Artikelen

Liever sterven dan buiten de waarheid leven (over Simone Weil)

Aan het begin van de documentaire An Encounter with Simone Weil van Julia Haslett (2010) worden de volgende typeringen van deze Française opgesomd: filosofe, vakbondsactiviste, onderwijzers, fabrieksarbeidster, journaliste, revolutionaire, soldate, anarchiste, Jodin, katholiek. Het zijn even zovele rollen die zij in haar korte maar intensieve leven van 1909 tot 1943 heeft ingenomen. En het is nog niet eens een compleet rijtje. Ze was tenminste ook een mystica. Na de oorlog, toen haar geschriften in wijdere kring werden verspreid, was het vanwege deze kant van haar persoonlijkheid dat haar denken in de belangstelling kwam.

Haar belangstelling voor religie en met name de mystieke kant daarvan, ontwikkelde ze vooral gedurende de laatste jaren van haar leven. Ze was geschoold in de filosofie en studeerde af op een studie over Descartes. Deze invloed heeft haar denken gestempeld. Zoals Descartes hechtte zij aan een methodische gestrengheid en aan helderheid van begripsmatige onderscheidingen. Heel haar leven maakt ze aantekeningen, schrijft ze artikelen, is ze intellectueel bezig. Na haar studie gaat ze werken als onderwijzeres, maar ze wordt ook actief in het vakbondswerk. Ze engageert zich met het lot van de fabrieksarbeiders. Typerend voor haar is dat ze besluit hun situatie te delen, om zo van binnenuit te ervaren wat het is om in zo’n positie te moeten werken en leven. Ze laat zich daar niet van afbrengen door haar zwakke gezondheid. Iets vergelijkbaars gebeurt tijdens de oorlog. Al vroeg onderkende zij en haar familie het gevaar van het nazisme, met name voor de Joden. Bij het begin van de oorlog in 1940 weten ze te vluchten. Via een kort verblijf in Amerika, keert ze naar Engeland terug om zich bij het Franse verzet te voegen. Uit solidariteit met haar landgenoten in het bezette Frankrijk besluit zij zich tot een vergelijkbaar rantsoen aan voedsel te beperken, hoewel dat haar broze gezondheid schaadt. Het heeft haar sterven bespoedigd, maar haar leven en levenshouding een voorbeeldig karakter gegeven. Zoals ze zelf op verschillende plaatsen in haar werk schreef: Ik wil liever sterven dan buiten de waarheid leven.

Na de oorlog en dus na haar dood, werd ze een beroemdheid. Twee publicaties, die ook in het Nederlands zijn verschenen, hebben daar vooral aan bijgedragen: Zwaartekracht en Genade en Wachten op God. Hierin komt vooral de mystieke kant van Simone Weil naar voren. Het is niet gemakkelijk om deze eenduidig te typeren. Het beknopte artikel Directe en indirecte liefde tot God, in Wachten op God (ned. vert. 1962, pp. 163 – 168) biedt in gecondenseerde vorm de sleutel om de mystiek van Weil te vatten.
Belangrijk voor haar is het onderscheid tussen God en mens. Hier verraadt zich de filosofische invloed van het cartesianisme en daarachter die van het Platonisme. In de wat merkwaardige titel Zwaartekracht en Genade komt dat tot uitdrukking. ‘Zwaartekracht’ staat voor de natuurlijke wereld waarin de verhoudingen tussen mensen en tussen mens en wereld wordt bepaald door de natuurwetten; ‘Genade’ doelt op het doorbreken van Gods liefdevolle aanwezigheid, die niet door mensen kan worden afgedwongen of voorbereid, maar die uiteindelijk alleen maar te ontvangen is. Voor Simone Weil komt het erop aan daar disponibel voor te zijn, te wachten op God. God is voor haar de liefde bij uitstek, het Goede zelf.
God kan in de schepping alleen tegenwoordig zijn door zijn afwezigheid’, is vervolgens één van haar aforismen (in Zwaartekracht en Genade). Het is belangrijk om de paradox in deze uitspraak voluit tot gelding te laten komen. Alleen op die manier dring je tot de mystieke kern van haar denken door. De afwezigheid van God kun je niet reëel genoeg denken. Het is geen spel, geen pose, niet een retorisch stijlmiddel om in de moderniteit nog ergens een zinvol spreken over God te kunnen onderhouden. Gods afwezigheid is realiteit bij uitstek. Je zou, dunkt me, in de lijn van haar denken kunnen zeggen: God kan niet anders aanwezig zijn dan als afwezig. Dat maakt dat de volle verantwoordelijkheid voor Gods presentie gelegen is in het antwoord dat wij mensen geven op zijn afwezigheid. Wij zijn God onze liefde schuldig. In zoverre wij die beoefenen, in de volgehouden liefde voor het leven, voor de mensen, naar alle dingen hier op aarde, beminnen wij God.
In de wereld vinden we God niet terug. Zijn bestaan wordt alom betwijfeld en ter discussie gesteld. De enige manier om God te ‘bewijzen’ is door hem te beminnen. Hij is aanwezig in onze werkelijkheid, zoals het brood aanwezig is in de honger en het water in de dorst (vgl. a.art., 164). Het is een levenslang proces om dat geheim te ontdekken en dan nog moet het ons geschonken worden.

De mystiek van Simone Weil wordt misverstaan, als ze losgekoppeld wordt van de overige activiteiten die ze in haar intensief geleefde leven heeft ontplooid. Je kunt niet zeggen dat haar religieuze belangstelling, die zich inderdaad in haar laatste levensjaren intensiveerde, haar meer filosofische of politieke activiteiten afloste. Het is eerder zo dat ze in de mystiek de verdieping en de verworteling (enracinement) van haar levenslange engagement ontdekt. Juist de liefde van God toont de werkelijkheid in het ware licht. Zoals het genoemde artikel besluit:
“Uiteindelijk is de aanraking met God het ware sacrament. Maar men kan er welhaast zeker van zijn, dat die mensen, bij wie de liefde tot God alle echte liefde voor de dingen hier op aarde heeft uitgebannen, niet Gods ware vrienden zijn. Na de aanraking van de ziel met God vervallen de naaste, de vrienden, de godsdienstige handelingen, de schoonheid van deze wereld niet tot onwerkelijkheid. Integendeel, alleen dan worden ze zeer reëel. Voordien waren het dagdromen. Voor die tijd was er in het geheel geen werkelijkheid” (168).

geraadpleegde literatuur:
Simone Weil, Zwaartekracht en Genade, Tielt 1954;
Simone Weil, Wachten op God, Utrecht 1962;
Hans Achterhuis e.a. (red.), Denkers en religie, Diemen 2010, pp. 393 – 404 (lemma geschreven door Jacques de Visscher);
Frits de Lange, in: Johan Goud (red.), Een vermoede God. Vijf mystieke denkers, Zoetermeer 2000. pp. 48 – 61;
Dorothee Sölle, Mystik und Widerstand – Du stilles Geschrei – , München 2004 (7. Aufl.), pp. 194 – 197.

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Spirituelen onderdompelen in een vloeibare vorm van religieuze gemeenschap | vangodenenmensen 21/12/2013 at 09:05

    […] Hij gaat in het boek in gesprek met Simone Weil over zijn eigen zoektocht naar ‘lichter leven’. Simone Weil (1909-1943) was een mystica die na de oorlog beroemd werd met haar boek Zwaartekracht en genade. […]

  • Laat een reactie achter