Preken

Paulus en de politiek

Jacob Taubes is een Joodse filosoof die 30 jaar geleden een aantal lezingen wijdde aan de politieke theologie van Paulus. Nadat sommige Joodse geleerden in de 20e eeuw een nieuwe belangstelling voor Jezus opvatten en ons hebben geholpen om het joodse zicht op Jezus te verhelderen, houdt Jacob Taubes zich bezig met de jood Paulus. Dat is opmerkelijk voor een Joodse geleerde, omdat Paulus in het Jodendom lang verguisd is geweest als de afvallige. Eigenlijk in spiegelbeeld hetzelfde als de christelijke idee dat Paulus van geloof was veranderd. We hebben de vorige keer gezien dat dat iets genuanceerder ligt.

Preek gehouden in de serie Struikelteksten
Gelezen gedeelte Romeinen 13

Zijn boek heet dus, vertaald: de politieke theologie van Paulus.
Wat is politieke theologie?
Dat gaat niet over de vraag of Paulus liberaal is, of socialist, of christen-democraat. Dat zijn allemaal onderscheidingen uit onze tijd. Maar het gaat over hoe de manier waarop Paulus denkt en gelooft, de opvattingen over staat, recht, overheid, gezag en dergelijke beïnvloedt. Het gaat over de maatschappelijke en politieke consequenties van Paulus’ geloof.

Jacob Taubes noemt de Romeinenbrief  “een politieke oorlogsverklaring aan de Romeinse keizers”. Hij wijst erop dat Paulus meteen al in het begin van deze brief Christus beschrijft als degene die is opgewekt uit de doden en door God bekleed is met macht. Dat laatste is belangrijk. Want voor ons klinkt dat misschien als een vrome christelijke formule, maar, zegt hij dan, je moet bedenken dat deze brief geschreven is vlak nadat de Romeinse keizer Claudius overleed en tot god werd verklaard. Op dat moment en tegen die achtergrond, schrijft Paulus aan de gemeente van Rome met zoveel woorden dat niet Claudius maar Jezus Christus door God verhoogd is. Dat is dus die politieke oorlogsverklaring, die zich onder andere uit in Paulus’ kritiek op de wet. Daarin gaat het niet zozeer om kritiek op de Joodse Thora – dat hebben christelijke lezers er van gemaakt – maar, volgens Taubes, om een kritiek op de wetten die het mogelijk hebben gemaakt dat juist Jezus de Messias aan het kruis is genageld.
Het front waartegen Paulus in deze brief strijdt, is niet zozeer het jodendom, maar de heidense keizerscultus, het schema van deze wereld, in het jargon van Paulus. Hij roept de gelovigen dan ook op: “U moet u zelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen” (Rom. 12: 2).  De uitspraak Jezus is de Heer, Jezus Kurios, waaraan de christenen werden herkend, was niet alleen een vrome belijdenis maar ook een politieke verzetsdaad tegen de keizer als kurios.

Om het belang daarvan te begrijpen, moet je weten hoe de maatschappij van het Romeinse Rijk, waar Paulus in leeft en reist, in elkaar steekt (onderstaande is gebaseerd op Rowan Williams, God ontmoeten in Paulus, pp. 15 – 22)
Als je een Romeins staatsburger bent, heeft dat grote voordelen. Je geniet bescherming en je hebt politieke vrijheden. Je eigendom is beschermd. Je kunt een zaak aanhangig maken bij de rechtbank. Je mag stemmen en je verkiesbaar stellen.
Heel anders dan de groep van de slaven, die in allerlei sectoren van de samenleving werken en uiteraard geen enkele vrijheid hebben. Zij staan helemaal onderaan de maatschappelijke ladder.
Daartussen heb je een aanzienlijke groep van land- of seizoensarbeiders en van rondtrekkende handelaren. De Romeinen noemen hen peregrini, daar is ons woord pelgrim van afgeleid. Geen staatsburgers maar mensen met beperkte rechten (bv. om te reizen of om zaken te doen).

Ben je staatsburger – zoals Paulus – dan heb je de nodige garanties.
Ben je een peregrinus, zoals de meesten, dan heb je een paar privileges.
Ben je een slaaf, dan heb je nergens recht op.

Tegen die achtergrond moet je Paulus en zijn boodschap begrijpen. Tegen de achtergrond van dat politieke systeem van het Romeinse Rijk, kun je je voorstellen hoe wonderlijk men de gemeenschappen van de christenen vindt. Dat slaven en burgers, handelaren en kooplieden samen met seizoensarbeiders, als vrije en gelijke mensen met elkaar omgaan – dat is zo totaal anders, zo niet Romeins.

In de christelijke samenkomsten viert men een ritueel waarin gezamenlijk wordt gegeten en waarin er geen tafelschikking is. Iedereen gelijk, geen onderscheid meer tussen Joden en Grieken, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – (Gal 3: 28) – dat is zo uitzonderlijk, en tegelijk ligt daarin voor heel veel mensen een bijzondere aantrekkingskracht.

Juist in de steden – waar dat allemaal samen komt. En in die steden heeft Paulus zijn werkgebied. Dat is zijn habitat.
Juist onder de lagere klassen; de mensen zonder rechten; de havelozen, het uitschot, de slaven.
Het christelijk geloof zoals Paulus dat verkondigt en verspreidt, maakt van outsiders insiders.
Het is niet zozeer een nieuwe religie, maar een nieuwe manier om bij God en bij elkaar te horen.
De oude scheidslijnen zijn in Christus Jezus opgeheven – dat is de revolutionaire boodschap van Paulus. Gods liefde trekt geen grenzen. Sterker, de liefde van God heeft een opmerkelijke voorkeur juist voor degenen die het slachtoffer zijn van de liefdeloosheid, de mensen aan de kant, aan de verkeerde kant van de grens, zo te zeggen. De sociale en maatschappelijke en politieke grens. In dat opzicht zet Paulus de lijn voort die Jezus al heeft ingezet.

Het is belangrijk om je steeds weer te realiseren dat de aantrekkingskracht van het christelijk geloof ligt in dit revolutionaire potentieel. Bij de christelijke gemeenschap gaan horen, had maatschappelijk gezien geen enkel voordeel, het hielp je niet bij het vinden van een geschikte baan, je werd er niet beter van – integendeel, bij tijden was er sprake van min of meer ernstige vervolging. Maar dat weerhield de mensen er niet van om toch hun geloof vast te houden. Als je eenmaal van de vrijheid hebt geproefd, wil je niet meer onder een juk leven.

Goed, als we het er over eens zijn dat
– Paulus vooral succes heeft in de steden, de vergaarplaats van mensen van allerlei pluimage;
– en dat het succes samenhangt met zijn boodschap van radicale gelijkheid tussen mensen van verschillende standen;
– en dat hij daarom een politieke kritiek levert op de cultus van de keizerlijke goden en de cultuur van de macht voor de sterksten,
dan is nu de vraag hoe zich dat verhoudt met  Romeinen 13.
Dat gedeelte dat in onze discussies over kerk en politiek zo’n belangrijke rol heeft gespeeld. Want wat lezen we daar? Dat Paulus beweert dat de overheid een instelling van God is; dat zij het zwaard niet tevergeefs draagt; dat de gelovigen opgeroepen worden zich niet tegen het wettig gezag te verzetten, enzovoort.
Als je dat hoort dan haalt dat toch ons hele betoog tot nu toe onderuit?

Dat lijkt er op.
Zeker als je deze teksten op zichzelf beschouwt. Daarom is het ook zo belangrijk, om te lezen in het grote geheel.

Om te beginnen kunnen we deze verzen niet isoleren en er een soort algemene regel van maken die altijd en overal zou gelden als het gaat om kerk en politiek. Paulus schrijft geen verhandeling over een thematische probleemstelling. Hij schrijft brieven en gaat daarin altijd in op concrete situaties.
Hij schrijft aan de kleine christelijke gemeenten in de grote wereldstad Rome. Een gemeente bovendien die hij niet persoonlijk kent. De Romeinenbrief is de enige brief aan een gemeente waar Paulus niet zelf geweest is. Daarom is hij voorzichtig. Hij heeft het bijvoorbeeld niet rechtstreeks over de keizerscultus. Dat moet je allemaal tussen de regels lezen. Hij zou het ook niet in zijn hoofd halen om die kleine gemeente nu op te roepen tot revolutie, tot gewapend verzet tegen de overheid – dat zou niet realistisch zijn, maar dat is ook niet de weg die hij wijst.

Daarbij komt, tweede punt, dat voor Paulus geldt dat hij rekent op een spoedig einde van de geschiedenis. Op allerlei plaatsen in zijn brieven blijkt dat, ook hier. Daarom hebben we het hele hoofdstuk gelezen, want daarin staat het duidelijk: “U kent de huidige tijd: het moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken … de redding is ons nabij … de nacht loopt ten einde, de dag nadert al…” (11-12).

Paulus verwacht een spoedig einde, net als Jezus overigens.
Het is anders gelopen, daar zou veel meer te zeggen zijn, maar belangrijk is om dit erbij te bedenken als je Paulus wilt begrijpen. Voor hem heeft de beslissende slag al plaatsgevonden. De revolutie (om dat woord te gebruiken) is al geweest – dat is kruis en opstanding, de allesbeslissende gebeurtenis – waarbij de machten van de wereld ontmaskerd zijn – de finale overwinning staat op het punt van aanbreken. Tot die tijd doen de gelovigen er goed aan niet teveel ergernis te wekken, te blijven in de positie waarin ze zijn – want dat doet er wezenlijk niet meer toe.

Als ze geloven in Jezus Messias hebben ze zich een soort innerlijke vrijheid eigen gemaakt, die hen immuun maakt voor het geweld dat ze nog dagelijks te verduren hebben. Dat betekent geen wereldmijding of een je terugtrekken op een eiland van eigen gelijk, maar wel de oproep om ‘eerzaam te leven’. ‘Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgeven met de wapens van het licht’ (vers 12). Paulus roept op om elkaar binnen de eigen gemeenschap vast te houden. Van belang is de onderlinge liefde en de liefde voor de naaste, want dat – zo lezen we ook in dit hoofdstuk – is de vervulling van de wet. Overigens een letterlijk citaat van Jezus zelf, dus dat zegt ook iets over het verband tussen Paulus en Jezus, terwijl het ook nog eens duidelijk maakt dat Paulus er verre van is om de wet af te schaffen.

We komen tot een afsluiting.
De politieke theologie van Paulus heeft een kritische spits.
Die is niet gelegen in een programma voor een revolutionaire politiek, maar krijgt gestalte in de gemeenschappen van de christus-gelovigen, de ekklesia.
Dit Griekse woord is hetzelfde woord als wordt gebruikt voor de politieke vergadering van burgers in het Romeinse Rijk. Paulus gebruikt het om de gemeente van Jezus Messias mee aan te duiden.
Een eigen politiek lichaam, ook wel het lichaam van de Heer (Kurios), of volk van God.
‘Horen bij het volk van God betekent dat je noch Jood noch niet-Jood bent; het is een derde realiteit die verder gaat dan de concurrerende identiteiten van de insiders: de Joodse insider die vertrouwt op Gods keuze voor Israël, of de Romeinse insider die staatsburger is. Er is iets dat deze insidersposities overstijgt, of beter: er aan voorbij gaat. Een nieuwe vorm van erbij horen, simpelweg omdat je door Christus bent uitgenodigd in de intimiteit met de Eeuwige’ (ontleend aan Williams, pp. 41-42).
Waar onderlinge gelijkheid is, en de een de ander niets anders schuldig is dan de liefde.
Waar wereldse scheidslijnen worden opgeheven, en slaaf en heer gezamenlijk aanliggen, Griek en Jood, man en vrouw. Zo niet Romeins. Zo bevrijdend. Ook voor ons.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Ena Anema 23/08/2018 at 22:06

    Uitstekend en duidelijk uitgelegd.Paulus verwachtte aanvankelijk een spoedige wederkomst.In Matteús 24
    spreekt Jezus daarover en steeds komt dan terug: En nóg is het einde niet! (vers 6) Hongersnoden, aardbevingen, onderdrukkingen, wetteloosheid. Het wekt de indruk dat het lang gaat duren en dat men
    moet standhouden tot het einde.Pas als het goede nieuws in de hele wereld verkondigd wordt….( vers 13)

    De gemeente wordt “ekklesia”genoemd, een groep door God bijeengeroepen uit de mensen.
    Deze betekenis heeft ook het woord voor de vergadering die God bijeenroept in Deuteronomium.4 vers 10.

  • Laat een reactie achter