Preken

reikend naar de hemel, overdenking voleindingszondag

“De jeugd eindigt op het moment dat we de oorspronkelijke illusie verliezen dat wij onsterfelijk zijn en dat we alles waarvan we dromen in ons leven kunnen realiseren” (Tomas Halik)
Als kind leef je zorgeloos, je weet nergens van. Een kind is onbevangen, alsof het alle tijd van de wereld heeft, een heel leven voor zich.”Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind”, schrijft Paulus. En hij vervolgt dan: “Maar nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten” (I Kor. 13: 11).
Een volwassen mens weet dat hij sterven moet. Dat is onvermijdelijk. Het hoort bij onze natuur.
Met dat we dat weten, met dat besef, raken we onze onbevangenheid kwijt. En toch, met die wetenschap van je eigen dood valt over het algemeen wel te leven. Kijk naar je zelf, dat gaat toch prima?
Met je eigen dood valt te leven. Het is altijd de dood van de ander die ons pijn doet.
Want de dood van de ander betekent: de dood die het gemis doet voelen. De dood van de schreeuwende stilte. De dood als definitief afscheid waarin een stukje van jezelf mee is gestorven.

Velen zijn vandaag naar de kerk gekomen, vanwege die dood van de ander. Voor ieder van ons een andere ander:
Een geliefde, een vader, moeder, zus, broer, vriend, buur – of in welke betrekking we ook tot die ene unieke ander die wij vandaag gedenken staan.
In het plechtig noemen van de namen eren wij hun gedachtenis en daarmee de relatie waarin wij tot hen stonden en op een bepaalde manier blijven staan. Want, zeggen we in de kerk met de woorden van het geloof, de dood – hoe onvermijdelijk en natuurlijk ook, de dood is het laatste niet.

Wat voor betekenis kunnen die woorden hebben, juist op een zondag als deze?
Wat is hun realiteit als we meer verwachten dan vrome frasen? Daar wil ik in alle bescheidenheid iets over proberen te zeggen, naar aanleiding van het evangelie van deze zondag (= Matteüs 24: 30 – 35) , de laatste zondag van het kerkelijk jaar, de Voleindigingszondag.

Jezus spreekt over de laatste dingen. Het is een lange redevoering tegen het einde van het evangelie. Het gaat over de komst van de Mensenzoon, de mens naar Gods beeld, de Messias – de bezegeling van de menselijke geschiedenis. Jezus spreekt over het einde, lijkt het, maar in het geloof betekent het einde altijd tegelijk een nieuw begin. Het is belangrijk om dat niet uit het oog te verliezen.
Het is een ingewikkelde redevoering met allerlei beelden en symboliek waar je je gemakkelijk in verliezen kunt, vooral als je ze te letterlijk neemt of direct op je eigen tijd plakt.

Bij één beeld willen we even stil staan. Dat is het beeld van de vijgenboom, waar Jezus heel bepaald op wijst. Als zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is.

Het beeld van de boom, als symbool, is een krachtig beeld dat je niet alleen in de Bijbel maar in allerlei spirituele tradities terugvindt.

Ik heb me laten vertellen dat een boom boven de grond net zo ver reikt met zijn takken als onder de grond met zijn wortelsysteem. Of het waar is, weet ik niet precies, maar het klinkt goed. Een boom staat op een bepaalde manier symbool voor het leven zelf. Voor de kringloop van het leven, de wisseling van de seizoenen; een boom met zijn jaarringen, ieder jaar anders. Symbool ook voor het menselijk leven. Geworteld in de grond, in de moeder aarde.

Getoond wordt het schilderij van kunstenares Gezien van de Riet, getiteld: Reikend naar de hemel.

Zijn takken uitgespreid naar de hemel, naar het licht. Zo is de mens, aardeling – stof ben je en tot stof keer je terug. De mens, gegrond in de aarde, maar tegelijk gericht op de hemel, voor het licht bestemd. Die gerichtheid draagt bij aan onze menselijkheid.

Het is geen wonder dat de boom een spiritueel symbool is; dat sommige mensen troost vinden door bij een boom te zitten, in stilte. Het is niet vreemd dat er overal op de wereld heilige bomen zijn – dat het centrale symbool van ons eigen christelijk geloof het kruis is die we aanbidden als de Levensboom, de plaats waar de dood is overwonnen…

Het geloof heeft symbolen nodig om zich in uit te drukken. De boom is voor mij vandaag een sprekend symbool. Maar zoals het met alle symbolen en beelden is, je kunt er nooit alles in vangen. Want een mens is nog wat meer, dan je met beelden uit de natuur kunt vangen.

De bomen hebben wortels,
de bomen mogen stevig staan
maar mensen moeten verder gaan.
De bomen hebben wortels
maar mensen gaan voorbij.

Menselijk leven wordt getekend door de tijd. Wij zijn mensen van voorbij.
Ons heil vinden we uiteindelijk niet in de kringloop van de natuur, maar in de geschiedenis van God met de mensen, waarin wij betrokken raken.
Er is een begin en er is een einde – zoals het voor ieder mensenleven geldt, en in het midden van de geschiedenis staat de Levensboom van het kruis en is er het open graf. Daar waar de toekomst al voorgoed begonnen is en steeds weer opnieuw begint. En toekomst, dat is niet het onvermijdelijke einde, zoals wij vaak denken. Toekomst, dat is in geloof, het nieuwe begin dat op ons toekomt. Advent. Christus zelf. De vervulling van onze menselijkheid.

In hetzelfde gedeelte schrijft Paulus: “Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen … Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.
Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde”
.
AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter