Preken

kinderen van god, Gal. 3: 23 – 4: 7

Vorige week was het Kerstfeest en lazen we in de kerk de geboorteverhalen uit het evangelie. Over de geboorte in de nacht en hoe het kindje in de voederbak werd gelegd, waar herders het kwamen begroeten. En over de wijze mannen die de ster hadden gezien en volgden tot in Betlehem en goud en wierook en mirre meebrachten.

Vandaag lezen we een gedeelte uit een brief van Paulus, waarin hij op zijn manier ingaat op de betekenis van de komst van Jezus Christus in de wereld.
Paulus schrijft: “Toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij zijn kinderen zouden zijn” (Gal. 4: 4).
Dat is een moeilijke zin. Misschien zegt u nu al: doe mij dan die mooie Kerstverhalen maar. Dat is voorstelbaar. Toch loont het de moeite om te proberen Paulus’ visie op de betekenis van Jezus’ komst te begrijpen. Dat hoop ik in deze preek duidelijk te maken.

Om te beginnen is het goed dat we ons realiseren dat deze woorden van Paulus veel eerder zijn opgeschreven dan die romantische geboorteverhalen uit de evangeliën. Paulus vertelt nergens in zijn brieven over de geboorte van Jezus – niet meer dan wat hier staat: gezonden van God, geboren uit een vrouw. Heeft hij geen behoefte aan romantiek? Nou, in deze brief niet bepaald.
Als je met teksten van Paulus bezig gaat, is het altijd van belang voor ogen te houden dat Paulus brieven schrijft, geen theologische verhandelingen. Dat kun je niet vaak genoeg herhalen. Paulus reageert op de situatie in de gemeenten tot wie hij zich richt. Dikwijls zijn zijn brieven ontstaan vanwege concrete vragen of problemen die hem worden voorgelegd. Paulus’ brieven zijn gelegenheidsgeschriften. Hij zou zelf misschien verbaasd staan dat wij ze na 20 eeuwen nog steeds lezen. Aan de andere kant is daar een goede reden voor. Want in die brieven staat veel dat wij ons nog steeds ter harte kunnen nemen.

In de christelijke gemeenschappen van Galatië, een landstreek in het midden van Klein-Azië, wat nu Turkije is, bestaat verdeeldheid. Er is een meningsverschil over de vraag of niet-joodse Jezus-aanhangers ook als Joden moeten gaan leven. De eerste gemeenten bestaan uit Joodse volgelingen van Jezus, zoals Jezus zelf Jood is en zijn leerlingen en ook Paulus – vanzelfsprekend. Maar er komen niet-Joodse gelovigen bij – de heidenen, in de taal van de Bijbel. Moeten die heidenen (wij dus) ook besneden worden? Moeten de heidenen zich ook houden aan de Joodse spijswetten, enzovoort? Er is een sterke partij in die jonge gemeenten die daarvoor pleit. En dat roept de woede van Paulus op.

Er is geen brief waarin Paulus emotioneler is dan in de brief aan de Galaten. Hij kan zijn irritatie niet binnen houden. Want het betreft hier een aangelegen punt, misschien wel de kern van zijn boodschap.
Voor Paulus betekent de komst van Jezus een nieuwe vrijheid, het is een bevrijding, zo fundamenteel, dat deze niet aangetast mag worden door nieuwe regeltjes of beperkingen of voorwaarden. Dus, de niet-Joden horen er net zo bij, als de Joden zelf. Ze hoeven zich niet te laten besnijden, ze hoeven niet al die regeltjes te voldoen, die voor Joden hun waarde houden, maar niet verplicht zijn voor niet-Joden.
Deze kwestie is de aanleiding voor Paulus om te spreken over de fundamentele vrijheid die het geloof in Jezus voor hem betekent. De komst van Jezus is voor Paulus daarom van belang omdat daardoor die vrijheid is ontstaan.

Wij hebben, uiteraard, andere zorgen dan de gemeenten van toen.
Maar het belang van ‘vrijheid’ geldt nog steeds en het loont de moeite om na te denken wat dat fundamentele woord vandaag de dag zou kunnen betekenen. Ook voor het geloof. Voor sommigen is dat misschien een wonderlijke combinatie, geloof en vrijheid, maar het hoort echt wezenlijk bij elkaar.

Deze week zag ik een uitzending van Floortje Dessing’s Naar het einde van de wereld. Ik viel er in, maar het ging over een man die er voor gekozen had om in de wildernis van Alaska te gaan wonen, ver verwijderd van de bewoonde wereld. Hij vertelde dat hij was opgegroeid in een rijk en welvarend gezin, eigenaren van oliemaatschappijen. Hij was voorbestemd om in het familiebedrijf te stappen. Maar in de jaren tachtig was hij achter een rock and rollband aangegaan – een klassiek hippieverhaal. Daar en toen voelde hij voor het eerst wat vrijheid was – doen wat je wilt en je niet laten persen in het keurslijf dat je ouders voor je hebben bepaald. Hun wereld draait alleen maar om geld en status. Daar had hij zich van bevrijd. En je voelde aan alles hoezeer die bevrijdende ervaring hem nog steeds droeg.
Inmiddels woont hij in Alaska met zijn vrouw en ze voeden samen een tienerzoon op. Die jongen kwam ook aan het woord. En dat maakte pijnlijk duidelijk dat de vrijheidsdrang van zijn ouders ook een prijs heeft. Want aan die jongen kon je merken dat opgroeien op een plek zonder contact met leeftijdsgenoten sociaal niet echt gezond is. De vrijheid van de ouders veroorzaakt de onvrijheid van hun kind.
Zo is iedereen het product van zijn opvoeding en zadelen wij, als we kinderen hebben, hen onvermijdelijk op met de erfenis van onze opvoeding.

Wat is vrijheid?
Hoe vrij is een mens werkelijk? Je bent en blijft toch altijd kind van je ouders, kind van je omstandigheden, je tijd en cultuur en nog zoveel van die dingen die je vormen – misvormen? Kun je je daar werkelijk van vrij maken? Voor sommigen is dat een levenslange worsteling.

Paulus zegt: door de komst van Jezus zijn wij kinderen van God geworden.
Letterlijk: “En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van Zoon gegeven, die ‘Abba, Vader’ roept. U bent nu geen slaven meer, u bent kinderen van God en als zijn kinderen bent u erfgenaam, door de wil van God.” (vers 6-7)

Paulus speelt in dit gedeelte met de tegenstelling tussen slaaf en erfgenaam. Daar komt dan nog een tweede tegenstelling bij, die tussen de wet en het geloof. Met geloof bedoelt hij weer, de nieuwe situatie die ontstaan is door de komst van Jezus. Want dat maakt voor hem het verschil. Dat maakt alles anders.
Eerst was er de onvrijheid – waren wij als het ware slaven. Nu is het geloof gekomen, Christus Jezus, en dat betekent de vrijheid. Een fundamentele vrijheid die alles draagt.

Juist in dit gedeelte van zijn brief staat dat zo krachtig uitgedrukt als je het haast nergens anders bij Paulus vindt. Ik citeer maar weer opnieuw, om het duidelijk te maken:

“… want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. U bent allen door de doop één met Christus geworden, hebt u met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus” (3: 26 – 28).

Het is het machtige charter van de evangelische vrijheid bij Paulus, dat besef je des te meer als je het plaatst in zijn tijd.
‘Paulus distantieert zich in deze verzen zeer radicaal van de in zijn dagen volstrekt gebruikelijke manier van denken. Buitenlanders waren barbaren of ongelovigen, slaven nauwelijks mensen en vrouwen in alles ondergeschikt aan mannen. De ontmoeting met de opgestane Heer heeft zijn ogen geopend voor de fundamentele eenheid tussen mensen van verschillende herkomst, sociale status en geslacht. In Christus is aan het licht gekomen dat niemand zich nog op iets kan beroemen en daarmee zijn alle privileges opgeheven en alle grenzen weggevallen’ (C.J. den Heyer, Galaten).

Paulus is een fascinerende man. Je moet altijd bedenken dat Paulus voor alles een bekeerling is. Net zoals die man die naar Alaska is vertrokken, heeft hij zijn leven drastisch omgegooid. Daarmee is het allemaal begonnen. Zijn Damascus-ervaring heeft zijn leven radicaal op de kop gezet. En die ervaring is de drijvende kracht achter alles wat hij doet en schrijft.
Hij heeft op een of andere manier in de ontmoeting met de opgestane Heer, in het licht dat hem van zijn paard wierp, de fundamentele vrijheid ontdekt, die hem bevrijdde van allerlei moeten en dwang – van wat hij van huis uit had meegekregen? Het heeft hem bevrijd van allerlei gangbare opvattingen van die tijd, over verschil in rang en stand en status – al is Paulus natuurlijk ook kind van zijn tijd gebleven.

Hij spreekt in dit gedeelte over: Christus is gekomen. Hij heeft het over: Met Christus bekleed worden, of schrijft: God heeft ons de Geest van zijn Zoon gegeven, allemaal hoofdletters in onze vertaling, maar dat heeft meer met theologie te maken dan met taal.
En toch zit in die op het oog en oor afstandelijke taal een brok emotionaliteit verborgen.
Want daardoor zijn wij bevrijd, zijn wij kinderen van God geworden, erfgenamen van de belofte die al vanaf het begin door God gegeven is (aan Abraham en zijn nakomelingen).

De Galatenbrief is een machtig getuigenis.
Het staat vol met fundamentele inzichten. Het voert te ver om daar nu dieper op in te gaan. Maar de kernboodschap is: in Christus zijn wij bevrijd. Laat je nu niet opnieuw in de luren leggen. Letterlijk: laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen (5: 1). Blijf bij je bevrijder.

Wat is dan die veel geroemde vrijheid bij Paulus?
Wat betekent vrijheid voor ons, vandaag?
Vrijheid is niet maar doen wat je wilt, maar op basis van een fundamentele vrijspraak doen wat goed is, voor je zelf, voor een ander, wat eer brengt aan God. Paulus schrijft letterlijk verderop in dezelfde brief: “Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in de liefde.” (5: 13)

Vrijheid, is een soort kinderlijke onbevangenheid – weten dat je een geliefd kind van God bent. Dat het in het leven niet gaat om geld en status, eer en aanzien. Dat er iets belangrijkers is, de liefde van God, in de liefde leven – dat geeft de basis om mens te zijn en je menselijkheid te ontplooien. Want als je dat weet voor je zelf, dat je van Gods liefde leeft – de Bijbel noemt dat genade – dan ontdek je tegelijkertijd dat dit net zo goed voor ieder ander geldt. Voor Joden en Grieken, slaven en vrijen, mannen en vrouwen, en voor al die andere tegenstellingen die in onze tijd opgeld doen.

Dan ga je anders naar jezelf kijken en anders naar anderen. Het verschil maakt geen verschil meer. Dat is de fundamentele betekenis van die woorden over de nieuwe eenheid in Christus voor wie in hem geloven, zijn weg willen gaan.
Dat maakt je innerlijk vrij, het maakt je sterk, het geeft je vertrouwen omdat je voor alles weet dat je kind van God bent, wat er ook gebeuren mag.

AMEN

Vorig bericht Volgend bericht

Nog geen reacties

Laat een reactie achter