Artikelen

Oecumenische jubilea

In Meppel heeft de Raad van Kerken zichzelf onlangs opgeheven. Ze zijn niet de eersten. Het oecumenisch netwerk van plaatselijke raden brokkelt af. Oecumene lijkt over haar hoogtepunt heen. In de jaren zeventig en tachtig werden overal enthousiaste oecumenische initiatieven ontplooid. Er was een sfeer van openheid en oprechte belangstelling. Velen waren actief betrokken bij het conciliair proces rond de kernwoorden vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping. Maar die tijd is geweest.

Geschreven voor het Kerkblad van de Protestantse gemeente Assen – mei 2018

Dit jaar zijn er twee jubilea. De Wereldraad van Kerken bestaat 70 jaar. In augustus 1948 vond de oprichtingsvergadering plaats in Amsterdam. De Nederlandse Raad van Kerken viert zijn jubileum van 50 jaar met Pinksteren. Ondertussen is de vraag hoe de oecumenische vlag erbij hangt. Je zou zeggen dat de toekomst niet zo florissant lijkt.

Zoals met alles, ligt het er aan hoe je er naar kijkt.
Het is duidelijk dat de bestuurlijke oecumene op zijn retour is. Dat bemoeilijkt de ontmoeting tussen de verschillende kerken en is dus een verlies. Aan de andere kant blijkt dat ontmoeting en samenwerking niet afhankelijk is van bestuurlijke netwerken. In Assen is er nooit een Raad van kerken geweest, maar wel het Asser werkverband van kerken. Deze vorm bood kerkgenootschappen die moeite hadden met de ‘officiële’ oecumene gelegenheid om mee te doen. Er is het pastoresconvent waar voorgangers m/v in brede verscheidenheid elkaar ontmoeten. Daarnaast is er het Platform waarin niet alleen christelijke kerken maar ook andere levensbeschouwelijke organisaties samenwerken. Oecumene, in de zin van het samen optrekken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een goede samenleving, wordt vanzelfsprekender en is niet afhankelijk van bestuurlijke structuren.

Deze tendens is in de hele oecumenische beweging aan te wijzen. Het accent in de eerste jaren lag op het gesprek over theologische verschillen. Dat blijft belangrijk en op internationaal niveau gaat dat gestaag door. In Nederland heeft het geleid tot een gezamenlijke doopverklaring, waarin kerken elkaars dooppraktijk erkennen. Internationaal heeft de oecumene belangrijke gezamenlijke documenten voortgebracht, over de sacramenten en over de ambtsleer. Vorig jaar werd de herdenking van 500 Jaar Reformatie een oecumenische aangelegenheid.

Maar een belangrijke verschuiving is die in de richting van de ‘oecumene van het dagelijkse leven’. Op het grondvlak (lelijk woord) zijn gelovigen niet bezig met theologische documenten, maar steken ze hun energie liever in gezamenlijke activiteiten. De voorbeelden in eigen stad zijn er in overvloed, op het diaconale vlak en in vorming en toerusting. Daarnaast manifesteert de oecumenische samenwerking zich op het maatschappelijke vlak. De landelijke Raad van Kerken volgt driejaarlijks de armoedebestrijding in Nederland, is actief op het thema Duurzaamheid en in het Vluchtelingenwerk.

Het is dus maar net hoe je kijkt.
In een kerk die over de volle breedte krimpt, is er de neiging om je te concentreren op je eigen voortbestaan. Oecumene is anti-cyclisch investeren. Het is van belang om je juist in een situatie van krimp de kerkdeuren naar buiten open te zwaaien, om je te verbinden met iedereen van ‘goede wil’, zoals de fraaie formulering uit de RK-kerk luidt.
Oecumene heeft de toekomst.

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter