Preken

Verhuisbericht? Hemelvaart, Lucas 24: 44-53

Aan het slot van het evangelie horen we hoe Jezus zijn vrienden mee de stad uitneemt, tot bij Betanië. “Daar hief hij zijn handen op en zegende hen. Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel” (vers. 50-51).
Als u de moeite zou nemen deze tekst te vergelijken met de vorige Bijbelvertaling, dan zal u opvallen dat die laatste mededeling daarin ontbreekt: ‘en werd opgenomen in de hemel’, dat is er in de Nieuwe Vertaling bijgekomen.
Hoe dat kan, dat heeft te maken met verschillende versies in de handschriften. Zoals u weet is er niet een originele tekst van het evangelie, van geen enkel bijbelboek. We hebben diverse handschriften of fragmenten van handschriften, met allerlei onderlinge verschillen. Op basis daarvan wordt een basistekst opgesteld, door de verschillende varianten tegen elkaar af te wegen. Juist dit gedeelte wordt in de beschikbare handschriften verschillend overgeleverd, vandaar dat de ene vertaling wel kiest om dit zinnetje op te nemen, de andere niet. Het is een aparte wetenschap om die keuzes te beoordelen, daar zal ik me dus niet aan wagen. Maar in het algemeen kun je wel zeggen, dat het meer voor de hand ligt dat er iets aan een origineel wordt toegevoegd, als de overschrijver denkt daarmee de tekst te verhelderen, dan dat er iets wordt geschrapt. De kortere variant heeft daarom iets meer plausibiliteit.

Misschien zegt u, dat is leuk voor de specialisten. Maar wat moet ik daarmee? Typisch spijkers op theologisch laag water zoeken. Of het nu een toevoeging is, of het origineel, het is in ieder geval duidelijk. Want dat Jezus naar de hemel gaat, hier aan het einde van het evangelie, dat blijkt uit alles: uit zijn woorden, gebaren en opdrachten, wordt duidelijk dat hij afscheid neemt van zijn discipelen.

Maar is het werkelijk zo duidelijk? Dat is nu net de vraag. Niet alleen, of het zo duidelijk is dat Jezus in de hemel wordt opgenomen – het is maar net welke tekstvariant je kiest. Maar ook in een ander, inhoudelijker opzicht, of het wel zo duidelijk is wat we bedoelen, als er staat dat Jezus in de hemel wordt opgenomen.
Op een bepaalde manier versterkt deze toegevoegde mededeling het misverstand, dat ons verhindert om de betekenis van Hemelvaart voor ons vandaag goed tot ons door te laten dringen. Dat is wat ik zal proberen te verduidelijken in deze overdenking.

Het ligt heel erg voor de hand om te denken, dat Jezus nu in de hemel is, en dan is de hemel een plaats ergens anders. Zo stellen we ons dat voor en zo is het ook op allerlei manieren in de geschiedenis uitgebeeld. De Hemelvaart als het moment waarop Jezus op een wonderlijke manier het aardse voor het hemelse inwisselt. Eerst praat hij nog met zijn vrienden en zegent hen; het volgende moment wordt hij opgenomen in de hemel, uit het zicht, in een andere werkelijkheid, hoe je je die ook voor wilt stellen.
Het meer bekende verhaal uit het begin van Handelingen vertelt dat nog wat beeldrijker. Met een hemelse wolk en met twee engelen / boodschappers als getuigen.
Maar is dat nu de betekenis van het feest van hemelvaart? Is hemelvaart een verhuisbericht? Is dat de boodschap van Hemelvaart, dat Jezus nu ergens anders is?

Ik zou het anders willen zeggen.
De boodschap van Hemelvaart is juist dat Jezus bij ons is, en bij ons blijft, dat Hij deel uit maakt van onze wereld en onze werkelijkheid, maar wel op een andere manier. Hij is niet ergens anders, maar hij is er op een andere manier. Niet ver weg, buiten ons bereik, maar op een hele andere manier is hij actueel en present, binnen het veld van onze mogelijkheden, in het domein van het aardse en het menselijke, hij is deel van onze werkelijkheid. En daarom is het jammer dat dit zinnetje erbij is vertaald, omdat het de voorstelling als zou Jezus nu op een andere plaats zijn, voedt. Misschien onbedoeld, maar toch.

We zijn zo gewend om te denken en te verbeelden in tegenstellingen, dat we misschien niet eens het problematische daarvan opmerken. Dat denken in tweeën, in opposities, is deel van onze cultuur. Hemel en aarde, zijn daarin gescheiden werelden. Tegenstellingen. Met die tegenstellingen zijn ook verschillende waarden verbonden. Hoog en laag, hemel en aarde, geest en lichaam, man en vrouw, verstand en emotie, en zo kun je nog wel een tijdje doorgaan.

In de geschiedenis zien we hoe dat geloof in twee werelden, hemel en aarde, op allerlei manieren is verbeeld en invloed heeft gehad. Tegelijk leren we steeds meer, hoe dat geloof in twee werelden door cultuur en traditie is bepaald. Elk wereldbeeld weerspiegelt ook een tijdsbeeld.
Wij leven nu in een cultuur, waarin dat scheidingsdenken, dat geloof in een wereld achter de onze, in een tweede werkelijkheid los van dat wat we om ons heen zien, steeds problematischer wordt.

Daarom zeggen we nu: in het geloof gaat het om de ene werkelijkheid van ons leven, die wij delen met alle mensen en met alles wat leeft en ons omringt. We geloven dat dit de werkelijkheid van God is, zijn schepping, die door Zijn geest van liefde en barmhartigheid in stand wordt gehouden. Geloven gaat niet over een andere werkelijkheid, een wereld achter onze wereld, of boven onze wereld, maar over deze werkelijkheid anders, anders zien en beleven. In het licht van Gods genade.

Precies zo kun je je voorstellen dat Jezus – en alles waar Hij voor staat, de liefde van God die geen onderscheid maakt – deel blijft uitmaken van onze wereld en onze werkelijkheid, maar dan anders dan in de tijd van zijn zichtbare, menselijke presentie. Net zoals dat voor ons geldt, voor de mensen met wie wij hebben geleefd en die er nu niet meer zijn; in onze gedachten, in onze herinneringen, in ons hart zijn ze altijd bij ons. Twee zijden van de ene werkelijkheid van hun aanwezigheid.

Zo is het ook met Jezus.
Hij is niet elders, niet ver weg, niet in een hemel afgesloten van de aardse realiteit, onbereikbaar, maar hij is en blijft deel van onze werkelijkheid, als voorwerp van geloof en aanbidding, als diepere grond van ons bestaan, als levende inspiratie voor mensen vandaag in hun strijd voor een wereld die meer beantwoordt aan de liefde en barmhartigheid van God.

Daarom past Hemelvaart ook in het rijtje van de grote Christusfeesten, van Kerst – Pasen en Pinksteren, waarin het telkens erom gaat te vieren dat Jezus leeft. Niet dat hij geleefd heeft, maar dat hij leeft, in de gemeente, in mensen, in het levende woord, in daden van liefde en gerechtigheid, enzovoort, in de minsten van de mensen, in de mens naast mij, broeder, zuster, medemens.

Aan het begin van de Bijbel staat dat God de hemel en de aarde schept; en aan het einde wordt ons een nieuwe hemel en een nieuwe aarde beloofd. Altijd in één adem. Ze horen bij elkaar en zijn op elkaar betrokken, zoals God altijd op zijn schepping betrokken blijft, een God van mensen is, en niet zonder mensen en zonder schepping kan bestaan, Hij zou ophouden God te zijn.

Hemel en aarde, zijn bijbels gezien geen gescheiden werelden, maar de twee zijden van de ene medaille van Gods schepping. De hemel is als het ware het goddelijke perspectief en de aarde het menselijke. De aarde staat voor het zichtbare, het tastbare, dat wat voor handen is. Het hemelse is het verborgene, zoals God verborgen is. Niemand immers heeft ooit God gezien. We kunnen God niet zien, maar we kunnen de goddelijke kracht ervaren – de zegen in Bijbeltaal – als een leven schenkende kracht die de gehele werkelijkheid bezielt. De opgestane Christus is nu bij God, in die verborgenheid. Maar zijn macht om mensen te bewegen, tot compassie, tot barmhartigheid, tot de moed om te zijn, blijft werkzaam. Hij is niet elders, ver weg, hij is hier, rakelings nabij, wonend in ons midden.

Als er dan in de tekst staat dat Jezus wordt opgenomen in de hemel, betekent dat in de symbolische beeldtaal van de Bijbel, geen verhuizing, maar een perspectiefwisseling. Door de kracht van de Geest en van de verbeelding, blijft hij even actief en werkzaam en dynamisch betrokken op onze werkelijkheid en in ons leven. Als wij ons daar tenminste mee verbinden en het zo mogelijk maken dat die heilzame kracht van de Opgestane in deze wereld stroomt. Als je zelf in die stroom gaat staan.

Het is opvallend dat in de verhalen over Hemelvaart uit de evangeliën en uit het verhaal van Handelingen, hoe verschillende ze in bepaalde opzichten ook zijn, Jezus zijn leerlingen op het hart bindt om de wereld in te trekken en te onderwijzen. Dat is essentieel, want alleen zo blijft de in God verborgen Christus werkzaam in de wereld door mensen die in hem geloven, die zeker weten, hij is niet ver weg, hij is niet elders, maar hij is hier, in deze wereld, waar wij leven, werken, bidden en hopen.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter