Preken

Voornemen, Galaten 5, 13 – 26 (Oudjaar)

De laatste dagen van het jaar is de tijd van de lijstjes. De beste boeken of films van het jaar. De meest memorabele sportmomenten. Beroemde mensen die dit jaar zijn overleden. We vinden het allemaal in de krant en op TV in ruime mate, en natuurlijk de top 2000. Zulke lijstjes helpen ons om grip te krijgen op de bonte veelkleurigheid van alle dagelijkse gebeurtenissen die in een jaar passeren.
Straks gaan we de drempel over, en dan worden er nieuwe lijstjes gemaakt. De goede voornemens. Dingen die je wilt gaan ondernemen in het nieuwe jaar. Misschien al concrete plannen die op stapel staan en waar je je op verheugen kunt.

In het gedeelte uit de brief van Paulus dat we net hebben gelezen, is ook sprake van lijstjes. Twee keer geeft hij een opsomming van allerlei verschillende zaken. De eerste lijst bevat allemaal slechte dingen, die je niet moet doen: ontucht, zedeloosheid, losbandigheid enzovoort. De tweede lijst is het spiegelbeeld, dan gaat het juist over dingen die wel aanbevelenswaardig zijn: liefde, vrede, geduld en ga zo maar verder. Je zou dat tweede lijstje misschien wel kunnen vergelijken met ons lijstje goede voornemens? Dingen die je zou willen doen, maar waar het niet altijd van komt, zo iets?

We zijn dit jaar vaker met Paulus bezig geweest, en ook voor de laatste avond van het jaar heb ik een tekst van Paulus uitgekozen. Zie het als een soort oudejaarsconferènce.
Wat moeten we daar nu van vinden?

Paulus gebruikt vaker in zijn brieven dergelijke opsommingen. In het theoretische Duits van de studieboeken uit mijn studietijd heette dat respectievelijk  Lasterkatalog en Tugendkatalog, Tugend is deugd. Zeg maar, het klachtenlijstje en het wensenlijstje.
Het klinkt wat prekerig, zo’n lijst met dingen die je niet mag. Je ziet er bij wijze van spreken het opgeheven vingertje bij. Van Paulus? Of van je ouders? Of van de dominee vroeger in de kerk?
Niet vreemd dat veel mensen door dit soort passages een hekel aan Paulus hebben gekregen. De moraalridder. Want als je het klachtenlijstje wat nauwkeuriger bekijkt, dan gaat het toch wel veel over burgerlijk onfatsoen: ontucht en zedeloosheid, bras- en slemppartijen. Niet roken, niet drinken en geen seks voor je plezier. Paulus als een saaie calvinist?

Als die indruk ontstaat, zegt dat misschien meer over ons en onze manier van Paulus lezen, dan over Paulus zelf. En het doet ook geen recht aan het calvinisme, maar dat terzijde.

Maar hoe dan wel?
En waarom zouden we ons uitgerekend op deze bijzondere laatste avond van het jaar met dit soort teksten bezighouden?

Het thema van Paulus’ brief aan de Galaten is: vrijheid.
In allerlei toonaarden bezingt Paulus de vrijheid die het nieuwe geloof, het geloof in Jezus als de Christus, de messias, de bevrijder, brengt. Door het geloof zijn wij niet langer onmondige slaven, maar kinderen en erfgenamen van de belofte, schrijft Paulus. Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven. Laat je niet opnieuw een slavenjuk opleggen, schrijft hij ook.

Wat hij daarmee bedoelt is, dat de mensen in de jonge gemeente in Galatië, midden in het huidige Turkije, niet moeten denken dat het nieuwe geloof betekent dat ze moeten voldoen aan allerlei regels en voorschriften van de oude joodse wet. Dat speelt op de achtergrond mee, dan gaat het met name over de besnijdenis, een heikel punt in die tijd. Nee, zegt Paulus, de bevrijding van Christus is dus dat je vrij bent van dergelijke wettelijke voorschriften. Die gelden niet voor de nieuwe gelovigen die niet Joods zijn, zoals de Galaten. Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn.

Maar de vrijheid die Paulus verkondigt, is geen vrijbrief voor vrijblijvendheid. Het is de bijzondere vrijheid van de kinderen Gods om de wet van de liefde te volgen. Dat is Paulus’ argumentatie. Misbruik de vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, want de hele wet is vervuld in deze ene uitspraak, heb de naaste lief als je zelf.

Zo eenvoudig is het. Zo moeilijk tegelijk.
Die eigen verlangens, die zijn aan de orde in dat eerste lijstje. Allemaal dingen die goedbeschouwd vertrekken bij het eigen ik en blijven cirkelen om het eigen ik. Vrijheid is dan, doen waar ik zin in heb; zeggen wat ik denk; me niet laten hinderen door een ander, maar mij laten leiden door wat ik wil. I want it all and I want it now!

Dat tweede lijstje van Paulus staat daar haaks op. Liefde, vreugde, vriendelijkheid en zachtmoedigheid en al die andere mooie, zachte, dingen meer. ‘Er is geen wet die daar iets tegen heeft’ schrijft Paulus droogjes. Het is eigenlijk heel eenvoudig. Dat komt mooi tot uitdrukking in een klein detail, wanneer Paulus hier zegt dat het bij deze zaken gaat om de vrucht van de Geest. Er staat niet vruchten, zoals je misschien verwachten zou, maar vrucht, enkelvoud. Het komt allemaal voort uit die ene bron.

Wie kan daar iets op tegen hebben? De wereld en je eigen leven worden toch een stuk leuker, als je je bij dat tweede lijstje houdt, bij dat ene eenvoudige, de wet van de liefde, de naastenliefde en de zelfliefde, vergeet dat niet.

We leven in een tijd dat vrijheid hoog in ons vaandel staat. We koesteren de vrijheid, ook in ons persoonlijk leven, en dat is een groot goed.
Maar de paradox van onze tijd is, dat onder het mom van persoonlijke vrijheid, waarin we kunnen doen wat we willen en we ons niet meer laten leiden door gezag van buiten, noch van ouders, van traditie, van kerk of schoolmeestermoraal; de paradox is dat we tegelijkertijd misschien meer gevangen zijn dan ooit tevoren. Gevangen in van alles wat we moeten, van ons zelf, van de maatschappij, van de nieuwe sociale normen die we ons ongemerkt opleggen.

De psychiater Damiaan Denys zegt in een interview in Volzin hierover het volgende:
“We leven heel gekunsteld en het wordt alleen maar erger. We zijn rijker dan ooit, maar we zijn onvrijer dan ooit. Kinderen van 18 krijgen nu een burn-out. Wat is dat voor maatschappij waarin die dingen gebeuren? Het kan omdat we hele bizarre normen en waarden hebben. We leggen onszelf dingen op die een illustratie zijn van hoe onvrij we onszelf maken. We moeten van alles. Vrij leven is dat je keuzes kunt maken en zegt: ik doe dat niet, ik ga daar niet in mee. Zelfstandig kunnen beslissen wie je bent en niet ingaan op dat moeten, dat is voor veel mensen ingewikkeld. Maar dat is wel de manier om tegen de tendens en cultuur in te gaan. We denken dat, als we daar niet in meegaan, we dan uit de boot vallen, niet voldoen aan de norm. Terwijl de norm gekunsteld is.”

Hier wordt voor onze tijd en onze cultuur gezegd, wat Paulus volgens mij op zijn manier al heeft verkondigd. Het is precies hetzelfde. Paulus zegt ook, je denkt dat we van alles moeten, om aan de norm te voldoen. Maar die norm is gekunsteld.
Het goede nieuws van Jezus is nu juist, dat we daarvan worden bevrijd. Je hoeft niet van alles te doen of te worden, je mag er al zijn. Dat is de liefde van God die uitgaat naar alle mensen, Joden en Grieken, slaven en vrijen, mannen en vrouwen (3: 28). Dat is de duizelingwekkende vrijheid die Christus ons schenkt.

Ik geef nog een citaat door, dat me dit jaar ook trof. Het is van de Kroatisch-Amerikaanse theoloog Miroslav Volf, in het magazine van de Protestantse universiteit, en het gaat over de prestatiedwang van de huidige generatie studenten:
“Ze worden gepusht om zoveel mogelijk te bereiken, de beste studie, de beste stage, de beste baan. De meeste van mijn studenten zijn niet gelovig, maar ze worden heel erg geraakt door het idee van een onvoorwaardelijke liefde. Ze hebben een minderwaardigheidscomplex van het voortdurend moeten presteren. En dan zegt iemand: je hoeft niets te bereiken, je bent al bereikt. Iemand houdt onvoorwaardelijk van je. Dat vinden ze een heel aantrekkelijk idee. Ze zeggen dan: ik wou dat ik dat kon geloven! Paulus’ idee van de rechtvaardiging door het geloof vinden veel mensen ouderwets. Maar het is een oplossing voor de psychologische problemen waar deze generatie mee zit.”

Laat je niet opnieuw een slavenjuk opleggen. Niet door anderen, niet door de maatschappij, niet door jezelf!

Paulus schrijft ook:
‘Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst.’ (5: 25)
Is dat geen goed voornemen voor het nieuwe jaar?

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Berend de Jong 04/01/2019 at 00:06

    “We leven heel gekunsteld en het wordt alleen maar erger. We zijn rijker dan ooit, maar we zijn onvrijer dan ooit. (………)”
    zegt Denys. Dank voor je oudjaar ‘speech’ die voor mij, als lezende kerkganger, vooral een goede mooie oproep is ons, mens, van de slavernij in welke opzicht dan ook te bevrijden, in navolging van Christus en Paulus in z’n voetspoor, poging tot navolging

    We zijn rijker dan ooit ….. maar onvrijer dan ooit, Denys. Deze behoefte aan Ooit is een verkeerde ooit. We zijn niet rijker dan ooit, materieel en geestelijk, en ook niet onvrijer.
    We, homo sapiens, leven in de sfeer van rijkdom en vrijheid, van slavernij, waarvoor we zelf verantwoordelijk Kunnen zijn. Alle andere dieren kunnen dat niet, die verantwoording aan God. Het lijkt dat God met ons mens daarin experimenteert, maar dat is onzin, behalve in een ieder. In een ieder speelt deze existentie zich af. Het Bestaan, innerlijk en materieel, is onvermijdelijk, in deze sapiens, onderhevig aan de taak tot Liefde, ongekend in onze voorgangers van het leven op aarde. En dat is niet volgens Denys ‘gekunsteld’, maar integendeel Geloof, waarin kunst en wetenschap.

    We zijn geen slachtoffer, behalve zoals al het andere leven, in de kern zich daarin ontworstellend, God genaamd die ongenoemd wil zijn, is

  • Laat een reactie achter