Blog

Pastorale

Toen ik het interview met schrijver Stephan Enter naar aanleiding van zijn nieuwste boek las (Trouw, 31 oktober) dacht ik eerst: Ik ga een ingezonden brief schrijven. Met stijgende verbazing… in die trant.

Maar gaandeweg de dag ebde mijn verontwaardiging over de platte manier waarop hij fulmineerde tegen zijn gereformeerde opvoeding weg en waren er andere dingen die mij bezig hielden. Daarbij, ik heb hier toch mijn eigen platform om mijn particuliere meningen de virtuele wereld in te slingeren?

Gelukkig staat er een dag later wel een ingezonden brief van iemand die kennelijk ook verbaasd is over Enter’s woede en hem het advies geeft voordat hij een nieuw boek schrijft, eerst een goede therapeut te raadplegen.
In dezelfde editie staat overigens een milde recensie van zijn boek. De schrijver blijkt uitgesprokener te zijn dan zijn eigen roman…? Wie weet.

Iedereen mag kritiek hebben op het geloof en zeker op zijn eigen opvoeding. Het levert soms mooie literatuur op. Enter beweert al in zijn puberteit stukgelopen te zijn op het boek Job, dat hij niet kon rijmen. Misschien was hij toen nog te jong om te begrijpen dat die ontregeling precies de bedoeling is. Teksten als die van Job en andere bijbelverhalen zijn niet geschreven om ons van informatie te voorzien, maar om ons aan het denken te zetten. Dat zou hij inmiddels toch wel moeten weten?

Vreemd, dat iemand die van de literatuur zijn beroep heeft gemaakt, dat in geval van de Bijbel niet kan begrijpen. Nee, dan liever schrijfster Siri Hustvedt, in Letter & Geest van 1 november: “Fictie is de meest fascinerende manier om gedachten te onderzoeken”

Ik heb me deze week weer met veel plezier verdiept in het verhaal van
Zacheüs
, te mooi om niet waar te zijn…

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Peter Vermaat 29/11/2019 at 14:03

    Waarschijnlijk is Enter, evenals de auteurs die hem voorgingen, niet zozeer stukgelopen op de Bijbel als boek, als wel op de vaak hooghartige houding van zijn uitleggers. Neem nu de zin “Misschien was hij toen nog te jong om te begrijpen dat die ontregeling precies de bedoeling is” hierboven. Kenmerkend?
    In plaats van de staf te breken over de uitingen van woede en teleurstelling van schrijvers die de kerk verlaten hebben, past het de achterblijvers om eens goed in de spiegel te kijken.
    En zich af te vragen hoe het toch mogelijk is dat zij zo’n evident prachtig boek blijkbaar zo waardeloos aan de man weten te brengen.

  • Laat een reactie achter