Preken

Sport en Spel (openluchtviering Vries)

Elke vier jaar worden de Olympische spelen gehouden. De moderne spelen zijn meer dan 100 jaar geleden ontstaan, maar ze gaan terug op de Olympische spelen zoals die in het oude Griekenland werden gehouden. Uit alle delen van het Griekse eilandenrijk kwamen de sterke jonge mannen naar de stad Olympia waar ze hun krachten maten. De sterkste, snelste, krachtigste, ging er met de lauwerkrans vandoor. Er deden alleen mannen mee. Het was de tijd ver voor het vrouwenvoetbal, zeg maar.

Als je naar de wereld van de Bijbel uit diezelfde periode kijkt, dan is daarin de sport helemaal afwezig. De cultuur van Israël is totaal anders dan die van de Grieken.
Als er al een bijbelse sport is, dan zou dat misschien het oorlog voeren zijn, want daar zijn genoeg verhalen over te vinden…
Nou, dat is een beetje kort door de bocht.
En als het over oorlog voeren gaat, daar waren de Grieken ook bepaald niet vies van.
Maar sport, in de zin van onderlinge krachtmeting, of als het gaat om het bejubelen van de overwinnaar, de heldenverering, dat is allemaal vreemd aan de wereld van de Bijbel. De figuur van Simson komt een beetje in de buurt, maar daar zijn we juist wat verlegen mee, en de Bijbel suggereert dat hij eigenlijk een zielig figuur is. Een tragische held. Sport en Bijbel is een wat ongemakkelijke combinatie.

Wat in verband met het thema van deze viering wel naar voren springt, als je daar vanuit de Bijbel en het geloof wat over wilt zeggen, is de opmerkelijke aandacht die in de bijbelse verhalen uitgaat naar …  de zwakke, de achterblijver, de verliezers, de tweede, degene die aan het kortste eind trekt.
Bijbelse verhalen hebben een voorkeur voor wie achter komt. De bijbelse verhalen zijn vaak de wereld op zijn kop: De eersten zijn de laatsten, en omgekeerd. Vooraan staan niet de hoogwaardigheidsbekleders, de machtigen, de winnaars, maar kinderen gaan ons voor in het koninkrijk, de zondaren en de hoeren, het uitschot van de wereld gaat bij God voorop. Zalig de armen van geest, want voor hun is het koninkrijk van God.

Dat is een typisch kenmerk van de Bijbel en later ook van het christelijk geloof. De aandacht voor het zwakke en weerloze, de wees, de weduwe en de vreemdeling – in het oude testament. De voorkeur voor de onderliggende partij – slaven waren jullie in Egypte; de aandacht voor wie door iedereen voorbij gelopen wordt, want juist daar wordt God gevonden. Bij de minsten der mensen.
Onze held is immers een verliezer, die hangt aan een kruis. Christus is een anti-held, de ultieme verliezer.

Dit specifieke karakter van het christelijk geloof wordt nogal eens vergeten, opmerkelijk genoeg vaak door de kerk zelf. In een lange geschiedenis waarin in Europa de kerk de macht heeft gekregen, heeft ze juist haar identiteit als een gemeenschap van machtelozen, veronachtzaamd. Maar een kerk die machtig is, of macht wil uitoefenen, of gewetensdwang, zo’n kerk is een instituut van mensen en menselijke neigingen, maar niet een huis van God.

In zijn brief aan de gemeente in de Griekse (!) havenstad Korinthe, gebruikt de apostel Paulus het beeld van het lichaam om het wezen van de gemeente van Christus, van de kerk, aan te duiden. Als het vandaag over Sport en Spel gaat en dus over het plezier dat je kunt beleven aan lichamelijke inspanning, dan ligt het voor de hand om daarnaar te grijpen. Paulus gebruikt het beeld van het ene lichaam en de vele lichaamsdelen. Ze hebben elkaar allemaal nodig. Geen deel kan op zichzelf bestaan. Oog en oor. Hand en voet. Een en al. En, voegt hij er aan toe, juist die delen van het lichaam die het zwakst lijken, zijn het meest noodzakelijk. Waar zouden wij zijn zonder onze pink, om maar wat te noemen?

Het is een variant op die dominante Bijbelse lijn: juist het zwakke, het ogenschijnlijk zwakke, is misschien wel het meest noodzakelijk.
Sport betekent, competitie, elkaar de loef afsteken, alleen de beste telt, the winner takes it all, en dat moet sport ook zijn om voor kijkers interessant te wezen. Die sport heeft zijn eigen plaats in onze moderne cultuur, maar heeft ook allerlei schaduwzijden, de verknoping met de commercie, de cultus van de sporthelden en de sportverdwazing, waar we mijns inziens kritisch op moeten blijven.

Want als in de sport het spelelement verdwijnt, dan is sport geen spel meer, waarin de vrijheid wordt gevierd, maar kan het een dwingend keurslijf worden.
Als sport ook spel blijft, dan kan het een kweekschool zijn voor het goede samenleven, het spelen van het leven, waarin inderdaad meedoen belangrijker is, samenspel op allerlei manieren, waarin ieder lid van de gemeenschap van mensen tot zijn of haar recht, tot zijn ontplooiing kan komen, het beste in zichzelf naar boven kan halen, gestimuleerd door een gezonde wedijver.

Het is onze uitdaging, in onze eigen gemeenschap, hier in het klein, maar ook in ons land en zelfs wereldwijd, om te leren samen te spelen, om iedereen mee te laten doen, om ons niet tegen elkaar uit te laten spelen, om samen het ene lichaam te vormen van onze Heer.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter