Preken

Om u te dienen, Marcus 10, 32 – 45 (diaconale themaviering)

Jezus zegt: de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.

Ik ben gekomen om te dienen.
In het Grieks staat daar het woord, dat wij nog steeds gebruiken voor de kerkelijke dienstverlening: diaconie.
Zo nauw is dat woord – diaconie – dus verbonden met de missie van Jezus zelf. Ik ben gekomen om te dienen.
En zoals de Heer, zo ook zijn leerlingen. Want Jezus is hier in gesprek met zijn leerlingen, de discipelen. Je moet niet zo doen zoals het er in de wereld aan toegaat, zegt Jezus, waar de ‘volken worden onderdrukt door hun eigen heersers en hun leiders hun macht misbruiken’ – hoezo is de Bijbel niet actueel. Zo moeten jullie niet doen, maar ‘wie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen (diaconie); wie van jullie de eerst wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn’. Daar staat zelfs een nog krasser woord: doulos, slaaf.

Met deze teksten zitten we meteen in het hart van de diaconale zaak.
Diaconie hoort bij het wezen van de Jezusgemeenschap, hoort tot de kern van het kerk zijn in de wereld.

Vanmorgen gaat het daarover, over de diaconie. En ik wil daar graag iets over zeggen aan de hand van dit boek, het derde deel van het Handboek Diaconiewetenschap, dat eerder dit jaar is verschenen. Mij was gevraagd daar een recensie over te schrijven, dus zodoende heb ik mij daar dit voorjaar wat in verdiept. Aan de hand van hoe dit boek is opgebouwd, kun je volgens mij mooi duidelijk maken wat diaconie is.

Want het grootste deel van dit boek bestaat uit beschrijvingen van de praktijk. Tien voorbeelden van diaconaal werk worden uitgebreid beschreven. Diaconie is vooral doen. Praktijk. Geloven metterdaad. Diakenen hebben vaak ook die inslag. Hands-on mentaliteit, staat tegenwoordig in vacatureadvertenties, beetje lelijk Engels, in gewoon Nederlands: niet lullen, maar poetsen. Ok ,dat is ook niet zo netjes, maar u begrijpt het. Dat is diaconie.
Vandaar dat die praktijkvoorbeelden centraal staan. Daar gebeurt het.

En dan lezen we in dit boek een heel scala aan voorbeelden, die wij ook voor een deel herkennen. Over een project voor vluchtelingen, maar ook over kerk en duurzaamheid; over schuldhulpverlening en over Exodus, de organisatie die zich inzet om kwetsbare ex-gedetineerden weer naar de maatschappij te begeleiden, of over de Voedselbank, in heel Nederland actief, en daar doen wij in onze gemeente ook aan mee.

Het is belangrijk om dat werk, dat zo vanzelfsprekend lijkt, ook gewoon eens goed te beschrijven. Want als je het opschrijft, vallen je opeens ook andere dingen op. Dat gebeurt ook in dit boek.

Bijvoorbeeld de Voedselbank. Dat is lekker concreet, daar kan iedereen aan meedoen. Je hebt nog wel ergens een blikje bonen over, of een pak koffie dat je toch niet meer gebruikt sinds je dat nieuwe apparaat hebt – hoe dan ook, dat kan wel naar de Voedselbank, is een ander weer mee geholpen. Praktisch. Niets ingewikkelds.
Totdat je er over na gaat denken. Hoe kan dat eigenlijk, dat in ons land, één van de welvarendste ter wereld, hoe kan het dat in Nederland mensen van de Voedselbank afhankelijk zijn, en dat die aantallen zelfs groeien? Zit er iets scheef, of ligt het aan de mensen. Je hebt nu eenmaal altijd mensen die niet rond kunnen komen, die het geld aan verkeerde dingen uitgeven. Moeten wij dat maar blijven sponsoren, zijn die mensen niet beter geholpen met voorlichting om hun budget beter te beheren? Anders blijf je armoede subsidiëren, verandert er nooit wat.

Het gaat er mij nu niet om dat we de juiste oplossing vinden, of zeggen wat de politiek wel of niet moet doen – daar zijn anderen voor, het gaat even om de vragen die op deze manier worden opgeworpen. Ook dat hoort bij diaconie.
Diaconie is niet zomaar blind geven, uit medelijden, of omdat je dat nu eenmaal kunt doen – er is zoveel waar we niks aan kunnen doen, maar dit kun je wel doen. Dat is allemaal waar, maar als we problemen onbedoeld in stand houden, dan schiet dat niet op. Diaconie is ook: op een zinnige manier dienstbaar zijn.

In het diaconale werk is een oude spreuk: helpen onder protest.
Je helpt omdat het nodig is, omdat mensen het nodig hebben, maar tegelijk doe je dat onder protest, je geeft ook het signaal aan de samenleving en aan de politiek: dit of dat is onrechtvaardig, mensen raken in de knel, er moet iets structureels veranderen, anders blijft het dweilen met de kraan open.

In de diaconie gebruiken we vanouds twee woorden om dat uit te drukken: barmhartigheid en gerechtigheid. Ze komen ook in dit boek voor.
Dat zijn echte kerk-woorden, of Bijbelse woorden. Dat lees je niet dagelijks in de krant, barmhartigheid en gerechtigheid, dus alleen al daarom is het goed als je af en toe naar de kerk komt. Want die woorden mogen misschien stoffig lijken, ze zijn van belang.

Barmhartigheid, dat gaat wat mij betreft over de motivatie waarmee het diaconale werk begint. Je bent geraakt, je bent ergens bij betrokken geraakt, door een ontmoeting, door iets wat je leest of hoort, of wat je gezien hebt op TV of wat dan ook, maar er is iets dat maakt dat je zegt: dat kan niet, daar wil ik iets aan doen, of: voor hem of haar wil ik iets doen. Barmhartigheid. Medelijden. Maar dat woord kan ook iets neerbuigends hebben. In ieder geval, wat of hoe dan ook, diaconie begint bij geraakt worden, bij de verontwaardiging misschien wel. Je wilt iets doen, want dit kan niet…
Jezus werd met ontferming bewogen. Ook bijbeltaal, maar we kunnen daar iets bij voorstellen. Menselijkheid begint daar waar we ons het lot van de ander aantrekken, omdat we beseffen dat wat hem of haar overkomt, mij ook kan treffen.

Naast de barmhartigheid, is er de gerechtigheid. Diaconie is niet alleen zaak van het sentiment, van gevoel en emotie, maar ook van recht doen, van zakelijkheid, van op orde brengen, letterlijk en figuurlijk.
Waar barmhartigheid te maken heeft met de motivatie, heeft gerechtigheid meer iets van de norm waaraan het diaconale werk wordt getoetst.
Gerechtigheid in de Bijbel heeft niets met sentimentaliteit te maken, helemaal al niet met neerbuigendheid, alsof het een gunst is waar je dankbaar voor moet knikken. Gerechtigheid gaat over rechtvaardige verhoudingen.
En dan komt er iets typisch Bijbels bij kijken. Het is altijd belangrijk om dat verschil duidelijk te maken, tussen ons alledaagse begrip van gerechtigheid en de Bijbelse invulling daarvan.
Want gerechtigheid, dat is niet de geblinddoekte vrouwe Justitia, die de weegschaal in de hand houdt en zonder aanzien des persoons recht spreekt. Bijbelse gerechtigheid is, dat de minste de meeste is, dat de zwakke een streepje voor heeft, dat de arme voorrang krijgt in het Koninkrijk. ‘Wie bij jullie de meeste wil zijn, moet de minste willen worden’. Ieders dienaar. Ieders slaaf, zegt Jezus.

Gerechtigheid in de Bijbel is partijdig, en dat maakt het vaak zo weerbarstig en ergerniswekkend.
Gerechtigheid in diaconale zin is niet: ieder het zijne, maar ieder wat hij of zij nodig heeft.

Ondertussen moeten we niet denken dat dit alleen in de kerk geldt en niet ook in de maatschappij. Gelukkig maar. Dus daarom zijn er overheidsmaatregelen om kwetsbare groepen een extra stimulans te geven. Daarom krijgen bepaalde categorieën voorrang bij het verkrijgen van een huurwoning, vluchtelingen met een verblijfsstatus, maar ook mensen met een zorgindicatie of bij dreiging van huiselijk geweld. Dat is niet oneerlijk, maar een vorm van rechtvaardigheid.

Barmhartigheid en gerechtigheid zijn dus twee belangrijke diaconale begrippen.
In dit boek komt daar een derde bij. Dat is in het licht van de diaconale theorie tamelijk vernieuwend en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het ook nog wat weinig uitgewerkt is, maar dat is huiswerk voor de toekomst.
Het derde fundamentele woord voor het diaconaat is ‘verzoening’.
Ook weer een typisch Bijbels woord, waar heel wat aanhangt. Teveel om uitputtend op in te gaan. Maar in verband met de tekst van deze zondag opeens wel heel frappant.

Immers, Jezus zegt aan het slot van zijn uitleg aan de leerlingen:
De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.

Als verzoening een diaconaal kernwoord is, dan is het dus iets meer dan alleen een hoofdstuk uit de dogmatiek, uit de geloofsleer. Dan heeft verzoening ook te maken met de praktijk, met de actuele verhouding tussen mensen en groepen in de samenleving. Verzoening is een doe-woord, een speciale vorm van diaconale praktijk.

De diaconie handelt met en voor mensen in nood, met het oog op verzoende verhoudingen. Diaconaal handelen is gericht op herstel van relaties, op herstel van menselijke waardigheid. Het kweekt geen afhankelijkheid, maar onderlinge solidariteit. Diaconaal handelen is daarom verzoenend, omdat het in het spoor van Jezus dienstbaar is aan het goede leven.

En in christelijke zin is het goede leven daar te vinden waar mensen leven in vrede met elkaar en waar mensen leven in vrede met God.
Het ene gaat niet zonder het andere.
Het ene versterkt het andere.

In de Bergrede zegt Jezus dat als je je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat het daar dan achter, ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna terug (Mat. 5: 23 – 25).
Onze eredienst kan pas zuiver en oprecht zijn als we tegelijkertijd werken aan goede verhoudingen, als we het werk van de verzoening praktiseren, hoe moeilijk dat ook is.

God heeft zich in Jezus met de wereld verzoend – Zijn goedheid regeert deze wereld, en overwint, zelfs ons felle en onbuigzame hart.
Het zet ons op de weg van het leven en het samenleven.
In de diaconie klopt zo het hart van ons christelijk leven in de wereld, tussen de mensen, voor het aangezicht van God.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

2 Reacties

  • Reply Dhr. Johannes Vos 22/10/2018 at 13:16

    Geachte Ds. Altena,
    Beste Bert,
    Ik heb me vergist in uw site.
    Mijn reactie behoort deze site “Berichten van de Dominee” toe en niet de site. waarop u mijn tekst heb ontvangen, maar blijf bij mijn tekst dat ik de teksten en verwoordingen puur en echt oprecht vind en dat deze mij goed doen. Ook uw eigentijdse teksten over bv de Voedselbank (en de Bijbel) zijn mij uit het hart gegrepen. Ik zou graag ook horen over de onderwerpen, die ik heb aangedragen, om daar Bijbels over te willen schrijven. Ik heb zeer gelukkige jaren gekend, maar heb de afgelopen 18 jaar veel, eigenlijk te veel tegenspoed gekend en ben daarbij veel, mijn huis en mijn gezin, kwijtgeraakt. U weet dit en meer daarvan samen met uw collega Ds. Roeland Busschers en ik dank u voor uwer ondersteuning.
    Ik blijf u en de PKN SOW Kerk Assen Noord “De Opstandingskerk” volgen en waardeer uw sites en berichten zeer hoog! “De Opstandingskerk” blijft mijn SOW Hoofdkerk in Assen, ondanks het feit, dat ik de diensten nu volg in “De Dorpskerk” van Ds. Middeljans te Gieten, alwaar het overigens ook goed en heilzaam vertoeven is
    Ik begrijp uit uw berichten, dat een groot deel van uw werkzaamheden in Vries ligt, maar toch nog voor een deel in Assen (Noord?) blijft.
    Ik wens u en uw gezin en uw gemeentes daarbij alle goeds en voorspoed toe,
    Met vriendelijke groet,
    Johannes (Johan) Vos

    • Reply Bert Altena 22/10/2018 at 13:19

      Beste Johan Vos,
      Dank voor de reactie.
      Sinds 4 jaar ben ik predikant te Vries, en ga daarom niet meer voor in de Opstandingskerk te Assen.
      Wel ben ik nog voor 30% van mijn werktijd, stadspredikant in Assen, echter zonder wijkgemeente.

    Laat een reactie achter