Preken

Mond op mondbeademing, Joh. 20, 19 – 23 (Pinksteren)

Het is een uitdrukking in onze taal, als je duidelijk wilt maken dat iets nooit zal gebeuren: als Pasen en Pinksteren op dezelfde dag vallen. Met andere woorden, dat gebeurt nooit, dat is van zijn levensdagen onmogelijk.
Het zou een leuke vraag zijn bij een volgende bijbelquiz. Want heb je het net gehoord, toen er uit het evangelie werd gelezen? In het evangelie van Johannes vallen Pasen en Pinksteren op een en dezelfde dag!
Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar – dat is, op de avond van de dag van de Opstanding, op Eerste Paasdag –
Jezus komt in hun midden, wenst hen Vrede – sjaloom chaveriem, salaam aleikum – en zegt: ‘Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit’. En na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest’ – dat is Pinksteren, de adem van God, de gave van de heilige Geest, waarmee de leerlingen de wereld in gezonden worden.

Dat is toch echt, Pasen en Pinksteren op één dag. Maar daar zit 50 dagen tussen, hoe kan dat? Je kunt Jezus toch moeilijk gaan verwijten dat hij onze liturgische kalender aan zijn laars lapt. Hij zal het zelf toch wel het beste weten?

Ach, die liturgische kalender is mensenwerk, maar er is wel over nagedacht. Ooit door de kerk opgesteld. Een traditie die we graag koesteren, je moet niet alles door elkaar gaan halen. We vieren Pasen op de jaarlijks vastgestelde datum – de eerste zondag na de eerste volle maan na de dag/nachtevening van het voorjaar. Veertig dagen later Hemelvaart en Vijftig dagen later (zeven x zeven weken) Pinksteren.
Die kerkelijke kalender staat bol van de symboliek, maar is ook verbonden met de oude Joodse feesten, die weer voort zijn gekomen uit de heidense feesten rond zaaien en oogsten. Oude feesten hebben verschillende traditielagen, dat geldt ook voor het feest van Pinksteren. De Joden noemen het Wekenfeest, gedenken dan de verbondssluiting op de Sinaï, het geschenk van de Wet – Ik heb jullie bevrijd uit Egypte, uit het land van de angst en de verdrukking, blijf dan bij je bevrijding.
En ze lezen op dit feest het boekje Ruth, omdat dat speelt in de dagen van de gerst- en tarweoogst.

Voor christenen is het Pinksterfeest, net als de andere grote feesten, helemaal gestempeld door de gedachtenis aan leven en werk van Jezus. Wij vieren de Christusfeesten en op een bepaalde manier zijn die allemaal met elkaar verbonden. Zodat het niet raar is om het gebeuren van Pasen en van Pinksteren in één adem te noemen, zoals Johannes doet. Alles heeft met alles te maken.
Maar, zoals gezegd, je moet niet alles door elkaar gaan halen. Toen een goede vriend en collega van mij eens voorstelde om in de Kerstnacht een Paaslied te zingen, O hoofd vol bloed en wonden, werd dat niet op prijs gesteld. En terecht.

Vandaag vieren we dus Pinksteren.
Jezus blaast zijn adem over ons heen. Je voelt de symboliek.
In het geheel van het Johannesevangelie krijgt het nog een extra lading. U weet dat dit vierde evangelie begint met een knipoog naar Genesis, In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God… Alsof de schepping opnieuw begint.
En zoals bij de schepping in Genesis 1 Gods adem, Gods geest over de woeste, doodse en duistere oervloed gaat en zoals in het tweede scheppingsverhaal in Genesis 2 God zelf de mens uit stof vormt en hem de levensadem in de neus blaast, zo is er hier de adem van Jezus, scheppende, creatieve kracht waarmee wij worden bezield. Mond op mondbeademing. Dat is Pinksteren. Levenskracht.

Maar nu dan toch nog even aandacht voor wat er vervolgens bij gezegd wordt.
Want dat is op zijn zachtst gezegd even opmerkelijk als dat Pasen en Pinksteren op één dag zouden vallen.
Wat zegt Jezus tegen zijn leerlingen, als hij ze uitzendt de wereld in?
Je verwacht instructies voor hoe het nu verder moet.
Geeft hij aanwijzingen om een kerkelijke structuur op te zetten, beveelt hij ze een geloofsbelijdenis op te stellen, heeft hij het over de organisatie van de synodes en classisvergaderingen en ringen om mijn part? Ik overdrijf.
Maar je zou toch wel iets kunnen verwachten over, nou ja, hoe ze het verder moeten doen zonder hem, een plan van aanpak, een inspirerende peptalk…
Maar wat er staat is: Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven’.

Toch wel een tikkeltje verrassend?
Is dat nu het meest urgente?
Natuurlijk, Jezus zal vast nog wel meer hebben gezegd, er staat – ook in dit evangelie – nog meer dan alleen deze passage. En, uiteraard, ook het evangelie is mensenwerk, maar er is wel over nagedacht.
Waarom deze nadruk op de volmacht om te vergeven?

Bijbelteksten hebben ook een uitleggeschiedenis. Die speelt altijd mee.
Op basis van dit woord van Jezus, heeft de kerk later gedacht dat aan haar de macht gegeven is om zonden te vergeven, dat de kerk de genademiddelen in beheer heeft. In de katholieke kerk is dat eeuwenlang zo verkondigd, en nog wel, dat je alleen de zaligheid kunt vinden in de kerk, door de kerkelijke sacramenten, dat vergeving te verkrijgen is in de kerk, natuurlijk niet zomaar, als je oprecht berouw hebt en bereid bent boete te doen, maar toch: het is de kerk die de sleutels van het Koninkrijk beheert, naar een andere tekst uit een ander evangelie (Mat. 16: 19).

Misschien zegt u, ik ben niet voor niets protestant. Wat heb ik met die katholieke kerkleer nodig? Maar dat is te gemakkelijk. Alsof ook niet bij ons, de kerk tussen God en mensen in kan komen te staan, alsof ook niet in onze protestantse geschiedenis, de kerk de pretentie heeft gekoesterd dat zij een bevoorrechte toegang tot Gods vergeving zou hebben; dichter bij Jezus zou staan, het gelijk aan haar zijde, enzovoort.

Teksten hebben hun werkingsgeschiedenis, maar zou het echt zo bedoeld zijn?
Het is een anachronisme om Jezus uitspraken in de mond te leggen, die te maken zouden hebben met de organisatie van de kerk als machtsinstituut, dat pas drie eeuwen na zijn dood is ontstaan.

Jezus spreekt tegen zijn vrienden.
In de intimiteit van de kleine kring.
Bovendien in de letterlijke beslotenheid van het huis waar ze verzameld zijn. De deuren zijn nog op slot. Hoezo Pinksteren als het waaien van de Geest, die muren slecht en deuren opent? Het is allemaal nog heel pril, maar wel vol van betekenis.

Jezus drukt ze op het hart, de vergeving te verkondigen – boodschappers en ambassadeurs te zijn, van de vergeving, de grenzeloze liefde van God, die Hij heeft voorgeleefd, die Hij heeft waargemaakt, in zijn kruisweg en in zijn lijden en in zijn opstanding. Om het in eigen woorden te zeggen: God heeft jullie vergeven, jullie bevrijd uit het land van de zonde en de schuld, blijf dan bij die vergeving en ga even genadig met elkaar om, als God met jullie.

De vergeving wordt nergens in het evangelie met zoveel woorden gethematiseerd, alleen hier.
Maar overal in het evangelie van Johannes, is er sprake van dat mensen worden bevrijd, in de ruimte worden geplaatst, uit de bankring van het kwaad en de zonde worden gehaald en in het licht worden gezet. Denk aan Nicodemus in de nacht (Joh. 3); aan de Samaritaanse vrouw bij de bron (Joh. 4); aan de zieke man bij het bad Bethesda (Joh. 5); aan de overspelige vrouw in Joh. 8 – wie zonder zonde, laat die de eerste steen werpen…
Zo liggen de lijnen in dit evangelie. Hier aan het slot komt dat allemaal samen. Mensen worden bevrijd van hun verleden, dat is vergeving!

Pinksteren is daarom, de boodschap van de vergeving verkondigen, leven, delen. Want daarin is alles vervat. De kracht van Gods bevrijdende liefde, zoals wij die in Jezus hebben leren kennen. Deze liefde is in ons menselijk bestaan gekomen (dat is Kerst), deze liefde leeft door de dood heen (dat is Pasen), deze liefde omringt ons leven dag aan dag vanuit de goddelijke werkelijkheid (dat is Hemelvaart) en die liefde mogen wij de wereld indragen en uitdragen (dat is Pinksteren).

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Ada Loenen 12/06/2019 at 10:43

    Mooie, praktische uitleg.

  • Laat een reactie achter