Boeken

Søren Kierkegaard, Voorwoorden

“Een recensent is en hoort te zijn, hoort er zijn eer in te stellen een dienende geest te zijn”. Dixit Søren Kierkegaard (1813 – 1855) Of beter gezegd: Nikolaus Notabene. Opgelet dus, want onder dat pseudoniem schrijft de Deense filosoof zijn gelegenheidsgeschrift Voorwoorden, oorspronkelijk verschenen in 1844 en nu vertaald en uitgegeven in de serie Kierkegaard Werken bij uitgeverij Damon.

Het heeft iets hachelijks dit boek te recenseren waarin zo nadrukkelijk de staf gebroken wordt over het gilde der recensenten. De recensent wordt in hetzelfde fragment vergeleken met een ‘rover die een pas verschenen boek overvalt’, met een ‘brekebeen die zich aan een publicatie vastklampt om ruimte en gehoor te vinden voor zijn opmerkingen’ en met ‘een hautaine potentaat die in een pas verschenen boek ‘aanleiding ziet’ om zelf iets in te brengen’, wat maakt dat het ‘heden ten dage’ ‘net zo afstotelijk is om gerecenseerd te worden als wanneer je een kappersknecht met zijn klamme vingers je gezicht laat betasten’ (30).

In ieder geval geeft dit samengestelde citaat een indruk van de sublieme ironie van Kierkegaard. Die uit zich niet alleen in zijn schrijfstijl maar in de gehele opzet van dit opmerkelijke werk. Voorwoorden, bestaat uit een serie voorwoorden van boeken of tijdschriften die nooit geschreven zijn, die zelf weer voorafgegaan wordt door een Voorwoord. Welkom in het spiegelpaleis van de Kopenhaagse filosoof.
In het Voorwoord op Voorwoorden doet de schrijver met de sprekende naam Nota Bene (let op de pseudoniemen bij Kierkegaard!) het voorkomen alsof het schrijven van voorwoorden het compromis is waartoe hij in overleg met zijn vrouw besloten heeft. Eigenlijk wilde hij schrijver van boeken worden, maar dat zag zijn vrouw niet zitten – het zou hem helemaal in beslag nemen en neerkomen op ‘openlijke ontrouw’ – dus beperkt hij zich tot het schrijven van voorwoorden.
Volgen acht ongelijksoortige voorwoorden.
Je zou ze kunnen opvatten als reflecties op de functie van literatuur en wetenschappelijke publicaties. Of als een bespiegeling over onderliggende motieven voor het schrijverschap en de behoefte om te publiceren. De schrijver neemt diverse van zijn tijdgenoten uit het kleine Kopenhaagse intellectuele milieu op de korrel, met name de hegeliaan Heiberg moet het ontgelden. Je zou het hele werk ook kunnen zien als een ironische sneer naar de filosoof Hegel, waar Kierkegaard zich zijn hele leven tegen afzet, die in zijn hoofdwerk Fenomenologie van de Geest had beweerd dat een voorwoord eigenlijk niet past bij een filosofisch werk (dat zichzelf uitlegt). Het fragmentarische karakter van Voorwoorden is daarbij een onuitgesproken kritiek op de systeembouw van Hegel en zijn epigonen.

Zo zijn er allerlei lagen in het werkje zelf. Gelukkig vinden we in het uitgebreide Nawoord en de verklarende noten van redacteur Paul Cruysberghs de informatie die de hedendaagse lezer(es) nodig heeft om de verwijzingen en verbanden op waarde te kunnen schatten.

Naast Voorwoorden zijn in dit deel uit de serie Kierkegaard Werken ook nog twee andere teksten van Kierkegaard opgenomen, namelijk De crisis en een crisis in het leven van een actrice (1847), en De heer Phister als Kapitein Scipio (1847). Twee teksten waarin Kierkegaard, ook weer onder pseudoniem van respectievelijk Inter et Inter (onderscheid (lett. tussen en tussen)) en Procul (afscheiding (lett. ga heen)), zich vooral bezighoudt met theaterkritiek en kritiek op de theaterkritiek.

De uitstekend verzorgde toelichting is onmisbaar om deze teksten goed te kunnen plaatsen. Wegens gebrek aan kennis van de Deense taal kan ik de kwaliteit van de vertaling niet beoordelen, maar de Nederlandse tekst loopt soepel. Nieuwsgierig word je wel naar het Deens, waarin, zo lezen we in een noot, eenzelfde werkwoord zowel kan betekenen ‘hier wordt geklonken’ als ‘hier wordt gebroken porselein gerepareerd’….?! (p. 195, noot 106).

Maar ook zonder al die toelichting kun je aangenaam onderhouden worden door de prettig ironische toon van de schrijver. De hier gebundelde teksten zijn beter toegankelijk dan een groot deel van Kierkegaards filosofisch werk. Omdat veel van zijn filosofische thema’s hier terugkeren, bieden ze een goede entree voor wie daar meer van wil weten.

Een mooie uitgave van teksten die nu voor het eerst in Nederlandse vertaling beschikbaar komen. Derhalve een aanwinst voor iedere Kierkegaardliefhebber of voor wie het wil worden.

Søren Kierkegaard, Voorwoorden, De Crisis, De heer Phister, Damon Eindhoven 2018, 216 pag., ISBN 9789463401302, € 27,90

 

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter