Boeken

Shusaku Endo, Jezus

Shusaku Endo is vooral bekend als de schrijver van de roman Stilte (1969), indrukwekkend verfilmd door Martin Scorcese. Stilte gaat over een jonge missionaris die in het 17e eeuwse Japan voor de keuze wordt gesteld om zijn geloof te verloochenen of de marteldood te sterven. Endo (1923 – 1996) hoorde zelf tot de kleine christelijke minderheid in Japan. Enkele jaren na deze roman schreef hij een boek over Jezus, dat nu in vertaling is verschenen.

Endo werpt zelf de vraag op of het wel mogelijk is om “tot een accurate beschrijving van het leven van Jezus” te komen. De historische gegevens zijn immers schaars. Wat we weten, weten we uit de evangeliën, maar dat zijn duidelijk gekleurde berichten en geen objectieve geschiedschrijving. “Maar wie verder denkt, zal de vraag stellen of het überhaupt mogelijk is om een accurate biografie van wie dan ook te schrijven” (p. 56). Het komt dus op de verbeeldingskracht van de biograaf aan. De Bijbel helpt daarbij want volgens Endo schetst die een ‘levendig beeld’ “omdat de Bijbel weliswaar niet tot in elk detail een feitelijk juist, maar evengoed wel een waarachtig portret van Jezus schetst” (p. 57).

Verwacht in dit boek dus geen wetenschappelijk verantwoord Jezusbeeld. Endo gebruikt zijn imaginaire talent als romancier om een eigen Jezusbeeld te schetsen. Opvallend vaak laat hij zijn fantasie gaan over de blik van Jezus: “Deze Jezus, met zijn geloken blik, de verzonken ogen, ouder dan zijn jaren” (p. 137) –  “Ze herinnerden zich Jezus’ gelaat, zijn verschijning: de vermoeide blik, het verdriet in de diepliggende ogen, de pure en vriendelijke schittering in de ogen als hij glimlachte” (p. 210). In dit soort passages ontmoeten we de romanschrijver.

Endo combineert tamelijk argeloos teksten uit de vier evangeliën om tot een eigen reconstructie te komen, hier en daar gesteund door vooral Duitse (?!) theologen uit de historisch-kritische school. Wat dat betreft reflecteert zijn boek de stand van zaken in de nieuwtestamentische wetenschap van een kleine halve eeuw geleden.
Belangrijk in Endo’s visie is de veronderstelde breuk tussen Jezus en het volk na het uitspreken van de Bergrede. Daar predikt Jezus een boodschap van vergeving, terwijl het volk hunkert naar een politieke bevrijder: “De menigte was met stomheid geslagen (…) Dit was in geen enkel opzicht de respons op hun nationalistische aspiraties waar het volk op had gerekend. Dit was de totale ontgoocheling. De Jezus op wie zij hun dromen hadden geprojecteerd bleek volstrekt onverenigbaar met de werkelijkheid van de Jezus die hen zojuist zijn plan van aanpak had gepresenteerd (…) De stemming was omgeslagen, zoals vroeg of laat te verwachten viel. Deze dag markeerde het begin van het einde; het volk, was gedesillusioneerd geraakt en zou Jezus uiteindelijk als een baksteen laten vallen” (p. 87).

Wat volgt is de geschiedenis van het lijden, volgens Endo de “apotheose van heel de Bijbelse geschiedenis, en een Japanse romancier als ik raakt op een drama als dit nooit uitgekeken” (p. 126). In zijn reconstructie, niet vrij van de nodige (en onvermijdelijke) speculatie, geeft Endo veel aandacht aan de rol van de leerlingen. Hij komt met een tamelijk gewaagde suggestie dat het verraad van de leerlingen een deal was met de machthebbers om hun eigen hachje te redden. Toen ze zagen waar dat op uitdraaide, hun held stierf machteloos aan het kruis, sloeg de wanhoop toe. Dat uit deze groep laffe leerlingen echter een machtige groep mannen voortkwam, die bereid was voor hun geloof te sterven, kan volgens Endo alleen maar verklaard worden door de kracht van de opstanding, die hoewel we daar geen direct getuigenis van hebben, een zodanige impact moet hebben gehad “dat het de leerlingen ertoe bracht hun beeld van de machteloze Jezus drastisch bij te stellen naar dat van een almachtige Jezus” (p. 216). Endo’s bewijs uit het ongerijmde.

De inleiding van Willem Jan Otten werpt enig licht op de achtergrond van Endo’s reconstructie. Onvermeld laat hij dat Endo, blijkens diens eigen inleiding (in de Engelse vertaling, die in de Nederlandse editie is weggelaten) zijn boek vooral schreef om zijn Japanse landgenoten een overtuigend Jezusbeeld te presenteren. Daarom benadrukt hij Jezus’ zwakheid en zijn vrouwelijke kanten omdat die beter aansluiten bij de Japanse neiging om in hun goden een liefdevolle moeder te zoeken dan een strenge vader. Dat blijkt. “De evangelieschrijvers hebben in hun lijdensvertelling zonder aarzeling Jezus getoond als weerloos, hulpeloos, als een man die niets anders meer te geven had dan liefde, een uitgeputte Jezus, aan het eind van zijn Latijn, ten dode vermoeid. De kwintessens van wat Jezus ons leerde, wordt voor mij pas duidelijk in de Jezus aan het kruis (ik spreek voor mezelf), niet in de charismatische Jezus in Galilea” (p. 184).

Zo lijkt de Jezus van Endo goed te passen bij zijn eigen behoefte aan erkenning en weerspiegelen de leerlingen in zijn reconstructie de worsteling die hij zelf doormaakte met een naoorlogs schuldbesef, en die in zekere zin ook het thema van Stilte is.
Zoals het eigenlijk altijd gaat, en jouw Jezusbeeld en het mijne meer zegt over mijzelf en jou, dan over Jezus zelf. Daar is niets mis mee, want het levert, zeker ook in dit geval, interessante en onderhoudende lectuur op. Theologisch-wetenschappelijk achterhaald maar inspirerend en stimulerend voor wie gebiologeerd blijft door die man uit Nazaret. En daar gaat het toch om?

Shusaku Endo, Jezus. Het verhaal van een leven, Kok Utrecht, 224 pag., isbn 9789043530217, € 19,99

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter