Boeken

Klaas-Willem de Jong (red.), Verbindend vieren

Verbindend-Vieren-web1Wie met regelmaat voor de uitdaging staat een kerkdienst vorm te geven, zal het nodige plezier kunnen beleven aan het boekje Verbindend vieren. Tenminste, als je openstaat voor nieuwe vormen en stijlen, niet bang bent om te experimenteren, maar vooral als je bereid bent met anderen samen te werken aan de eredienst.

In veel kerkelijke gemeenten is er een tendens om verschillende liturgische stijlen te combineren. Opwekkingslied en Liedboek, liederen uit Taizé en Iona worden in één dienst gezongen en, wat tekenend is, dat wordt steeds minder als een probleem ervaren. De tijd van een opgelegde liturgie is voorbij. De traditionele kerkdienst, of die nu van orthodoxe of hoog-liturgische snit is, staat onder druk vanwege de invloed van onze belevingscultuur. In alle delen van de kerk wordt de beamer ontdekt, wat nieuwe mogelijkheden biedt voor beeld- en geluidgebruik. Termen als convergence worship en blended worship kwamen inmiddels over de oceaan waaien om deze nieuwe wind te typeren. Klaas-Willem de Jong en zijn  liturgische bondgenoten vertalen dat als ‘verbindend vieren’ en dat geeft er net even een andere draai aan.

Want het combineren van liturgische stijlen gebeurt vaak om zoveel mogelijk mensen in de gemeente tevreden te houden. Maar als je iedereen tevreden wilt houden is uiteindelijk iedereen min of meer ontevreden. En wie wel eens een blender heeft gebruikt om een fruitdrankje te maken, weet dat het eindresultaat niet altijd even smakelijk is als de afzonderlijke ingrediënten doen verwachten en tevens nogal bleek afsteekt bij het kleurrijke tableau waarmee je begon. Niet alles combineert, ook niet in de liturgie, maar bij ‘verbindend’  vieren gaat het daar juist wel om: ” De verschillende stijlen vullen elkaar aan, zorgen voor (gewenste) contrasten, versmelten tot een nieuwe en unieke samenhang”. Dit wordt gezegd van een viering rond het thema Klacht, die als een illustratie van het concept in het boekje wordt gepresenteerd (pp. 10 – 26, citaat op 18).

Of er ook werkelijk een nieuwe samenhang wordt gecreëerd, valt niet goed te beoordelen. Dat ligt niet aan de beschrijving. Daarvoor moet je zelf zo’n viering aan den lijve ervaren. En dan nog zullen reacties verschillend zijn, naar gelang eigen stijlvoorkeuren. Het is de herkenbare ervaring dat je pas weet hoe iets werkt in de liturgie, als je het in de praktijk hebt uitgeprobeerd..

In dit boekje wordt gezocht naar een theoretische onderbouwing voor liturgische experimenten. Want voordat je iets uitprobeert, moet je wel weten waarom je dat doet.
In aansluiting bij een lutherse verklaring wordt gewezen op de vier dimensies van de liturgie, die a) de cultuur overstijgt, b) bij de cultuur aansluit, c) de cultuur kritiseert en d) cultuurgrenzen doorkruist (pp. 35 – 36). Het valt nog niet mee om al deze vier dimensies tegelijk recht te doen, maar samen bakenen ze het speelveld af waarin liturgie in en tegenover een specifieke cultuur gestalte krijgt. Helaas wordt niet onderzocht hoe dat concreet uitwerkt in relatie tot onze huidige belevingscultuur.
Belangrijk inzicht is verder, dat aan een liturgische viering een narratief patroon ten grondslag moet liggen, dat een zekere eenheid aan het geheel kan verlenen. In een apart hoofdstuk wordt dit beschreven. De viering vertelt een verhaal, ontwikkelt een bepaald plot. Een verhaal dat op een of andere manier verbonden is met het omvattende verhaal van God en mensen en dat bij deze specifieke gelegenheid op deze karakteristieke manier oplicht. Dit concrete verhaal, het plot van de viering, zorgt voor een eigen dynamiek en geeft structuur aan het geheel (pp. 49 – 64). De vraag hoe de verschillende elementen en stijlen bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van de plot, leidt tot de opzet van het verhaal dat in de viering verteld moet worden. Op deze manier wordt voorkomen dat de experimentele viering een aaneenschakeling van losse hoogtepunten is en wordt er gestreefd naar een dragende structuur. Die wordt dus niet langer gezocht in de liturgische ordening – de vaste elementen – maar in het narratieve perspectief.

kom in de kerk (beeldbank pkn)

Het zijn aanzetten om tot theorievorming te komen die de veranderende liturgische praktijk kunnen ondersteunen. Daarnaast bevat het boekje praktische hoofdstukken over de voorbereiding van een dergelijke viering, over verschillende muziekstijlen in de eredienst en over het gebruik van de beamer.

Natuurlijk roept verbindend vieren ook vragen op. Is het onderliggende verhaal in elke situatie sterk genoeg om het geheel te dragen? Is een narratieve structuur voldoende in staat om schurende stijlelementen te verbinden en elkaar aan te vullen (zie citaat boven)? Ervaren kerkgangers een eredienst wel als een geheel, of toch vooral als een losjes verbonden verzameling elementen (‘dat lied sprak me aan’, ‘die regel in het gebed raakte me’), waardoor de noodzaak van een sturende structuur minder groot is? Maar ook de vraag of de ervaring van een eredienst niet rijker wordt als de verschillende elementen elk hun eigen ruimte mogen hebben en een eigen zeggingskracht kunnen ontplooien? Een al te zeer gestructureerde thematische benadering kan ook dood slaan.

Verbinden vieren is ondertussen een uitdagend concept. De vragen die het oproept komen ook min of meer in het boekje aan bod, zonder dat ze definitief worden beantwoord. Dat kan ook (nog) niet, want verbindend vieren is vooral een experimenteel concept, om in concrete contexten op de specifieke situatie toegesneden, mee aan de slag te gaan. Dit boek biedt daar genoeg uitdaging en inspiratie toe.

Klaas-Willem de Jong (red.), Verbindend vieren. Spelen met vormen en stijlen in de eredienst, Boekencentrum Zoetermeer 2013, 156 pag., isbn 9789023926900, €14,90.

Vorig bericht Volgend bericht

1 reactie(s)

  • Reply Samen een weg vinden in de kerkdienst | Eredienst Creatief 07/06/2013 at 19:26

    […] Andere reacties op het boek zijn te vinden op Theoblogie en de blog van Bert Altena. […]

  • Laat een reactie achter