Artikelen

Vergezicht

Het is protestanten eigen om altijd maar weer de kerk te willen verbouwen. De kerk moet immers mee met de tijd, zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden en een veranderende cultuur. Het besef dat de kerk voortdurend onder reconstructie is, is diep in onze protestantse genen verankerd.

Artikel geschreven voor het Kerstnummer van het Kerkblad Assen, thema: Vergezicht

Binnen de theologie is er een apart vak dat zich hiermee bezig houdt, het vak gemeenteopbouw. Theologische theorievorming die zich nadrukkelijk richt op de (kerkelijke) praktijk.
De term gemeenteopbouw ruikt al protestants. Het beeld van bouw, verbouw, van fundamenten leggen en stenen sjouwen – beelden uit het Nieuwe Testament, ligt al gauw voor de hand. Maar er is binnen het vak ook een stroming die meer de nadruk legt op de organische ontwikkeling binnen de kerk. Dan worden de beelden meer gezocht in de sfeer van de natuur, van zaaien, groeitijd, oogst, van de natuurlijke cyclus enzovoort. Ook beelden die volop in de Bijbel terug te vinden zijn. De eersten (de bouwers) kunnen zich soms verliezen in hun enthousiasme. Bij menige renovatie is er heel wat vernield. De tweeden (de boeren) zijn soms te afwachtend en passief. Ze laten Gods water over Gods akker lopen, en dat is het wel zo’n beetje. U begrijpt het beeld, en dat het het beste is om de juiste middenweg te bewandelen. Maar hoe doe je dat?

Het is belangrijk om als je in de kerk actief bent de verbinding met je motivatie niet kwijt te raken. Eigenlijk geldt dat overal. Er is iets wat je innerlijk drijft om bezig te zijn, om je tijd en energie in de kerkelijke organisatie te steken. Ieder zal dat op een eigen manier beleven. Je doet het ergens voor omdat je er in gelooft. Je hebt een vergezicht, een ideaal voor ogen, dat je motiveert. Als dat uit het zicht raakt, wordt het moeizaam. Dan doe je de dingen uit plichtsbesef of omdat anderen dat van je verwachten. Op zich geen verkeerde motivaties, wel als dat de enige zijn.

In allerlei managementliteratuur en trainingen gaat het er om mensen te motiveren door (opnieuw) contact te maken met hun innerlijke drijfveren. Tegenwoordig is het mode om dat te formuleren als de vraag naar het WHY (waarom). Waarom zijn we ook al weer kerk? Waar was het uiteindelijk allemaal om begonnen? Deze vraag aan je zelf stellen is belangrijker dan het antwoord van een ander horen. Toch wil ik een paar punten noemen, die vanuit het theologische vak van de gemeenteopbouw, maar ook voor mij persoonlijk en in mijn werk als (stads)predikant belangrijk zijn geworden.

Het vergezicht, dat is en blijft voor mij het grote ideaal van het Koninkrijk – het centrale beeld in de Bijbel van Gods toekomst voor deze wereld – waar het in de kerk om moet gaan. Maar dat grote en – toegegeven – vage beeld is meer een soort achtergrond, waartegen ik in de praktijk van alledag nuchter en bescheiden mijn weg probeer te zoeken. Bij dat dagelijkse kerkenwerk zijn voor mij de volgende theologische inzichten waardevol geworden:
– In de toekomst van God is de kerk niet meer nodig. De kerk is dus een noodmaatregel, een tussenoplossing. Dat feit kun je theologisch niet voldoende onderstrepen, vind ik.
– De realisatie van de toekomst van God hangt niet van mij af, maar het komt wel op mij aan. Voor mij is dit een manier om de goede balans te vinden. Je kunt immers ook gemakkelijk doordraven… Je moet ook in het kerkenwerk van ophouden weten.
– De kerk bezit het evangelie niet, maar ze is voor alles ontvangster van de goede boodschap. Belangrijk is dat ze dat ook blijft. Waar de kerk pretendeert de waarheid te kennen of te bezitten (in de eucharistie, RK – of in de belijdenis, protestants, – of in de geestelijke gaven, evangelisch) valt ze uit haar rol en van haar zelf gecreëerde voetstuk.
– Kerk is meer dan wat wij op zondagmorgen om ons heen zien. Juist in de komende tijd zal het erop aankomen dat ‘kerk’ – dat wat van de Heer is, letterlijk – zich in allerlei andere en deels nieuwe vormen presenteert. Henk de Roest spreekt van kerk-plekken, een eenvoudig maar raak woord. Het project Mooi Verhaal in Assen is daar een eigentijds voorbeeld van. Kerkelijke presentie midden in de stad, midden tussen waar de mensen zijn, als plek waar iets kán gebeuren (niet: móet gebeuren).
– In dat verband is voor mij de grens tussen kerkelijk en niet-kerkelijk, tussen kerk en wereld, of tussen gelovig en ongelovig steeds minder belangrijk. Eigenlijk zegt mij dat niet zoveel meer en beleef ik onderscheidingen, die er natuurlijk zijn en blijven tussen mensen, veel meer als vloeiend en beweeglijk.

Zo wil ik ook graag naar de kerk kijken. Er is niemand die daar principieel buiten valt. De kerk is zo wijd als de wereld. Of is dat een te ver gezicht?

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Harry 19/12/2015 at 00:21

    Mooi artikel, Bert. Ik snap je insteek. Maar ik denk dat je aan het einde inderdaad een iets té ver gezicht ziet. In elk geval een vergezicht met een risico: namelijk dat je de kerk verwereldlijkt of de wereld verkerkelijkt. Juist omdat ‘kerk’ datgene is wat ‘van de Heer’ is, zou je inderdaad kunnen zeggen dat de hele wereld kerk is, immers de hele wereld is van de Heer. Maar de kerk is ook onderscheiden van de wereld, en moet dat ook zijn, wil ze getuige van dat koninkrijk kunnen blijven. Want er is ook een hoop wereld dat niet van de Heer is, soms/vaak zelfs anti-Heer. Wereld die de Heer niet toelaat.
    De verhouding kerk-wereld is ingewikkeld. Is ook niet eenduidig. Situationeel bepaald. De ene keer moet je heel ver zien; de andere keer is het goed om minder ver te kijken. De dynamiek van de verhouding kerk-wereld bepaalt voor een belangrijk deel de vitaliteit van de kerk.
    Nou ja, ik heb ook geen pasklare oplossingen. Je artikel zet in elk geval weer aan het denken. Daarvoor geef je in elk geval ver genoeg (ge)zicht.

  • Laat een reactie achter