Preken

Pleaser of teaser?, Sefanja 3: 14 – 20

Vorige week las ik een recensie over twee boeken die onlangs zijn uitgekomen en beide gaan over hetzelfde onderwerp: het Antropoceen. Misschien hebt u die term ook al eens gehoord, want die zingt de laatste tijd aardig rond. Met het Antropoceen wordt bedoeld, dat we inmiddels in een tijdperk leven waarop de mens zijn onmiskenbare sporen drukt op de aarde. Het is een term uit de geologie, en geologische tijdperken bestrijken in het algemeen miljoenen jaren. Uit het artikel: “Normaal gesproken raak je daardoor bewust van de nietigheid van de mens. De aarde bestond lang voordat wij ten tonele verschenen en zal blijven bestaan als wij er niet meer zijn. Maar de crux van het Antropoceen is nu net dat onze soort, in die kort durende aanwezigheid op aarde, is uitgegroeid tot een geologische kracht. Wij zijn de reden dat ijstijden worden overgeslagen, diersoorten massaal het loodje leggen, en oceanen verzuren. Hoezo nietig?” (De Groene Amsterdammer, 6.12.2018).

Volgens de recensie blijken beide boeken over hetzelfde actuele thema heel verschillend van toon te zijn. Beide zijn zich bewust van de urgentie en het gevaar van de situatie. Maar het ene boek blijft vooral daarin steken. De recensie spreekt van fatalisme en doemdenken. Geen sprankje hoop. Terwijl het andere boek dat wel heeft. De schrijver daarvan ziet in de crisis ook kansen – ook dat zingt vandaag wel meer rond. Hoe dan ook, we zijn niet verdoemd tot de ondergang, we kunnen onze verhouding tot de natuur herijken, maar hoe dat precies moet werd mij nog niet erg duidelijk.

Het gaat mij niet zozeer om de term Antropoceen en de discussie daarover. Wat mij trof was het verschil in benadering.
Natuurlijk hoor  je liever een optimistischer verhaal. Als je te horen krijgt dat het niet alleen mis is, maar dat er ook niets aan te verhelpen is, ja, dat slaat letterlijk en figuurlijk dood, dat geldt op meerdere vlakken. Dan word je alleen maar verder in het moeras van vertwijfeling en machteloosheid geduwd. Als de boodschap is dat het slecht zal aflopen en dat dat onvermijdelijk is, ja, wat zou je dan nog doen. Zo’n boodschap maakt je passief, lijdzaam – het zal mijn tijd wel duren..

Het verschil in benadering doet mij ook denken aan de bijbelse discussie over ware en valse profetie. Vandaag horen wij een profetische stem. Sefanja, één van de kleine profeten, zo genoemd omdat het een verzameling korte teksten is van verschillende profeten. Van wie we verder niet zo heel veel weten, geldt ook voor Sefanja.
Je hebt ware en je hebt valse profeten, ook toen al. Maar hoe haal je ze uit elkaar?
Je kunt zeggen: even afwachten; de profeet die gelijk heeft met zijn voorspelling, dat is de ware profeet. Dat is een antwoord dat je ook al in de Bijbel zelf vindt, en het klinkt logisch. Maar het probleem is, dat je op die manier de bijbelse profeten verengt tot wat ordinaire toekomstvoorspellers. En dat is niet terecht. Profeten zijn niet zozeer mensen die in de toekomst zien, maar die het heden peilen. Ze spreken niet over wat achter de horizon ligt, maar wat voor onze ogen gebeurt, maar wat wij op een of andere manier niet willen zien, of niet kunnen zien.

Dus, een ander criterium voor het onderscheiden van valse en ware profetie, wordt dan: dat de echte profeet dingen zegt die wij liever niet willen horen. De echte profeet is geen pleaser maar een teaser, een plaaggeest. Een ware profeet praat de mensen niet naar de mond. Hij zegt niet wat wij willen horen, maar wat we moeten horen..

Wij willen graag horen dat het wel goed komt met onze aarde en de klimaatverandering en zo voort, maar is dat ook wat wij moeten horen?
Ik weet het niet – en u net zo min.
Maar ik denk wel dat we die onrust niet te snel moeten willen uitbannen. Onrust en ongemak, maakt creatief. Je zelf in slaap sussen doet dat zelden.

Maar nu nog even over Sefanja.
We hebben vanmorgen prachtige woorden uit zijn mond gehoord, een vreugdevolle jubel over Sion, dat is Jeruzalem. ‘De Heer, God, zal in je midden zijn / hij is de held die je bevrijdt’.
Woorden die gericht zijn tot een volk dat in onzekerheid verkeert. De dag van de Heer is nabij, is de centrale boodschap.
Maar als je de moeite neemt om het hele boekje door te lezen, een kleine moeite want het betreft hier een kleine profeet, dan zul je merken dat er ook hele andere tonen worden aangeslagen. “Ik zal de mensen angst aanjagen – want ze hebben tegen de Heer gezondigd” (1: 17) klinkt het. Of nog een quote: “Door het vuur van mijn woede vergaat heel de aarde” (3: 8 d). Daar ben je lekker mee.. Wat is dan de ware profetie, de jubel of de waarschuwing?

Hoe horen wij deze en dergelijke profetische teksten?
Als een voorspelling zal zijn over de komst van Christus? Dat is met alle respect wat te kort door de bijbelse bocht.
Als een toch vooral bemoedigende boodschap, dat God een verandering tot stand zal brengen ten goede? Dat misschien al meer. Het is letterlijk het laatste woord van Sefanja: “Met eigen ogen zullen jullie zien hoe ik je lot ten goede keer – zegt de Heer”.

Hoe horen wij profetische stemmen, wat doen wij met profetische woorden?
Slaan ze ons dood, lam, in fatalisme of doemdenken – of sporen ze ons aan om in de beweging van hoop en verwachting mee te gaan doen?
Dat laatste is toch altijd weer waar je bij de bijbelse profeten bij uit komt. Ze spreken, namens de Heer, niet om braaf aangehoord te worden, maar om mensen in beweging te brengen. Bekering heet dat in Bijbeltaal, en dat zit niet alleen in je hoofd, maar dat heeft met heel je levenshouding en gedrag te maken.
“Zoek de Heer, allen in het land die nederig zijn en naar zijn wetten leven, zoek rechtvaardigheid, zoek nederigheid” – citeer ik Sefanja opnieuw (2: 3), voor het geval u er vanmiddag toch niet aan toekomt deze kleine profeet in zijn geheel te lezen…

Ware profetie is, waar woorden van bemoediging en troost worden gesproken, omdat die beantwoorden aan een God die uit is op het heil, en niet op onze ondergang.
Ware profetie is daar, waar het niet bij woorden blijft, maar waar we in ons hele denken, doen en laten, ons laten stempelen door het visioen van de hoop; ons laten waarschuwen en ons bekeren; waar we beginnen in alle eenvoud met wat ons te doen is gegeven, breken en delen, en zo helend en verzoenend in deze wereld zijn.
AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter