstfeest.

Het is onvermijdelijk dat het in deze Adventspreek ook al over Kerst gaat. Goedbeschouwd geldt dat voor iedere zondag van de Advent. De voorbereidingstijd die zo nadrukkelijk met het Kerstfeest verbonden is. Maar die ook dikwijls in de verdrukking komt. Niet alleen vandaag, maar in het algemeen. In de kerstdrukte die ons ieder jaar weer overvalt – is het al weer zover? In de kerststress die tot op het laatst ons bezig houdt en die we soms zelfs tijdens de Kerstdagen niet van ons af kunnen schudden.
Laten we proberen een klein eiland van rust te zoeken. Een kort moment van bezinning naar aanleiding van de profetische boodschap van deze zondag.

Jesaja verkondigt een boodschap van vreugde over Jeruzalem.
‘Verkondig aan vrouwe Sion: “Je redder komt!”

De kerk heeft deze teksten en andere bij dezelfde profeet, altijd gelezen als voorspellingen van de komst van Jezus. Volgens de christelijke uitleggers loopt er een rechtstreekse lijn van Jesaja naar Jezus.
Tegenwoordig zijn we daar wat terughoudender in. We moeten niet vergeten dat de joodse Jesaja allereerst profeteerde voor zijn Joodse volksgenoten. Dat we hier te maken hebben met teksten die voor het eerst geklonken hebben tegen de achtergrond van de Babylonische ballingschap, en dan zijn we ruim vijf eeuwen vóór Jezus’ geboorte. De redding die de profeet voor zich ziet, is het einde van de ballingschap en het herstel van Jeruzalem, de geschonden stad. Niet de geboorte van Maria’s kind.
Maar, is de tegenwerping. Een profeet ziet en voorzegt toch meer dan direct voorhanden is. Is het zo vreemd om zijn toekomstvisioen uit te breiden? De redding die in de ene situatie wordt voorspeld, is een belofte die ook in andere situaties kan gelden. God de Heer doet zijn woord gestand. Hij zal zijn volk niet verlaten. ‘De Heer heeft gezworen bij zijn rechterhand, bij zijn sterke arm: ‘Nooit meer geef ik jullie graan aan je vijanden te eten, nooit meer zullen vreemdelingen de wijn drinken waarvoor jullie je hebben afgemat’. De opbrengst van uw land valt niet langer een ander toe…

We kunnen begrijpen dat dit soort poëtische, beeldrijke toekomstvisioenen door de kerk begrepen zijn als voorzeggingen van de geboorte van de Redder, Christus de Heer. Maar we doen er verkeerd aan deze teksten alleen voor ons zelf te claimen, of zelfs te annexeren. Het zijn eerst en vooral getuigenissen uit de joodse traditie – getuigenissen die de hoop levend houden, hoop op herstel, hoop op een rechtvaardige samenleving – dat zit in graan (brood) en wijn dat wordt gegeten door wie het heeft geoogst – getuigenissen van hoop op vrede en welzijn voor alle mensen.

Op die manier werken ze door. In de Bijbel zelf, waar we rond de geboorteverhalen van Jezus toespelingen op de profetische teksten vinden. Maar ook in de geschiedenis daarna, tot op de dag van vandaag. Want Jesaja’s boodschap van hoop, is een soort universele erfenis vanuit de joodse traditie aan de wereld. Hoe donker het ook kan zijn, in de wereld, in het leven, in je eigen situatie, God is een god van het licht.

Ik lees de laatste verzen voor uit het loflied van Zacharias, de vader van Johannes de Doper, die weer de voorloper van Jezus is.
In het Lucasevangelie wordt hun beider geboorte uitvoerig verteld, met de overduidelijke parallellen tussen beiden, Johannes en Jezus, die duidelijk moet maken hoezeer beiden bij elkaar horen.
“Zijn (Johannes’) vader Zacharias werd vervuld met de heilige Geest en sprak deze profetie:
(…)
En jij, kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor hem gereed te maken,
en om zijn volk bekend te maken met hun redding door de vergeving van hun zonden.
Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God
zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan
en verschijnen aan allen die leven in duisternis
en verkeren in de schaduw van de dood,
zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede”
(Lc. 1: 76-79).

Bijna elk woord uit deze tekst resoneert met profetische teksten uit het eerste testament.
Bijna elk woord verkondigt hier al wat het evangelie, de goede boodschap, van het Kerstfeest is.

Maar of dat gaat resoneren, letterlijk: of dat weerklank gaat vinden, dat hangt mede van ons af. Zo werkt profetie altijd. Niet als een automatisme, maar als een aansporing.
De rijke beeldspraak van de profeet nodigt als het ware uit om met dezelfde, poëtische, fantasievolle ogen naar je eigen werkelijkheid te kijken.

In dat verband is het goed om even extra stil te staan bij de laatste regel uit het loflied van Zacharias, waar staat dat wij onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.

Het is een mooi beeld en een krachtig beeld. De weg van de vrede.
Vrede, dat veel gebruikte en rond Kerst misbruikte woord, is geen eindpunt, maar een startpunt. Vrede is niet een uitkomst maar een uitgangspunt. Het is geen product maar een proces, de weg van de vrede.
Of, om het met nog een twist te zeggen: het gaat niet om de weg naar vrede; vrede is zelf de weg. Vrede is geen profetie, maar een program.
Hoe kan er vrede komen als wij zelf niet vredelievend zijn?

Ook dat is iets waar we, vermoed ik, het allemaal wel over eens kunnen zijn. Maar dan kan je tegelijk een diepe vermoeidheid overvallen. Want waar hebben we het over? Hoe realistisch is dat? Moet ik de hele wereld(vrede) dan ook nog eens op mijn nek nemen…? Alsof we gebukt gaan onder het visioen van de vrede, in plaats van  dat het ons optilt en licht maakt.

Het is een spanning, een dubbelheid, die we uit moeten zien te houden.
De belofte staat. Het profetenwoord inspireert.
Tegelijk is vrede niet iets wat je zomaar in de schoot geworpen krijgt.
Er is een verhaaltje over de winkel van God, waar een engel winkelbediende is.
Als er iemand komt en hoort wat voor soort winkel dit is, vraagt hij om een kilo vrede, een pond gerechtigheid – mag het ietsje meer zijn? – en een familieflacon innerlijke rust. Waarop de engel zegt: U begrijpt het verkeerd. In de winkel van God worden geen vruchten verkocht, alleen maar zaadjes.

Advent werpt je altijd weer terug op je zelf. Zo is het goed beschouwd met alle woorden van geloof.
De bijbel nodigt je uit om altijd meer te verwachten dan kan, om het onmogelijk te verwachten, en dan zal het blijken mogelijk te zijn. Een einde aan de ballingschap? Vrede voor Jeruzalem? Vrede op aarde. Hoe heb je het ooit?
Gelovige verwachting is niet stil maar, wacht maar. Bijbelse verwachting is het vaste geloof, het ongeschokte vertrouwen, dat kan wat niet kan, dat gebeuren zal wat niet voor mogelijk wordt gehouden, dat er ooit een dag van vrede zal zijn. En het daarop wagen. Dat geloof zelf zaaien.

Daarom hebben we die profetische stemmen nodig, die beeldtaal die onze verbeeldingskracht aanmoedigt en in beweging brengt. Want dat is het laatste wat we er bij moeten zeggen. De profeet, zoals Jesaja, maar ook dus vader Zacharias, de profeet spreekt woorden van de Heer. Dat maakt zijn woord anders en geladener dan de vele boodschappen met ruis die wij om ons heen horen en soms zelf produceren.
Het is een woord om van te dromen. Maar ook een woord om te doen.
Het is een woord met macht – of laat ik zeggen, met potentie. Of het macht heeft, hangt mede van onze respons af. Zo is het ook nog eens.

De bijzondere macht van het profetische woord ligt daarin dat het gegrond is in de belofte die van Gods kant komt en dat het bevestigd wordt met de geboorte van het Kind met Kerst. God zelf, levend in ons midden. De Vredevorst. Vrede op aarde.
De profeet spreekt niet op basis van menselijke progressie maar op grond van Gods belofte – en die geldt. En die moeten wij laten gelden, wil het zich ontplooien.

De rijke beeldtaal van de profeet nodigt ons uit ons over te geven aan de belofte die hij schetst, aan het woord van de Heer dat toekomst belooft voor de stad Jeruzalem, oord van vrede voor mensen van verschillende geloven.
Dat is Advent.
Het woord van de Heer belooft een einde aan de ballingschap, en redding voor een wereld verloren in schuld.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter